Eerherstel voor „terrorismebolwerk” Molenbeek

Pers in Molenbeek nadat terrorist Salah Abdeslam op 18 maart 2016 daar levend is gepakt. Journalisten zouden „mokerslagen” hebben uitgedeeld en door snelle, ongenuanceerde journalistiek de Brusselse deelgemeente hebben gedegradeerd tot „jihadihoofdstad van Europa.” beeld ANP, Jeroen Jumelet
4

Jihadihoofdstad. Terrorismebolwerk. Hofleverancier van Syriëstrijders. Valt er meer te zeggen over Brussel, en in het bijzonder deelgemeente Molenbeek? Schrijver Hans Vandecandelaere: „Voor iedere bewering over Oud-Molenbeek ligt er wel een tegenstem klaar.”

Na Hind Fraihi –”Undercover in Klein Marokko”– en Arthur van Amerongen –”Brussel: Eurabia”– waagde opnieuw een auteur zich aan een boek over Brussel en de islam. Twee jaar dompelde de Vlaamse historicus Hans Vandecandelaere zich onder in de Brusselse deelgemeente Molenbeek. Het resultaat zag in augustus 2015 het levenslicht: ”In Molenbeek”. Begin dit jaar verscheen er een geactualiseerde uitgave.

Zo’n drie maanden na de verschijning van de eerste druk van het boek werd Molenbeek wereldnieuws nadat op diverse plekken in Parijs moslimextremisten dood en verderf zaaiden. Al snel bleek dat drie van de acht daders in Molenbeek woonden.

Een van hen –Salah Abdeslam– wilde zich aanvankelijk ook opblazen, maar bedacht zich op het laatste moment. Hij ontdeed zich van zijn bomgordel, maakte zich uit de voeten en dook onder in Molenbeek. Na zich daar 126 dagen te hebben verscholen, pakte een arrestatieteam hem daar op 18 maart 2016 op. Een luttele week later sloegen islamitische zelfmoordterroristen opnieuw toe, deze keer in Brussel. Wéér bleek er een link met Molenbeek.

Hellegat

De gebeurtenissen noopten Vandecandelaere tot een herziene (vierde) druk van zijn boek. In zijn verantwoording hekelt hij journalisten die naar Molenbeek togen om poolshoogte te nemen en een karikatuur van de gemeente maakten. „Vaak snelle in plaats van trage journalistiek degradeerde Molenbeek tot jihadihoofdstad van Europa.”

De historicus onderstreept zijn punt door weer te geven wat hij van een filmploeg uit Hilversum hoorde: „Niet te veel nuance. Eerst de problemen tonen. Pas op het eind suggereren we enkele dynamische feiten.” De Spaanse nationale televisie vormt de positieve uitzondering. „Ze spreken over obscure livingmoskeeën, maar tonen eveneens de schakeringen: feesten, optredens, mensen die veerkrachtig met de buurt in de weer zijn, de gradaties onder moslims en jongeren.”

Media hebben „mokerslagen uitgedeeld”, vindt Vandecandelaere, en politici deden daar volgens hem niet voor onder. Zo noemde in januari vorig jaar Donald Trump, toen nog presidentskandidaat, heel Brussel een hellegat.

Rouwmars

„Een imago rijdt weg te paard, en keert te voet terug”, concludeert de schrijver, met een verwijzing naar een Belgische krant. Met de geactualiseerde versie van zijn boek probeert de historicus het gebutste blazoen van Molenbeek weer wat op te poetsen. Hoe ondergingen de inwoners zelf de gebeurtenissen sinds 13 november 2015, zo vraagt de auteur zich af. Verder wil hij weten wat er nu bekend is over het „jihadiweefsel” en wat er waar is van de „talloze veronderstellingen en beschuldigingen” aan het adres van Molenbeek.

De aanslagen in Parijs en Brussel zijn hard binnengekomen bij de moslimgemeenschap in de Brusselse deelgemeente, betoogt Vandecandelaere. De sympathie die er oorspronkelijk was voor uitreizigers die zich in Syrië aansloten bij Islamitische Staat om tegen president Assad te vechten, verdween bij menigeen als sneeuw voor de zon.

Bij de nationale rouwmars door Brussel op 17 april 2016 zijn zo’n 800 inwoners van Molenbeek aanwezig. Vijftig imams leggen bloemen neer op een plaats waar een van de aanslagplegers zijn bomgordel liet ontploffen. Vrijdagmiddagpreken zijn sinds de aanslagen ook niet meer mis te verstaan.

Medeplichtig

Niettemin bestaat jihadisme in Molenbeek nog steeds en bestaat het bovendien al langer dan enkele jaren. In 1992 wijst Frankrijk de Syrisch-Franse sjeik Ayachi Bassam het land uit. Hij strijkt neer in Molenbeek en opent er in 1997 een islamitisch centrum. Van daaruit worden diverse jihadisten naar Afghanistan gestuurd. Talloze dubieuze figuren kloppen aan bij het centrum van Bassam, onder wie Khalid Zerkani. In 2015 wordt deze man veroordeeld tot twaalf jaar cel. Hij zou minstens achttien mensen naar het front hebben gestuurd. Kortom, schrijft Vandecandelaere. „In pakweg 25 jaar tijd ontwikkelde zich in Molenbeek een extremistisch jihadiweefsel.”

Een van de verwijten die inwoners van Molenbeek treft, is dat ze medeplichtig zijn aan aanslagen. Ze zouden hun mond houden als ze bij personen radicalisering vermoeden. Verder wordt nogal eens gewezen op het feit dat Abdeslam zich zo lang schuil kon houden in Molenbeek. Waarom stapte er niemand naar de politie?

Ondergronds

Vandecandelaere uit zijn twijfels. „Radicalisering werkt ondergronds en razendsnel, integratie verloopt bovengronds en traag”, citeert hij een Belgische schrijver. Met andere woorden: voordat familieleden ook maar een idee hadden dat broer of neef extremistische opvattingen ontwikkelde, zat hij al in Syrië. De politie heeft ook geen schone handen. Diverse mensen die wel aanklopten bij de sterke arm met verhalen over radicalisering werden afgescheept met „Allee, madame, meneer, niet overdrijven hé”, of een variant daarop.

Niet alleen de twee toegevoegde hoofdstukken maken ”In Molenbeek” de moeite van het lezen meer dan waard. De eerder geschreven elf hoofdstukken geven een goede indruk van het leven in deze Brusselse gemeente en hoe dat zich afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Typische grootstedelijke problematiek zoals slechte huisvesting, achterstanden in het onderwijs, criminaliteit wordt uitvoerig beschreven, evenals hoe bestuurders dat (met wisselend succes) proberen te bestrijden.

Christendom

In de oorspronkelijke versie van het boek is het thema islam nog niet zo prominent aanwezig. Er is welgeteld één hoofdstuk aan religie gewijd onder de niet zo subtiele titel ”God, de niet zo Almachtige”. Een substantieel deel gaat over zaken zoals alcohol en omgang tussen mannen en vrouwen. Moslims hebben de naam hierover strikte opvattingen te hebben, maar in Molenbeek blijkt het leven vaak sterker dan de leer. Een moslima vertelt dat ze tijdens een WK-voetbalwedstrijd België tegen de Verenigde Staten op Facebook een cartoon postte van een moslims die tijdens zijn avondgebed tussen zijn benen door naar de wedstrijd zat te kijken. „Die cartoon werd door heel veel moslims geliked.”

Jammer is dat er in genoemd hoofdstuk niets staat over het christendom, want in Molenbeek zijn tientallen protestantse en rooms-katholieke kerken. Niet zelden hebben gemeenteleden en voorgangers Afrikaanse wortels. Was hier wel aandacht aan besteed, dan had het boek nog meer kleur gekregen en nog beter de diversiteit van Molenbeek geïllustreerd. Misschien iets voor een volgende uitgave?

Rondleiding

Molenbeek bestaat uit een veelheid aan sociale groepen en subgroepen. De auteur gebruikt het beeld van een immens symfonieorkest waarbij elke wijkbewoner de muzikaliteit mede bepaalt. ”In Molenbeek” is heel wat gedegener en evenwichtiger dan genoemde boeken van Fraihi en Van Amerongen. De Brusselse deelgemeente is heel wat méér dan een terrorismebolwerk. Vandecandelaere: „Voor iedere bewering over Oud-Molenbeek ligt er wel een tegenstem klaar.”

Met recht kan Vandecandelaere een Brusselkenner worden genoemd, iemand die weet waarover hij spreekt. In 2012 debuteerde de Vlaming met ”In Brussel. Een reis door de wereld”, een boek over de vele nationaliteiten in Brussel. Eerder promoveerde historicus op een werkstuk over een Brusselse revolte in de middeleeuwen. De schrijver heeft zijn opvattingen over Molenbeek niet wezenlijk bijgesteld na de aanslagen in Parijs en Brussel. Het blijft voor hem een gebied waar niets spectaculairs aan is. „Er is een ongelooflijk verschil tussen wat er gedaan wordt en wat erover gezegd wordt.”

Wie dat niet gelooft moet zelf maar eens een kijkje komen nemen en „een babbeltje” maken met de bewoners, adviseert de Belg. Hij voegt eraan toe dan vooral niet te vergeten „bonjour” te zeggen als je iemand passeert. „De kans is heel groot dat die man of vrouw eerst verschiet en daarna vriendelijk antwoordt.” Dat Vandecandelaere onvermeld laat dat hij zelf rondleidingen geeft, is waarschijnlijk valse bescheidenheid.

Hassan, een islamitische punker

Hassan, alias Mark, is een 23-jarige „Belgo-Belgische bekeerling.” Hij is getrouwd met een Albanees-Belgische moslima, een vrouw die buitenshuis een nikab (gezichtssluier) en handschoenen draagt. De man komt in het boek aan het woord over zijn ‘bekering’ en hoe het is om in België orthodox moslim te zijn.

„Het is de crisis van 2008 die me op het spoor zette. (...) Ik stopte met mijn studies en belandde als ongelovige in een geloofscrisis. Ik zocht naar waarden. Hoe kan ik goed doen en altruïstisch zijn in een samenleving die inzet op het individualisme? (...) Mijn vragen vonden antwoorden in de islam. (...)

De sluier draag je uit respect voor God in die zin dat Hij vraagt om kuis te zijn. Mijn echtgenote is hier heel consequent in en wil tevens handschoenen dragen. Ook de schoonheid van handen kan seksueel prikkelen. De Marokkaanse islam laat te veel vormen zien. Djilbabs uit het Midden-Oosten bedekken beter. (...)

Ik kan binnenkort opnieuw aan de slag in een containerpark. Maar de hoop dat mijn echtgenote werk vindt, is nihil. (...) Met haar kledij komt ze niet geloofwaardig over. (...) Er is veel eenrichtingsverkeer. Het moet allemaal kunnen dat iemand drinkt, naar dansfeestjes gaat, vrije relaties aangaat. Wij respecteren dat. Het enige wat ik kan doen is raad geven, maar voor de rest zal ik niemand lastig vallen.

Omgekeerd botsen wij constant op een muur van onbegrip voor ons anders-zijn. De blik van mensen weegt ongelooflijk zwaar. Ook veel moslims slaan mijn echtgenote en mezelf met mijn baardje en tuniek afkeurend gade op de metro. Nochtans zijn we niet minder droevig om de wreedheid van Islamitische Staat. Enkel het geloof houdt ons recht. Misschien dat we in functie van kinderen ooit voor een ander land zullen kiezen.”

Terugblikkend op het interview met Hassan schrijft auteur Hans Vandecandelaere onder meer: „Ik blijf verweesd achter. Sommige redeneringen doen me duizelen, maar zijn openheid is ontwapenend. De man achter het goddelijke. Kapot gemediatiseerd. Zijn er veel andere sociale groepen in de samenleving die een even loodzwaar kruis dragen dan de salafisten, de punkers van de islam?”

Boekgegevens

”In Molenbeek”, Hans Vandecandelaere; uitg. Epo, Antwerpen, 2017; ISBN 978 94 6267 081 5; 280 blz.; € 20,-.