Een aansporing voor opa’s en oma’s

Kinderboekenschrijver en basisschooldirecteur Hans Mijnders leest voor aan leerlingen van groep 8. beeld RD, Anton Dommerholt

Kinderen willen tegenwoordig actie, spanning en humor in een boek. „De gemoedelijke sfeer die veel titels uit mijn kinderjaren –”Pietje Bell”, ”Dik Trom”– kenmerkte, is grotendeels verdwenen”, zegt kinderboekenschrijver Hans Mijnders uit Ridderkerk.

Op dit moment zijn de boeken over ”Dolfje Weerwolfje” van Paul van Loon bijvoorbeeld erg populair, weet Mijnders, directeur van de Rehobothschool in Ridderkerk. Ook uitgaves met veel stripachtige illustraties doen het goed, zoals de series ”Leven van een loser” en ”Dummie de mummie”. Veel van de favorieten uit mijn jeugd worden niet vaak meer gelezen. Daar staat tegenover dat kinderen boeken van Thea Beckman tegenwoordig te traag vinden. „Ze komen daar gewoon niet meer doorheen.”

Mijnders is opa van een kleinzoon van 2 jaar, het tweede kleinkind is op komst. Hij leest de peuter al regelmatig voor. „Dat is genieten! Het is enorm leuk om te zien hoe hij al veel dingen onthoudt en zinnen afmaakt. De komende jaren zullen het vooral prentenboeken zijn die ik voorlees.Klassiekers die ik aan mijn eigen kinderen voorlas, staan al ongeduldig te wachten: ”Welterusten Kleine Beer” en natuurlijk de boeken over Kikker.”

Wat vindt u van het thema van de Kinderboekenweek?

„Ik vind het een heel leuk thema. De generatie opa’s en oma’s leest over het algemeen veel. Hopelijk kunnen ze hun kleinkinderen enthousiast maken. In ieder geval is het een aansporing voor alle opa’s en oma’s: ga de kleinkinderen voorlezen en geniet samen!”

Las u als kind graag? En wat?

„Ja!! Ik ben opgegroeid met boeken en heb altijd veel gelezen. Boeken die ik me nog herinner uit mijn jeugd zijn vooral series. Alle boeken over de onverwoestbare Kameleon met de Friese tweeling heb ik gelezen, soms meerdere keren. De boeken over ”De vijf” (Enid Blyton) en ”Snuf de hond” behoorden ook tot mijn favorieten. En natuurlijk de hele Bob Evers-serie (Willy van der Heide) in pocketeditie.”

Werd u als kind voorgelezen? Hoe ging dat en waaruit werd er voorgelezen?

„Voorlezen gebeurde vooral ’s avonds, voor het naar bed gaan. Uiteraard kwamen de boeken van W. G. van der Hulst voorbij. Onvergetelijk is de serie ”In de Soete Suikerbol” over de dikke, goedige bakker en zijn strenge vrouw.”

„Als u terugkijkt wat u vroeger te lezen had (boekenaanbod) en wat er voor kinderen van nu beschikbaar is, wat valt u dan op?

„Het huidige aanbod is veel breder. Ook is er meer aandacht voor de verschillende leesniveaus.”

Hoe kunnen we liefde voor lezen aan kinderen overbrengen?

„Zorg voor boeken die aansluiten bij hun belevingswereld. Op school is het goed een klassen­bibliotheek te hebben met boeken die aansluiten bij de verschillende leesniveaus en interesses.

Nieuwe boeken voor de klassenbibliotheek kun je als leerkracht het beste eerst introduceren en niet ‘zomaar’ in de kast zetten. Veel kinderen beoordelen een boek op de titel en de illustratie.

Het helpt om regelmatig een gedeelte voor te lezen, waardoor ze enthousiast raken. Voor veel groep­ achters is de omslag van ”Anna, prinses van Byzantium” van Tracy Barret niet aantrekkelijk. Ook ”Gaten” van Louis Sachar nodigt niet direct uit om te gaan lezen. Maar als je de boeken als leerkracht introduceert, blijken de leerlingen er vervolgens van te genieten.

Ook is het belangrijk om kinderen te helpen bij het kiezen van een boek, en hen daarna ook verder te helpen. Sommigen hebben een stimulans nodig om een moeilijker boek te pakken.”

Welke boeken leest u graag voor aan de klas?

„Mijn favoriet is ”De brief voor de koning” van Tonke Dragt, dat ik heel wat jaren aan groep 8 heb voorgelezen. Andere favoriete voorleesboeken zijn ”Blauwe plekken” van Anke de Vries, sommige titels van Jacques Vriens, zoals ”Achtste groepers huilen niet”, en ”De groeten van groep 8” en boeken van Rob Ruggenberg.”

In een goed voorleesboek moet actie zitten, op elke paar bladzijden moet iets gebeuren. Kinderen moeten zich ook met de hoofdpersoon kunnen identificeren. Bij een stilleesboek is het vooral belangrijk dat het niveau aansluit bij het kind. Een leerling in groep 8 die niet graag leest, moet je geen dik boek laten lezen vol literaire zinnen. Het is leuk om zo’n leerling te zien genieten van een eenvoudig verhaal als ”Ieorg Idur” van Roald Dahl. En zo’n succeservaring helpt om plezier te krijgen in het lezen.”

Welke titels zou u kinderen aanraden om te gaan lezen?

„Wat een lastige vraag! Ik probeer de jeugdboeken die verschijnen bij te houden, maar dat lukt lang niet altijd. Als ik twee opvallende boeken mag noemen die ik onlangs heb gerecenseerd voor deze krant: het geweldige geschiedenisverhaal ”Walvisvaarders” van Bianca Mastenbroek en de young adult ”Wat ik weet” van Julie Berry.

Op welke manier probeert u als schrijver aan te sluiten bij de belevingswereld van kinderen?

„Ik heb het voordeel dat ik dagelijks kinderen hoor en zie. Verder schrijf ik graag over realistische thema’s. Door het nieuws te volgen, worden die me aangereikt.

Uit een onlangs gepubliceerd onderzoek blijkt dat veel jonge meiden erg ver gaan in het letterlijk zichzelf blootgeven op internet. Ook meisjes uit een christelijk gezin. Dit wordt het thema van mijn nieuwste (nog te verschijnen) boek.”

----

”Voor altijd jong – opa’s en oma’s” is het thema van de Kinderboekenweek. Vijf kinderboekauteurs komen aan het woord. Maandag deel 3: M. H. Karels.