De Vrije Universiteit schrijft geschiedenis

De Faculteit Geschiedenis aan de Vrije Universiteit (VU) viert de 100e verjaardag. beeld RD, Henk Visscher
2

De faculteit geschiedenis aan de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam viert de honderdste verjaardag en deelt uit. In 21 essays wordt een overzicht gegeven van de huidige werkwijze.

”Geschiedenis aan de Zuidas” is dus geen historisch overzicht van honderd jaar academische geschiedschrijving aan de VU, al besteedt prof. Fred van Lieburg daar in de inleiding wel aandacht aan. Terecht als je hoogleraren hebt gehad als Goslinga, Van Schelven, Smit, Van Deursen, Schutte en Kennedy.

In zijn inleiding gaat Van Lieburg ook in op speerpunten van de opleiding, zoals de interdisciplinaire aanpak, waarbij geschiedenis snel(ler) werd gecombineerd met theologie, economie en sociale wetenschappen.

De faculteit is geen gereformeerde en zelfs geen breed christelijke opleiding (meer). Van Lieburg: „Anno 2018 ziet de VU diversiteit als haar kracht, waarbij de verbinding met de voorheen geïdealiseerde christelijke wetenschapsbeoefening wordt gezocht in een uitgesproken stellingname: levensbeschouwelijke diversiteit hoeft niet te worden verdoezeld, maar dient te leiden tot veelzijdige discussie.”

Deze opmerking sluit aan bij zijn eerdere uitlatingen in Transparant (tijdschrift van de Vereniging van Christen-Historici), waarbij hij aangaf dat ook de Bijbel op de universiteit niet buiten de kritische methode valt. In mijn woorden: de academie erkent geen absolute autoriteit. Die positiebepaling kan en wil ik niet delen. Hoewel leerzaam vond ik de inleiding daarom ook pijnlijk. Overigens zijn Van Lieburgs inleiding en essayistische bijdrage wel lezenswaardig.

In de korte essays worden diverse onderwerpen uit verschillende periodes uiteenlopend benaderd. Van middeleeuwse studiebeurzen tot Chinese migratie. Wat ze gemeen hebben, is hun leesbaarheid en overzichtelijkheid. Voor geschiedenisdocenten en andere geïnteresseerden zijn er veel wetenswaardigheden, zoals het artikel van Petra van Dam over het ontstaan van het NAP.

Erg interessant is de bijdrage ”Uitdrijving van een demon in Athene” van dr. Jaap-Jan Flinterman. Rond 230 schreef de Griek Philostratrus over Apollonius van Tyana, die in de eerste eeuw na Chr. een duivel uitwierp. Het verhaal vertoont overeenkomsten met de geschiedenis waarbij Christus dat in Gardera deed. De vraag die Flinterman vervolgens opwerpt, is al oud. Is er sprake van een heidense imitatie van het Bijbelverhaal, of maken zowel de Evangelieschrijvers als Philostratus gebruik van toenmalige religieuze voorstellingen? In de 20e eeuw werd de tweede benadering dominant. Tussen de regels door lijkt hij er zelf ook gevoelig voor te zijn, al laat Flinterman absoluut ruimte voor de eerste opvatting.

Wat opvalt is de afwezigheid van de inzichten van J. R. R. Tolkien en C. S. Lewis. Zij meenden dat er in heidense religies mythen bestonden die later nadrukkelijk heilsgeschiedenis werden in de Bijbel. Zij meenden dat de Heilige Geest al in die religies werkte, zodat een bepaalde denkwijze later kon landen bij mensen. Noem het een voorwerk van de Heilige Geest, vergelijkbaar met de wording van de Griekssprekende cultuur voorafgaande aan de komst van Christus, zodat het Evangelie snel verspreid kon worden.

Een staaltje van goed archiefonderzoek is het artikel van prof. George Harinck over de Stonelezingen van dr. Abraham Kuyper. Hij maakt aannemelijk dat het bestaande beeld niet klopt dat er grote tijdsproblemen waren bij het vertalen van deze lezingen over het calvinisme. Het essay van Bertine Siertsema is niet zo luchtig. Naar aanleiding van nagelaten getuigenissen beschrijft zij gevangenen die in de Duitse kampen medisch werk deden, van wie een aantal geen medische opleiding had. Ze laat zien dat vooral de echte medici grote gewetensproblemen overhielden aan hun kamptijd, terwijl de leken nauwelijks weet hadden van de soms desastreuze gevolgen van hun handelen.

Ook beladen is het artikel van Bart Wallet over de VU en naoorlogs Joods vastgoed. De persoonlijke bijdrage van prof. Susan Legêne rond het overlijden van haar partner is zelfs teer.

Samenvattend is ”Geschiedenis aan de Zuidas” een afwisselende en toegankelijke bundel, maar wellicht niet aan te bevelen voor iemand die weinig heeft met academische geschiedbeoefening. Of daarom misschien juist wel…

Boekgegevens

Geschiedenis aan de Zuidas. Essays van VU-historici, Fred van Lieburg (red.); uitg. Prometheus, Amsterdam, 2018; ISBN 978 90 446 3835 6; 224 blz.; € 19,99.