De weg van kunst kijken naar kunst kopen

2

Een boek dat is geschreven voor iedereen die van kunst houdt. En erover denkt ook eens wat te kopen. Nee, natuurlijk niet als investering. Maar gewoon iets wat je mooi vindt. Wat mooi blijft ongeacht een waardestijging of -daling.

Deze aspirant-kopers moeten hun eerste aankoop vooral even 407 bladzijden uitstellen. Dat levert hun wijsheid op, voorzichtigheid en kennis van zaken. Hoewel Klerkx en Van Gelderen in hun boek vooral uitgaan van het kopen van moderne, hedendaagse kunst, gelden de meeste spelregels ook voor oudere en oude kunst.

De eerste obstakels die weggenomen moeten worden, zijn de vooroordelen. Kunst bijvoorbeeld kan wel, maar hoeft niet altijd duur te zijn. Kopen van kunst is niet een elitair aardigheidje, maar is bereikbaar voor iedereen. Het is niet alleen te koop in chique galeries; je hoeft er niet per se voor naar de Maastrichtse beurs Tefaf, je kunt ook terecht op veilingen, in antiquariaten, op rommelmarkten, in restaurants, op Marktplaats of Catawiki.

De vraag wat nu eigenlijk kunst is, kun je beter in je fietstas laten zitten. Wie bepaalt het? In deze eeuw reikt het begrip kunst veel verder dan een schilderij of een sculptuur, een tekening of een druk. Het kan een installatie, een geluid of een idee zijn. Het gaat soms minstens zo veel om het concept als om de uitwerking ervan. Kunst kent geen afmeting, geen soort, geen bepaald materiaal. „In het huis van de kunst is plaats voor iedereen”, zeggen de schrijvers. Uitnodigender kan het niet.

Het geeft je de vrijheid om je eigen smaak te ontwikkelen, je eigen pad te kiezen en je vooral niet door anderen te laten gezeggen wat je mooi moet vinden. En, koop nooit kunst als investering. Kunst is louter een investering in jezelf; het is geen onroerend goed, het gaat vooral om ontroerend goed. Omdat het bij je past, omdat jij er iets mee hebt. Al zin om –opgelucht– het boek verder te lezen? We zijn nog maar op bladzij 11, het voorwoord.

Kijken naar kunst

Klerkx en Van Gelderen halen zichzelf even in met het tweede hoofdstuk. Daar gaat het over de vraag wat kunst is. Dus toch... Nee, ze blijven erbij: alles is kunst en kunst is overal. Maar je kunt er op verschillende manieren naar kijken. „Voor Andy Warhol was kunst een manier om gebruiksartikelen als soepblikken, schoenen, bloemen en zeepdoekjes te celebreren met de nadruk op herkenbaarheid, herhaling en monotonie.” Voor anderen is kunst „geworteld in ambacht, in techniek en kleurgebruik, in perspectief. Weer anderen zien kunst als activistisch medium, bedoeld om de arbeider te verheffen.” Dit vinden de schrijvers een inmiddels achterhaald concept, „alhoewel de Chinese kunstenaar Ai Weiwei zijn kunst succesvol inzet om maatschappelijke kwesties –bijvoorbeeld het lot van vluchtelingen– aan te kaarten.”

Er volgt een stoomcursus naoorlogse en hedendaagse kunst, informatieve hoofdstukken over verzamelgebieden, over sociale media. De schrijvers nemen je mee op kunstsafari’s naar het hoge noorden, naar Den Haag en Antwerpen. Naar beurzen en veilingen, naar kunstgaleries. Ze spreken met allerhande verzamelaars, die ze tips ontfutselen. Bovendien trakteren ze op lijstjes: dertig handige termen om uit je hoofd te leren, tien aanbevolen boeken over de kunstwereld, tien over het verzamelen van kunst, tien kunstblogs, privémusea en internationale websites. Het is een duizelingwekkende hoeveelheid informatie.

Nog één paragraaf mag niet onvermeld blijven. Omdat ieder tenslotte een beetje ramptoerist is, omdat iedereen zelf de valkuilen wil ontwijken: kunst & ellende. Het is niet altijd rozengeur en zonneschijn; er is oplichterij en vals werk. Ook bij kunst geldt: als iets te mooi is om waar te zijn, is dat meestal ook zo.

Al eerder is gemeld dat de schrijvers georiënteerd zijn op moderne kunst. Als ze verwijzen naar het bibliografisch naslagwerk voor de schilderkunst (1740 tot 1950), noemen ze de schrijver Arie Scheen (1916-2003). Dat zou Pieter Scheen vast niet leuk hebben gevonden.

Boekgegevens

Ontroerend goed. Van kunst kijken naar kunst kopen, Manuela Klerkx en Oscar van Gelderen; uitg. Meulenhof, Amsterdam, 2018; ISBN 978 90 290 9150 3; 408 blz.; € 19,99.