Ds. J. Kommerie gebruikt proza op de preekstoel

Uit de boekenkast
Ds. J. Kommerie uit Andelst: „Ik ben steeds voorzichtiger geworden met het geven van antwoorden in het pastoraat.”
8

Van makkelijke boeken houdt hij niet. Volgens ds. J. Kommerie is het leven te complex voor simpele antwoorden. Die zoekt hij liever in goede boeken. Waar hij vervolgens graag en veel uit citeert – in preken en in pastorale gesprekken. Een blik op de boekenkast van een jonge predikant.

Op het moment van het interview is hij in drie –„o nee, vier”– boeken bezig. Dat is voor ds. Kommerie (34) niet gek: hij leest altijd „van alles en nog wat door elkaar.” Een roman van John Boyne (bekend van ”De jongen in de gestreepte pyjama”) leest hij gebroederlijk naast ”No God but One”, het relaas van een tot bekering gekomen moslim. Literatuur, poëzie, theologie: het heeft allemaal zijn belangstelling.

Die honger naar boeken zat er al jong in. „Vanaf mijn jeugd ben ik een boekenverslinder. Ik was altijd in de schoolbibliotheek te vinden, later in de openbare bieb.” In het gezin van acht kinderen waar Kommerie de tweede is, werd lezen gestimuleerd. „Zondag was echt een leesdag. En ik kan me herinneren dat ik mijn moeder doordeweeks voorlas, terwijl ze aan het breien was. Toen was ik een jaar of dertien.”

Kommerie, sinds enkele jaren predikant in de hersteld hervormde gemeente in Andelst-Zetten, gebruikt geregeld fragmenten uit gelezen werken in zijn preek. Zo begon hij eens een preek met een citaat van Maarten ’t Hart: Wie God verlaat heeft niets te vrezen. „Die uitspraak zette ik tegenover de psalm. Met aan de gemeente de vraag: Wie heeft er nu gelijk?”

Dat doet de predikant graag: wat hij gelezen heeft verbinden aan andere dingen in zijn leven. Het is een natuurlijk proces dat ook deze ochtend niet stil staat. Geregeld springt hij op om uit de studeerkamer –waar „zestig meter” aan boeken staat– een werk te pakken waar hij iets uit citeren wil. Om dan vervolgens zittend in zijn zwartleren fauteuil het gezochte fragment voor te lezen.

1. Dion: de Bijbel dichterbij

„Dit boek las ik twintig jaar geleden voor het eerst. Ik had het gekregen voor Sinterklaas. Boeken over de geschiedenis vond ik interessant. Het is een lekker dik boek, ook niet onbelangrijk. ”De lauwerkrans” van de Duitse schrijver Emis Dion is een jeugdroman over de gemeente van Korinthe, in de eerste eeuw van de jaartelling. Je krijgt een blik op het dagelijks leven in die tijd. Alsof je zelf door de straten van Korinthe loopt. Ik kan me herinneren dat het lezen van dit boek mijn beeld van de Bijbel op z’n kop zette. In een van de scènes komt de hoofdpersoon binnen in een vertrek waar Paulus zijn brief aan de gemeente van Efeze zit te schrijven. Ik werd me er toen van bewust dat Bijbelboeken waarschijnlijk aan keukentafels geschreven zijn. Dat besef bracht de Bijbel veel dichterbij. In de Bijbel spreekt God tot mensen. Daar heeft hij heel concreet mensen voor gebruikt. Ik wist dat wel, maar opeens had ik er een beeld bij. Het boek heb ik na die eerste keer nog twee keer herlezen, tussen mijn vijftiende en twintigste.”

2. Wumkes: predikant op schaatsen

„Mijn vader las me vroeger voor uit ”Het Friese Reveil in portretten” van Geert Aeilco Wumkes, een Friese predikant. Ik ben zelf Fries: het Friese Reveil heeft me altijd aangesproken. Ik heb later een exemplaar van het boekje in het Fries gekocht, voor een euro op de boekenmarkt van de Theologische Universiteit Apeldoorn. De grote mannen van het Reveil –Da Costa, Bilderdijk en Van Prinsterer– vind ik altijd een beetje elitair. Het Friese Reveil heeft zich ook op het platteland afgespeeld. In de levensbeschrijvingen is aan de ene kant de warmte van het Evangelie en de ernst van de zaak van God te zien. Tegelijk hielden mensen in die tijd van een grapje. En men was praktisch: de dominee ging op zondag op de schaats van de ene gemeente naar de andere. Het Evangelie en de geloofsbeleving stonden centraal in het Friese Reveil. Kerkmuren deden er niet toe. Ik zie dit boek als een spiegel: gaat het bij ons om de kern waar het deze mensen om ging, of over bijzaken?”

3. Noordmans: aanzet tot denken

„Het was voor mij meteen duidelijk dat ”Herschepping” van Oepke Noordmans op mijn lijst terecht zou komen. Noordmans was een van de grote drie theologen in de Hervormde Kerk. Ik las zijn werk –het enige echt dogmatische– tijdens mijn studietijd. Het lijkt een simpel boek, doordat Noordmans beeldend schrijft. Maar bij het lezen denk je steeds: wat bedoelt hij nu eigenlijk? Volgens Noordmans kun je de schepping alleen in het juiste perspectief zien in het licht van het kruis. ”Herschepping” zet aan tot denken. Hij gebruikt bijvoorbeeld een mooi beeld voor de heiliging: een jongetje dat zijn vader helpt bij het wassen van de auto. Het ventje maakt er een grote smeerboel van; zijn pa heeft er meer werk aan dan wanneer hij het alleen had gedaan. Toch zegt de vader aan het einde: Goed gedaan. ”

4. Nouwen: kracht van kunst

Aan de muur in de woonkamer hangt een tweeluik: links een zaaiend figuur, rechts mensen die korven dragen. Kommerie: „Ik heb interesse in kunst. Het schilderij ”De verloren zoon” van Rembrandt zou ik graag een keer in het echt zien. Henri Nouwen heeft uren voor dit schilderij gezeten, al mediterend. In ”Eindelijk thuis” legt hij een ontdekkingstocht af door het schilderij. Hij herkent zich achtereenvolgens in de jongste en de oudste zoon, tot hij zich realiseert dat hij trekken moet vertonen van de vader. Dit boek heeft mijn gezichtspunt op de gelijkenis van de verloren zoon veranderd. Voorheen preekte ik met de nadruk op de verloren zoon, dat we thuis moeten komen. Toen ik er de laatste keer over preekte, legde ik uit dat de verloren zoon zich buiten de kerk bevindt en de oudste zoon binnen de kerk. Beiden moeten terugkomen bij de vader. Of dat de invloed van dit boek was? Onbewust wel, denk ik.”

5. De Mérode: Christus’ nodiging

„Mijn voorliefde voor gedichten heb ik te danken aan Nico Stam, mijn vroegere leraar Nederlands. Hij kon geweldig gedichten voordragen. Zelf ben ik vanaf mijn 21e gedichten gaan lezen. Poëzie werkt vaak met beelden. In beknopte taal wordt iets duidelijk gemaakt wat eigenlijk niet onder woorden te brengen is. Van Willem de Mérode heb ik heel wat in de kast staan. ”De overgave” bevat een gedicht dat me bijzonder raakt: ”Dialogue mystique”. Daar zit iets van de onvoorwaardelijke nodiging van Christus in. Christus is echt zo. Dit gedicht heeft in mijn geloofsbeleving een belangrijke plek, zeker als er worstelingen zijn. Ik houd ook van de poëzie van Geerten Gossaert, Jacqueline van der Waals of Gerrit Achterberg. Of Joost Zwagerman. Door iets van hem te lezen, kan ik proeven wat er in de wereld leeft. Hoe mensen over God denken. Ik zou willen dat predikanten meer dit soort literatuur zouden lezen – en er gebruik van zouden maken.”

6. Carson: probleem van het lijden

„In het pastoraat krijg ik geregeld de vraag naar het lijden. Waarom overkomt me dit, vragen mensen dan. Ik heb al heel wat boeken over de vraag naar het lijden gelezen. In veel boeken wordt er gezocht naar antwoorden. Wat ik sterk vind aan ”How long, o Lord?” van Donald Arthur Carson: hij heeft niet de pretentie om het probleem van het lijden op te lossen. Het blijft in zijn boek schuren tussen de geloofswerkelijkheid dat God alles regeert en de werkelijkheid dat een christen temidden van lijden kan zitten. Je kunt geloofszaken belijden, en toch maar gedeeltelijke antwoorden geven. We kennen ten dele. Dat besef zie je ook bij Noordmans. Ik ben steeds voorzichtiger geworden met het geven van antwoorden in het pastoraat. Eerst probeer ik door te vragen. En als ik het niet meer weet, geef ik toe: hier stopt ergens mijn antwoord.”

7. Overduin: herder of huurling

„Toen ik ”Huurling en herder” van Jan Overduin voor het eerst las, rond mijn negentiende, wist ik nog niet of ik theologie wilde studeren. Na die tijd heb ik het boek zeker drie keer herlezen. Het thema schuld en vergeving komt nadrukkelijk naar voren. De vriend van de hoofdpersoon –die predikant is– heeft zich tijdens een boottocht opgeofferd voor zijn vrienden. De predikant worstelt met de vraag wie er werkelijk christen is: hij of zijn vriend. In een avondmaalspreek verbond ik ”Huurling en herder” eens aan Romeinen 5. In de roman sterft iemand voor zijn vrienden; Christus is voor vijanden gestorven. Nu ik predikant ben, lees ik het boek anders. Het leert me dat je je kunt vergissen in mensen. De hoofdpersoon kijkt hooghartig neer op zijn vriend, maar die heeft de liefde van Christus dieper begrepen dan hijzelf. Hij vraagt zich af of hij een herder of een huurling van zijn gemeente is. Ook in mijn leven zijn er weleens momenten dat ik liever wegduik. Dit boek confronteert me daar mee.”

Ds. J. Kommerie

Ds. J. (Jelle) Kommerie wordt in 1985 geboren in Damwoude, Friesland. Hij groeit op in een gezin van acht kinderen. Na de middelbare school studeert hij theologie aan het Hersteld Hervormd Seminarie op de Vrije Universiteit in Amsterdam.

In 2016 wordt hij bevestigd als predikant in deeltijd van de Hersteld Hervormde gemeente in Andelst-Zetten, in de gemeente Overbetuwe. Daarnaast werkt hij sinds september 2013 parttime als pastoraal werker in de Hersteld Hervormde gemeente van Woudenberg. Hij geeft er onder meer catechisatie en verleent pastoraat. Ook doceert hij het vak Nieuwe Testament aan de Cursus Bijbelse Toerusting in Garderen. Ds. Kommerie woont in Andelst.