Ds. Herman de Vries richt steen op voor opa Levie

Ds. Herman de Vries: „De Joodse en christelijke traditie en identiteit zijn onmiskenbaar een deel van mij. Dat is misschien ook wel de worsteling die blijft: ik sta in twee werelden.” beeld Hoge Noorden/Jaap Schaaf

Herman de Vries (57) uit het Friese Ternaard is als predikant werkzaam in de protestantse gemeente te Dokkum-Aalsum-Wetsens. Maar hij voelt zich ook sterk verbonden met de Joodse identiteit.

Dat komt allemaal door de verborgen familiegeschiedenis van grootvader Levie de Vries (1904-1944), die op 31 augustus 1943 naar Auschwitz op transport werd gezet. En nooit terugkwam.

Het is een indringend verhaal dat Herman de Vries te vertellen heeft. Hij zit er zelf zó in dat het voor buitenstaanders misschien amper te begrijpen is. Hij heeft nu in de vorm van een roman met feiten en fictie, met eigen waarnemingen en gedachten en gedichten, geprobeerd iets op papier te zetten, zoals hij het zelf verwoordt. Van wat hem al zolang bezighoudt.

Hij is christen, maar heeft een duidelijk Joods verleden. „Ik ben geen Jood, ik word ook geen Jood, omdat het niet kán – en dat verlangen is er ook niet. Maar de Joodse en de christelijke traditie en identiteit zijn onmiskenbaar een deel van mij. Dat is misschien ook wel de worsteling die blijft: ik sta in twee werelden”, zegt hij.

Hij heeft alles wat hij vond samengebracht in een klein boekje. „Het is in de eerste plaats voor de familie, maar ik denk dat het anderen misschien ook kan helpen. Dat het voor hen herkenbaar is.”

Velen kennen hem als protestantse dominee, nu werkzaam in de protestantse gemeente te Dokkum-Aalsum-Wetsens. Maar ds. De Vries heeft ook een verhaal dat verbonden is met de Tweede Wereldoorlog. De data van 4 en 5 mei waren en zijn voor hem moeilijke dagen. Wat heb je te herdenken en te vieren als een groot deel van je familie is uitgemoord? „Mijn vader was Joods van geboorte. Mijn moeder niet. Ik ben dus formeel geen Jood, maar was ook lange tijd niet degene die ik misschien graag wilde zijn.”

Leven op één been

Ds. De Vries had het gevoel dat hij een „halve eeuw slechts op één been leefde.” Het ene been zweefde, draaide rond en vond nergens houvast. „Dat houdt geen mens vol. Ik in ieder geval niet.” Het woord crisis spreekt hij niet uit, maar ds. De Vries kwam ontegenzeggelijk zichzelf tegen, zo blijkt uit zijn boek ”Levie leeft”. Er ontbrak iets in het fundament van zijn leven en dat had alles te maken met zijn grootvader Levie de Vries. „Ik heb mijn grootvader nooit gekend. Ik had alleen een foto van hem. Ik had een naam zonder verhaal, geen plek van overlijden, helemaal niks.”

En degene die hem iets over zijn grootvader had kunnen vertellen was zijn vader. „Maar die heeft dat nooit gedaan. Hij zweeg en heeft nooit gesproken over het Joodse verleden van zijn vader. Het was het grote geheim dat hij in zijn graf heeft meegenomen, in 2002.” Ds. De Vries is een van die kinderen en kleinkinderen die de Tweede Wereldoorlog niet meemaakten maar er wel degelijk door gevormd werden, zo zegt hij zelf. „Het is geen trauma, wel een litteken.”

Een litteken dat een plek moest hebben. Doordat hij in contact kwam met Reinder Postma, die veel genealogisch onderzoek doet, begon het balletje te rollen. „Hij was bezig met een onderzoek naar Joodse kinderen die tussen Blije en Holwerd ondergedoken waren.” Een van die kinderen bleek zijn vader te zijn. „Mijn vader had me daar niet over verteld. Toen ik in 1997 een beroep aannam naar Ternaard, en hier helemaal boven Dokkum dicht bij Holwerd en Blije ging wonen, vond hij dat verschríkkelijk. Tussen Ternaard en Holwerd lag het huis aan de dijk, waar hij jarenlang ondergedoken was geweest. Elke keer als hij ons gezin in Ternaard bezocht, werd hij geconfronteerd met herinneringen en beelden die hij verdrongen had. Die moesten verdrongen blijven.”

Dat weet hij nu achteraf. „Het is een invulling van mij, zo eerlijk ben ik wel.”

Achterneven en -nichten

Herman de Vries ging verder zoeken en vond –dankzij het feit dat Joodse graven niet worden geruimd– in Groningen het graf van zijn betovergrootmoeder: Hendriëtte Cohen. „Onlangs bezocht ik dat nog.” Het zijn momenten die hem raken. Even is hij dan bij iemand die ook in de stamboom vermeld staat. De vroegere opperrabbijn Samuel Abraham Hirsch (1843-1923) bleek familie te zijn. „Als je alle familieverbanden uitzoekt is de Joodse wereld in Nederland heel nauw met elkaar verbonden.”

Ds. De Vries kwam er daarna achter, via Reinder Postma, dat er nog heel veel achter-achter-achterneven en -nichten blijken te zijn van Joodse zijde van zijn vader. „Reinder zei: „Weet je wel dat er ook nog levende Joodse familieleden van je zijn?”” De zoektocht kreeg opeens een heel andere wending. „Ik heb wel van zo’n dertig tot veertig achterneven en -nichten de identiteit en de namen kunnen achterhalen. Het is al moeilijk om met je gewone nichten en neven contact te kunnen onderhouden, maar ik kreeg er ineens heel veel familie bij. Met sommigen heb ik nu dagelijks contact.”

Hij vindt het opmerkelijk dat hij door deze contacten ook meer inzicht heeft gekregen in zichzelf: waarom hij bepaalde interesses heeft en dat er familietrekjes zijn die blijkbaar al generaties lang worden doorgeven. „Zoals schrijven, iets nalaten voor later, theologie, maar ook minder leuke karaktertrekjes zoals soms te ad rem reageren.”

Ds. De Vries kwam er ook achter dat hij een nazaat is van Louis de Vries, de man die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw bekendstond als de ”Louis Armstrong van Nederland”. „De grote jazzmuzikanten in die jaren kenden Louis. Samen met zijn broer Jack vormde hij een jazzorkest. Onder de naam Internationals toerden ze in 1933 en 1934 in binnen- en buitenland.” Ze stonden op mooie plekken zoals het Carlton Hotel in Amsterdam en het Grand Café Sihlporte in het Zwitserse Zürich. „In 1935 keerden de Internationals terug naar Nederland, maar Louis ging alleen verder in Engeland. Vanaf dat jaar was hij als Jood ”ongewenscht” in Duitsland.”

Terug in Nederland, onderweg naar Groningen, verongelukte Louis de Vries bij Hattemerbroek. Hij overleed op 5 september 1935 in het Rooms-Katholiek Ziekenhuis in Zwolle. „Zijn zus Clara –ook bekend muzikante in die tijd– werd in 1942 in Auschwitz vermoord. In Rotterdam is een straat naar haar vernoemd.”

Puzzel

Het belangrijkste stukje in de puzzel van zijn leven is toch wel dat hij iets meer weet over de laatste jaren van zijn opa Levie. „Hij is van 18 juli 1942 tot en met 31 augustus 1943 in Westerbork geweest. Waarom hij daar zo lang kon blijven is onbekend. Hij was lange tijd vrijgesteld van transport omdat zijn vrouw Hendriëtte door de Joodse Raad ”gesperrt” was. Waarom, dat was is niet bekend.”

Levie werkte bij een landbouwer in de omgeving van het kamp in Drenthe en er is geprobeerd hem uit het kamp te krijgen, blijkt uit correspondentie van het Rode Kruis, Kamp Westerbork en het Joods Maatschappelijk Werk in Amsterdam.

Op 31 augustus 1943 werd hij toch op transport gezet in de trein naar Auschwitz. In totaal zaten er 1004 mensen in de trein van wie er circa 500 direct de gaskamers in gingen. Levie werd waarschijnlijk te werk gesteld, maar dat is nergens vastgelegd. „We weten eigenlijk alleen dat hij in Polen is overleden of vermoord. Het kan door uitputting, ziekte, honger, geweld of de gaskamer zijn geweest. In elk geval is hij ten gevolge van de oorlog en het handelen van de vijand van toen om het leven gebracht.”

Ds. De Vries vindt het wel frustrerend dat er geen graf, geen document, niets is. „Zijn overlijdensdatum is vastgesteld op 31 maart 1944. Dat was toen een gebruik bij het Rode Kruis. Als een datum van overlijden niet vastgesteld kon worden, dan werd een datum gekozen waarbij werd aangenomen dat iemand niet meer in leven was.”

Een keer naar Auschwitz reizen, dat zou hij alleen willen doen om dan het echte spoor, de laatste treinreis van opa Levie te volgen. „Ik zie ertegen op om Auschwitz zelf te bezoeken omdat ik me afvraag of het wel iets toevoegt. Dat is een plek waar zó veel, honderdduizenden Joden, werden omgebracht. Maar ik vind er niets terug van hem. Ik vraag me bovendien af of ik het wel aankan.”

Hebreeuws leren

De predikant vindt het mooi dat zijn kinderen ook zeer geïnteresseerd zijn in de familiegeschiedenis, in de band met Israël en het Jodendom. „Onze dochter Hanna (27), die in Groningen studeert, bezoekt nu regelmatig de synagoge in Groningen, waar ook onze betovergrootmoeder Hendriëtte Cohen (1846-1943) ooit rondliep. Ze leert daar, op die plek, Hebreeuws.”

Dochter Rebekka (24) wijdde op het Dockinga Collega (havo) haar profielwerkstuk aan het onderwerp. ”De Tweede Wereldoorlog. Hoe heeft mijn familie deze oorlog beleefd?”, zo noemde ze haar werkstuk. Ze schreef daarin: „Ook mijn familie kreeg een stempel met de letter J in hun persoonsbewijs, zodat ze geïdentificeerd konden worden. Mijn familie moest ook gebruikmaken van distributiebonnen die ze op bepaalde tijdstippen mochten inwisselen voor voedsel en kleding. Dit konden ze doen in speciale winkels voor Joden. Net als andere Joden moest ook mijn familie gebruikmaken van speciale zwembaden en speciale scholen voor Joden.”

Ze interviewde ook haar vader. Die vertelde haar toen waarom dat open einde, het niet weten zo moeilijk voor hem is. „In mijn werk als predikant merk ik hoe belangrijk het voor de verwerking is om te weten ”hoe het is gegaan”. Een begrafenis wordt zorgvuldig voorbereid. Rituelen vinden plaats en helpen bij het verwerkingsproces.”

Allemaal dingen die haar vader, Herman de Vries, aangaande zijn eigen opa niet kon meemaken. Dat maakte dat het verwerken, voor zover mogelijk, eigenlijk niet goed lukte. Het schrijven van ”Levie leeft” heeft ertoe geleid dat hij het toch op een bepaalde manier heeft kunnen afsluiten. „Ik ben hier vanaf 2012 mee bezig geweest, heb het enkele jaren laten liggen, maar na mei van dit jaar besloot ik dat het af moest.

Op 19 mei dit jaar hebben we in Dokkum en hier in Ternaard een familiereünie gehad met vele mensen die nieuw in het leven van ons gezin gekomen zijn. Die ontmoetingen en gesprekken zijn helend geweest. Op 31 augustus is het precies 75 jaar geleden dat opa Levie werd weggevoerd. Met mijn familiedocument richt ik als het ware een steen op die hij nooit gekregen geeft.”

Vrede

Er is een vrede in zijn leven gekomen die hij naar eigen zeggen nog niet eerder heeft gekend. „Ik sta nu steviger. Meer in balans. Ik vind het ook wel spannend om mezelf nu zo bloot te geven, want moet iedereen dit weten? Maar ik weet ook: dit verhaal maakt mij meer compleet. Mensen kennen mij als Herman F. de Vries, maar velen hebben moeten gissen waar die F voor stond. Herman Frederic de Vries, kleinzoon van Levie de Vries. Was de oorlog niet uitgebroken dan had ik ook zo geheten: Levie de Vries. Daarom voelt het voor mij dat het verhaal met de dood van mijn grootvader niet voorbij of gestopt is. Nee, Levie leeft.”

Meer informatie en/of bestellingen via het e-mailadres levieleeft@gmail.com.