De waarde van een vrij geweten volgens Amanda Kluveld

In het verhaal van de Disneyfiguur Pinokkio wordt het geweten verbeeld door Japie Krekel. beeld Walt Disney Productions
2

Dr. A. A. Kluveld geeft in haar boek ”Gewetensvrijheid in het geding” een boeiende dwarsdoorsnede van de rol van gewetensvrijheid in de SGP vroeger en nu.

De waarde van ons geweten krijgt alom weer volop aandacht. Denk aan D66-leider Pechtold, die enkele maanden geleden betoogde dat de wens van D66 omtrent het zelfgekozen levenseinde voor zijn partij een gewetenskwestie was. Ook in allerlei beroepsgroepen wordt er opvallend veel nadruk gelegd op integriteit en de noodzaak van het geweten daarbij. Het is dan ook van groot actueel belang dat historica dr. A. A. Kluveld, met een studiebeurs van het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP, onlangs een toegankelijke studie publiceerde: ”Gewetensvrijheid in het geding. Het relationele geweten ondervraagd”.

De ondertitel geeft de inhoud van haar boek treffend weer. Kluveld –zelf niet tot de SGP-achterban behorend– geeft een boeiende dwarsdoorsnede van de rol van geweten en gewetensvrijheid in de SGP van vroeger (met name ds. Kersten) en nu. Dus ook de consciëntie van de SGP-politici zelf wordt ‘ondervraagd’, met name op het principiële dilemma van godsdienstvrijheid voor moslims.

Overigens, de gewetensvrijheid in de rechtspraktijk betreft doorgaans de vrijheid om te handelen zoals het geweten ingeeft, juist wanneer dit strijdt met de wet. We moeten het dus onderscheiden van het begrip gewetensvrijheid zoals dat binnen de SGP vanouds wordt gebruikt, namelijk het recht om gevrijwaard te blijven van onderzoek naar de persoonlijke geloofsovertuiging. Deze vrijheid staat binnen en buiten de SGP niet ter discussie. In het boek lopen deze begrippen soms enigszins door elkaar heen.

Sprekende krekel

Kluveld begint met een uitvoerige analyse van het begrip geweten. Zeer interessant is ook hoe zij het verhaal van Disneyfiguur Pinokkio verwerkt, waarin het geweten wordt verbeeld door een krekel. Deze spoort Pinokkio aan om te fluiten bij verleidingen of tweesprongen.

Kluveld geeft de SGP en haar achterban in dit verband een cruciale, dringende boodschap: het geweten is niet alleen persoonlijk, het is ook relationeel. Het laat zich toetsen aan Gods Woord. Het is altijd bereid tot verantwoording. Het voelt de verantwoordelijkheid die we dragen tegenover onze naaste. Laat ons beroep op het geweten daarom nooit de indruk wekken van een ongrijpbaar innerlijk orakel, maar laten we zo veel mogelijk uitleggen waarom we niet anders kunnen. Een getuigenis dat duidelijk maakt dat het ons niet om persoonlijke expressie gaat, maar om het goede te doen – ook voor anderen. Staatkundige vrijheden zijn er immers om het goede te kunnen doen, niet voor zelfontplooiing.

Gewetensvrijheid nu

De hedendaagse rechtsliteratuur toont zich verlegen met gewetensvrijheid vanwege de veronderstelling dat het geweten individualistisch, oncontroleerbaar en oeverloos is. Meer of minder expliciet speelt de vrees: iedereen kan wel de gekste gewetensverplichtingen krijgen en de wet ontduiken. Dit ‘probleem’ is echter vooral theoretisch en blijkt in de praktijk niet zozeer een knelpunt te zijn.

Het is wel deze gedachtegang die mede knaagt aan de steun voor blijvende bescherming van gewetensvrijheid. In juridische discussies over gewetensvrijheid moet het genoemde relationele karakter van het weten dus hoognodig ter harte worden genomen. Wanneer een beroep op het geweten niet zo ‘oeverloos’ is als het lijkt, maar een goed geweten relationeel is, blijkt angst een slechte raadgever en blijft gewetensvrijheid beschermwaardig. De rechter mag op enigerlei wijze toetsen aan oprechtheid, consistentie en verantwoordelijkheidsbesef.

Van meer belang in de rechtspraktijk is de vraag of een afkeurenswaardige moraal (in de ogen van de heersende moraal) wel bescherming verdient. De christelijke ambtenaar die een uitzonderingspositie vroeg omdat hij het sluiten van homohuwelijken niet met zijn geweten kan verenigen, is de deur gewezen omdat de overheid zich als uitgesproken homovriendelijk wil profileren. Nu de populariteit van het moreel relativisme geheel voorbij is, laat onze cultuur enerzijds een herwaardering zien van het geweten en van een moreel kompas, en tegelijkertijd een sterkere behoefte om de moreel geladen wetgeving (vanuit individuele autonomie) te handhaven ten koste van gewetensvrijheid.

Het geweten van de SGP

Ds. Kersten maakte zich veelvuldig sterk voor de gewetensvrijheid van gezinnen die niet aan inentingen, verzekering of stemplicht konden meewerken. We moeten daarbij niet vergeten dat dit streven voor hem ondergeschikt was aan het terugroepen van het land naar de Bijbelse beginselen. Voor het ”faciliteren” van het ”niet-christelijk geweten” (tegen dienstplicht bijvoorbeeld) zag de vooroorlogse SGP geen noodzaak.

Kluveld omschrijft daarnaast ook beginselvastheid als een gewetensnoodzaak voor de SGP. Een van de meest aangevochten beginselen is dat van de ongelijke vrijheid voor verschillende godsdiensten en Gods ‘alleenrecht’ op gehoorzaamheid in de politiek. Dit leidt ook nu tot gewetensdilemma’s. Kluveld beschrijft uitvoerig de opstelling van de SGP-fractie van de gemeente Ede, toen daar enkele jaren geleden werd gedebatteerd over een nieuwe moskee. Overigens doet zij dat met opvallend inlevingsvermogen en respect. Kluveld waardeert ook de expliciete stellingname over godsdienstvrijheid in de bundel ”Gerechtigheid verhoogt een volk” (onder redactie van drs. J. A. Schippers, uitg. De Banier, 2016). Niet omdat daar een pasklaar antwoord in staat. Wel omdat deze de gewetensvolle worsteling onder woorden brengt en expliciet maakt in welke zin godsdienstvrijheid positief wordt gewaardeerd en in welke zin niet.

Tot slot de vraag aan de SGP: Hoe gaan we om met gewetensvrijheid nu, en hoeveel ruimte krijgen ”dwalende gewetens”? Kluveld onthoudt zich van een al te expliciet advies. Ik zou ervoor willen pleiten om de grote persoonlijke waarde van het geweten te onderkennen, en om die reden ook aan bijvoorbeeld hoofddoekdragers en rituele slachters uitzonderingen op wettelijke verplichtingen in beginsel toe te staan. Niet om dwalende levensovertuigingen gelijke vrijheid te geven – het SGP-standpunt over gebedsoproepen en godslasterlijke evenementen is van een andere orde. Maar laten we wel de waarde van het menselijk geweten inzien en erkennen.

De auteur is advocaat bij BVD Advocaten.

Boekgegevens

”Gewetensvrijheid in het geding”, dr. A. A. Kluveld; uitg. De Banier, Apeldoorn, 2017; ISBN 978 94 029 0147 4; 350 blz.; € 14,95.