Een nazikopstuk als vader

Otto en Charlotte Wächter in 1944 met hun kinderen Horst en Traute in Zell am See.  beeld Horst Wächter
3

”De rattenlijn” is het waargebeurde verhaal van een vooraanstaande nazi die na de Tweede Wereldoorlog via Italië naar Zuid-Amerika probeert te ontsnappen. Hij komt niet verder dan Rome, waar hij in 1949 onder mysterieuze omstandigheden sterft.

De nazitopman is de Oostenrijker Otto von Wächter. Hebben de Joden hem vermoord, de Amerikanen of de Russen? Of is het geen moord? Hij is amper 22 jaar als hij zich in 1923 aansluit bij de Oostenrijkse nationaalsocialistische partij. Hij is dan al „een aanhanger van Adolf Hitler, een voormalige inwoner van Wenen.”

In 1934 neemt Otto deel aan de coup tegen de Oostenrijkse bondskanselier Dollfuss. De staatsgreep mislukt en hij neemt de benen naar Berlijn. In de Duitse hoofdstad krijgt Otto een baan op het hoofdkantoor van de Sicherheitsdienst. Na de Anschluss van 1938 staan Otto en zijn vrouw Charlotte vlak achter Hitler op het balkon van de Hofburg in Wenen, waar Hitler het Oostenrijkse volk toespreekt. Voor Charlotte is dit „het mooiste moment in mijn leven.”

In 1939 wordt Otto in Polen aangesteld als gouverneur van het district Krakau, later wordt hij gouverneur van Galicië, een regio die nu grotendeels in Oekraïne ligt. Onder zijn regime worden er duizenden Joden gedood. Als nazi-Duitsland in 1945 de oorlog verliest, zoekt Otto een veilig heenkomen in de Oostenrijkse bergen, waar zijn vrouw hem van voedsel en kleding voorziet.

In 1949 vertrekt Otto naar Rome om via oude contacten naar Zuid-Amerika te vluchten. Dat is de zogenaamde Rattenlijn waaraan de titel van het boek is ontleend. Nazi’s als Eichmann en Mengele weten het Europese continent via deze route te ontvluchten, maar Otto von Wächter slaagt daar niet in. Hij wordt ernstig ziek en overlijdt. Op zijn sterfbed geeft hij aan te zijn vergiftigd.

De auteur Philippe Sands, in het dagelijks leven hoogleraar internationaal recht, vertelt Otto’s levensverhaal aan de hand van een diepgaand onderzoek. Dit gebeurt onder het motto: ”Het is belangrijker de slachter te begrijpen dan het slachtoffer”. De uitspraak is van de Spaanse schrijver Javier Cercas, die Sands aan het begin van zijn boek citeert.

Het acht jaar durende onderzoek bestaat uit tal van gesprekken. De lezer is als het ware getuige van de gesprekken. Door de korte maar treffende beschrijvingen van de ruimtes kan hij zich bovendien een beeld vormen van de locaties. En wat Sands hoort, checkt hij. Het leesbare boek wordt er alleen maar beter van.

Philippe Sands. beeld Wikipedia

Horst Wessellied

Sands’ vorige boek, ”Galicische wetten”, ging over zijn Joodse grootvader Leon Buchholts en Hans Frank, de gouverneur-generaal van Polen en daarmee de directe chef van Otto von Wächter.

Toen Sands bezig was met ”Galicische wetten” adviseerde Niklas Frank, de zoon van het nazikopstuk, hem contact op te nemen met Horst von Wächter, de zoon van Otto. Die zou hem meer over Lemberg kunnen vertellen, de woonplaats van Sands’ grootvader, maar ook de stad waar Otto in Galicië zijn hoofdkwartier had.

Sands benadert de 81-jarige Horst Arthur von Wächter: Horst komt van het Horst Wessellied, de partijhymne van de nazi’s. Arthur is ter ere van Arthur Seyss-Inquart, de kameraad en vriend van zijn vader en tegelijk de peetvader van Horst. De zoon van Otto gaat op het voorstel in en de twee ontmoeten elkaar. Sands mag Horst ondanks alles wel. „Het was een zoon die de goede kanten van zijn vader wilde ontdekken. Tegelijkertijd was hij niet bereid de gedachte toe te laten dat Otto von Wächter wel degelijk medeverantwoordelijk was voor de verschrikkelijke gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan in het door hem bestuurde gebied.”

Horst erkent dat zijn vader onderdeel was van een misdadig systeem, maar „hij deed het met tegenzin en op last van anderen.” Otto schrijft zijn vrouw dat hij „morgen in het openbaar vijftig Poolse gijzelaars laat doodschieten.” Sands vindt drie foto’s van de executie waarop duidelijk te zien is dat Otto van de partij is. Horst: „Dat is in elk geval een SS-jas.” Stilte. „Ja, hij was erbij.” Stilte.

Vervolgens vraagt Sands aan Horst of de foto’s bepaalde gevoelens oproepen. Stamelend zegt Horst: „Moeder heeft me altijd verzekerd dat vader sterk gekant was tegen fusillades… daar was hij het niet mee eens… ik geloof dat hij niet erg blij was met die…”

Veel kinderen van vooraanstaande nazi’s nemen na de oorlog afstand van wat hun vader heeft gedaan. Niklas Frank is bijvoorbeeld tegen de doodstraf, „behalve in het geval van mijn vader.” Hans Frank is in 1946 bij de processen in Neurenberg terechtgesteld.

Voor alle duidelijkheid, Horst is geen Holocaustontkenner. Hij spreekt alleen tegen dat zijn vader medeschuldig was. Horst weet dat het systeem misdadig was en dat zijn vader daar deel van uitmaakte, maar hij ziet hem niet als een crimineel. Hij ziet zijn vader als „een goede nazi.”

Barokkasteel

Sands neemt de lezer iedere keer mee als hij Horst in Oostenrijk opzoekt in zijn vervallen barokkasteel dat hij in de jaren tachtig had gekocht van de bescheiden erfenis toen Charlotte overleed. Hij ziet in Horsts kamer de foto’s van diens ouders en van zijn peetvader Seyss-Inquart. Maar de lezer gaat ook mee naar Rome en alle andere plekken die hij voor zijn onderzoek aandoet. Hij ervaart hoe vooraanstaande nazi’s en hun verwanten denken.

Dat gebeurt onder andere als Sands de dagboeken van Horsts moeder Charlotte mag lezen en daaruit vrijelijk citeert. Als Amerikanen in 1945 de boerderij van de familie vorderen gaat ze met hen in gesprek. Ze vragen of ze een nazi was. „Natuurlijk”, antwoordt ze. „Ik was een heel gelukkige nazi.”

De Amerikanen zijn stomverbaasd. „Bent u echt een nazi geweest?” Charlotte reageert met een tegenvraag: „Natuurlijk, waarom niet?” Charlotte verrijkt zichzelf in Polen met topstukken uit het Poolse Nationale Museum in Krakau. „Maar”, zegt ze, „wij zijn geen rovers.”

Stap voor stap gaat het leven van Otto en zijn vrouw Charlotte aan het oog van de lezer voorbij. Charlotte wordt in haar huwelijk verliefd op andere mannen, onder wie Hans Frank. Horst heeft regelmatig een relatie met een andere vrouw. Charlotte ondergaat zelfs een abortus als ze daar achter komt. Toch blijven de twee samen.

De hoogleraar weet de spanning goed vast te houden en daardoor leest het boek als een thriller. Hij werkt naar de slotvraag toe of Otto is vergiftigd. En zo ja, door wie? Waren het Amerikanen, Russen, Joden? Of is hij om het leven gekomen doordat hij regelmatig in de vervuilde Tiber zwom?

Sands laat in Rome zien hoezeer het Vaticaan verweven is met de nazi’s. De lezer krijgt ook mee dat de winnaars van de Tweede Wereldoorlog, de Amerikanen en de Russen, oud-nazi’s overhalen voor hun geheime dienst te werken en hen daardoor ongestraft laten.

Sands doet zijn uiterste best het raadsel rond Otto’s dood op te lossen. Wie de afloop van het onderzoek wil weten, moet het boek zelf lezen. Hij of zij zal daar geen spijt van krijgen.

En hij zal ook de slachter beter begrijpen en daarmee zichzelf. Want met dit boek houdt Sands de mens een spiegel voor.

Boekgegevens

De Rattenlijn. Leugens, liefde en gerechtigheid op het pad van een nazi-vluchteling, Philippe Sands; uitg. Het Spectrum; 468 blz.; € 27,99