Els Florijn: „Wat je in mijn romans leest, dat ben ik”

Johan Lock (m) kreeg zaterdag in Gouda de CLO Literatuurprijs 2018 uitgereikt uit handen van CLO-voorzitter Frank Dijkstra. Voor de overige genomineerden voor de prijs waren er bloemen. V.l.n.r. Liesbeth Labeur, Els Florijn en Maarten van der Graaff. beeld Fotoburo Martin Droog
3

„Literatuur en geloof vormen een spanningsveld”, zei schrijfster Els Florijn zaterdag op de CLO Literatuurdag in Gouda. „Immers, leven vanuit geloof levert restricties op.”

De dag was georganiseerd door het Christelijk Literair Overleg (CLO), Driestar Educatief en het tijdschrift Liter en had als thema: ”Het nagelaten geloof”. De dubbelzinnigheid van die term kwam tot uitdrukking in een tweetal lezingen.

Els Florijn beschreef aan de hand van haar romans hoe ze op zoek is geweest naar God en geworsteld heeft met de vraag naar Zijn bestaan. In ”Laatste nacht” (2003) smeet ze nog „moeiteloos” met grote waarheden van grote filosofen. „Nu weet ik het allemaal niet zo goed meer en leer ik elke dag opnieuw dat ik het helemaal niet zo goed weet, dat mijn kleine dochter wijzer is dan ik, dat ik niet weet wat geloof is en wat het leven is.”

In 2010 kwam ”Het meisje dat verdween” uit, een waargebeurd verhaal. „Het leed van een Joods gezin in oorlogstijd kroop mij onder de huid”, aldus Florijn. „Het holde mij uit, deed mij twijfelen aan het bestaan van een God, in ieder geval van een genadige God. Een oplossing, een stukje zingeving kon ik nergens vinden. Waarom moest een meisje van vier jaar moederziel alleen in een wagon worden gepropt om in Auschwitz Birkenau te worden vermoord?” Toch was er „een moment van overgave”, een moment „waarop de waarom-vraag er mocht zijn.”

Na het uitkomen van ”Het meisje dat verdween” maakte Florijn „een extreem moeilijke tijd” door. „Een aantal zware jaren, met veel verdriet en teleurstelling. Jaren waarin ik terug werd geworpen op mijzelf, maar ook op God. En Hij was er. Hij was er.” Ze greep terug op een beeld uit haar roman ”Schaduw van de wolf” uit 2006. Daarin zoekt de 9-jarige Nina naar haar vader in een glazen bol met een dorpje erin, zo’n bol waarin het gaat sneeuwen als je hem schudt. „Al die tijd had ik God gezocht, zoals Nina in de glazen bol zocht. Maar wat ik mij niet realiseerde was dat ik in die bol stond en ik alleen maar naar Hem omhoog hoefde te kijken als Hij de bol schudde. Hij was zo vlakbij.”

Iets daarvan is volgens Florijn zichtbaar in haar roman ”Rode papaver” (2017). „Het is een roman waarin ik de wreedheid, de gruwel van de Eerste Wereldoorlog schets, maar ook een roman waarin er geen twijfel of wantrouwen richting God is.”

De vraag of haar boeken expliciet christelijk zijn, is volgens Florijn niet heel relevant. „Wat je in mijn boeken leest, dat ben ik. Het is geen blij portret. Ik laat mijn angst zien, ik deel mijn twijfels, ik laat de zwartheid en de gebrokenheid van dingen zien. In mijn boeken zijn er gebeurtenissen die schuren, is er taal die schuurt. De verhalen die ik vertel, de emoties, ze zijn oprecht. Ze zijn rauw, maar waar. En ik kan het niet laten om hoe dan ook hoop in een boek te schrijven. Niet omdat ik vind dat dat moet, maar omdat het mijzelf overeind houdt. Omdat, als ik geen perspectief zou hebben, ik ten onder zou gaan in moedeloosheid over dit leven en over mijzelf.”

De tweede spreker was Maarten van der Graaff. Hij groeide op in een gereformeerd milieu op Goeree-Overflakkee en debuteerde vorig jaar met de roman ”Wormen en engelen”. De schrijver verklaarde dat hij geen christen meer is, dat hij „de gave van het geloof” heeft verworpen, of in elk geval is kwijtgeraakt. Volgens hem gaat het er in het leven om „een intieme taal” te vinden die „niet vanzelfsprekend is, nooit denkt haar wortels te ontlenen aan bezit, bloed of grond, maar zichzelf moet uitvinden.”

Jezus heeft daarin nadrukkelijk geen plaats. „Dit is nu juist wat de literatuur misschien wel voor mij is geworden: zondigen tegen wat ons is gegeven, wat er klaarligt voor ons, wat de genade ons dagelijks schenkt. Ergens vermoed ik dat dit een drijfveer van mijn schrijven is.”

De dubbelheid van het thema kwam ook tot uitdrukking in de nominaties voor de CLO Literatuurprijs voor de beste Nederlandse roman uit 2016 of 2017. Met deze prijs wil het CLO auteurs in de aandacht plaatsen „die het christelijk geloof een positieve rol van betekenis geven in hun werk en tegelijk literaire kwaliteit nastreven.”

De prijs is bedoeld voor de beste oorspronkelijk Nederlandse roman die in 2016 of 2017 is verschenen. Naast de roman ”Rode papaver” van Els Florijn en de verhalenbundel ”Brood, zout, wijn” van Vonne van der Meer ging het om romans van drie auteurs die het christelijk geloof min of meer achter zich hebben gelaten: Maarten van der Graaff (”Wormen en engelen”), Liesbeth Labeur (”Een lamp voor mijn voet”) en Johan Lock (”De erfenis van Adriaan”). De prijs werd zaterdag toegekend aan Lock.

Twee jaar geleden won Vonne van der Meer de CLO Literatuurprijs.