Ds. C. J. Meeuse: Leren van kwestie-Kok

Scheuring 1953
Ds. R. Kok op de kansel in Veenendaal. Beeld Collectie Den Hertog Houten Collectie Den Hertog Houten
2

„Een van de doelstellingen van deze studie is het vergroten van het inzicht in het ontstaan van kerkelijke conflicten”, zo schrijft ds. Golverdingen ergens in zijn proefschrift. Ik zou er de wens aan toe willen voegen dat ze ook mag dienen om dergelijke conflicten in de toekomst te voorkomen. We moeten leren van de geschiedenis of moeten deze opnieuw beleven.

In zijn studie heeft de promovendus een vervolg geschreven op zijn doctoraalscriptie ”Om het behoud van een kerk. Licht en schaduw in de geschiedenis van de Gereformeerde Gemeenten 1928-1948”. Heel grondig schetst hij een aantal ontwikkelingen die de vernieuwing van het min of meer independente kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten tot een meer presbyteriale gemeenschap vergezelden. Deze vernieuwing ging vaak gepaard met verwarring, en dit bracht hem tot de titel van zijn dissertatie.


Na een eerste hoofdstuk over het tijdsbeeld van 1945-1950 geeft hij aandacht aan een scala aan nieuwigheden, zoals het ontstaan van de Driestar als normaalschool, het zendingswerk, het Landelijk Verband van Jongelingsverenigingen, het werk onder de militairen in Indië, de prekenserie ”Uit de Schat des Woords”, het Landelijk Verband van Meisjesverenigingen en dat van Zangverenigingen, de Vereniging van Organisten en De Kleine Gids. Daarna komen een aantal hoofdpersonen aan de orde en hun onderlinge wrijvingen.


Hoofdpersonen

In de consistorie van de gereformeerde gemeente van Rotterdam-IJsselmonde hangt de Bijbeltekst: „Eén is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders” (Matth. 23:8b). Deze woorden van de Zaligmaker moeten in het hart van alle ambtsdragers leven – zonder dat gaat het niet goed. Uitvoerig beschrijft ds. Golverdingen hoe diverse predikanten zich verhielden tot ds. R. Kok, die een centrale positie in deze studie gekregen heeft. Uiteindelijk loopt het uit op zijn schorsing en de breuk tussen de gereformeerde gemeente van Veenendaal en het landelijk kerkverband. Ongetwijfeld is geprobeerd een eerlijke weergave te geven van de intenties en standpunten van mannen als ds. G. H. Kersten, ds. A. Verhagen, dr. C. Steenblok, ds. R. Kok en andere betrokkenen.


Indrukwekkend en overtuigend komt naar voren hoe ds. Kersten met ds. Kok kon omgaan en de gave had om de divergerende krachten bij elkaar te houden en te binden. Na het sterven van ds. Kersten blijken echter degenen die een breuk zochten, de overhand te krijgen en waar heerszucht de kop opsteekt, kwijnt de broederliefde.


Hoofdprobleem

Het is niet eenvoudig om de op­vattingen van ds. Kok ordelijk weer te geven, temeer omdat hij nogal eens ondogmatische opmerkingen maakte in zijn preken en geschriften, die aanleiding konden geven tot misverstanden en die hij later dan ook wel herriep of corrigeerde. Ongetwijfeld was hij dikwijls eenzijdig, maar niet altijd bracht hij in andere preken dan het evenwicht aan, zoals onze oudvaders dat wel deden. Slordige formuleringen, zo blijkt ook uit deze studie, veroorzaakten dan beschuldigingen die de perken te buiten gingen. Is de aanbieding van de genade of van het genade­verbond hetzelfde als het deelhebben aan de beloften, of ligt hiertussen een wezenlijk verschil? Is het wel juist om te spreken van het aanbieden van beloften, of moeten we niets aanbieden, maar het genadeverbond alleen maar voorstellen, zoals dr. Steenblok wilde? Is het verschil tussen het wezen van het verbond en de bediening ervan slechts een dogmatisch onderscheid, of moet het duidelijke consequenties hebben voor de prediking?


Zaken als deze waren vaak niet goed doordacht, en op de synode waarop hij werd geschorst, heeft ds. Kok velen tegen zich in het harnas gejaagd door het aanbod en de belofte te vereenzelvigen. Ds. Golverdingen ziet dit als een begripsverwarring, maar ik denk dat het wel een levensgevaarlijke verwarring is als daardoor iedereen die de genade aangeboden wordt, gaat denken dat de ver­geving van zonden en het eeuwige leven hem al beloofd zijn.


Lessen

Als we een boekwerk als dit ter hand nemen, moeten we ons altijd afvragen wat we door het lezen ervan kunnen leren. Laten we het niet misbruiken om een oude strijd met hete hoofden en koude harten nieuw leven in te blazen, want het echte leven zal er dan in gemist worden. Wie niet van het verleden leren wil, zal ervaren dat hij met schade en schande dezelfde fouten zal maken als die gemaakt zijn door het voor­geslacht. Laat het ons opscherpen in een zorgvuldig formuleren van de waarheden van Gods Woord en een vermijden van gevaarlijke dubbelzinnigheden.


Maar laten we in de beoordeling van elkaar toch ook oog en hart hebben voor de intenties die de ander drijven. Vanuit de ootmoed van de liefde strijden we tegen partijschappen als in Korinthe en respecteren we de integriteit en zeker ook de drijfveer van de liefde die het behoud van mede­mensen zoekt. En deze liefde was er bij ds. Kok onmiskenbaar, zo weet ik uit het getuigenis van mijn ouders, die bij hem belijdeniscatechisatie volgden. „De leraren zoeken allen het hunne”, zo klaagde een ouderling op de ouderlingenconferentie in 1949 – maar als de liefde van Christus ons dringt, zoeken we onszelf niet.



Aan de Theologische Universiteit Apeldoorn van de Christelijke Gereformeerde Kerken promoveerde ds. M. Golverdingen begin maart op een proefschrift over „de Gereformeerde Gemeenten van 1946 tot 1950.” Een tijdvak dat zich volgens de emeritus predikant uit Dordrecht laat omschrijven met de begrippen „vernieuwing en verwarring” – de titel van zijn studie. Uitvoerig komt hierin de ”kwestie-Kok” aan de orde. De generale synode van de Gereformeerde Gemeenten schorste deze Veenendaalse predikant in 1950, waarna hij met een groot deel van zijn gemeente buiten het kerkverband kwam te staan. Nadien sloot ds. R. Kok zich aan bij de Christelijke Gereformeerde Kerken. Omdat de dissertatie van dr. Golverdingen drie kerkverbanden raakt –de Gereformeerde Gemeenten zelf, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland– is aan drie predikanten gevraagd het boek te bespreken: ds. C. J. Meeuse, predikant van de gereformeerde gemeente te Goes. Op de volgende pagina’s ds. P. D. J. Buijs, predikant van de christelijke gereformeerde kerk te Ede, en ds. J. Roos, predikant van de gereformeerde gemeente in Nederland te Barneveld.



Boekgegevens

Vernieuwing en verwarring, dr. M. Golverdingen;
uitg. Den Hertog, Houten, 2014; ISBN 978 90 331 2602 4; 347 blz.; € 47,50.


Lees meer in Digibron

Kennismaking met dr. C. Steenblok door ds. M. Golverdingen (2) (De Saambinder, 03-06-2010)

Kennismaking met dr. C. Steenblok door ds. M. Golverdingen (1) (De Saambinder, 27-05-2010)

Pijnlijk misverstand rond ds. R. Kok (Reformatorisch Dagblad, 17-12-2007)

“Ontslag dr. Steenblok en schorsing ds. Kok onjuist”: Ds. Golverdingen spreekt op symposium GG (Reformatorisch Dagblad, 08-10-2007)

Een scheur die niet geheeld kon worden: Ds. Moerkerken: Bij ds. Kok willen we onderscheid maken tussen zijn persoon en zijn schorsing (Reformatorisch Dagblad, 25-05-2000)

De schorsing van Ds. R. Kok (De Saambinder, 09-02-1950)

De schorsing van Ds. R. Kok (De Saambinder, 02-02-1950)