De verstolen en schonkige hoekjes van Deventer

4

Honderden tekeningen maakte Peter Paul Hattinga Verschure. Van bekende, maar vooral ook van minder bekende, verstilde plekjes in ‘zijn’ stad Deventer. „Dan komt er een moment om al dat werk samen te vatten en te bundelen in een boek ”Zie de stad”. Deventer in tekeningen.”

Drie dingen moeten volgens Peter Paul Hattinga Verschure (65) duidelijk zijn. Hij is dan wel grafisch ontwerper, maar hij heeft he-le-maal niets met reclame. Evenmin loopt hij warm voor computers en ingewikkelde designprogramma’s. Hij houdt meer van papier, potlood en gum. Ten slotte heeft hij een voorkeur om in de buitenlucht te tekenen; en plein air. Nooit van een foto; dat werkt bij hem niet. „Zit ik eens te tekenen, komt er een man aan. Blikje bier in zijn hand, wat aangeschoten, beetje onvast ter been. Hij kijkt over mijn schouder mee en zegt licht lallend: „Waarom ga je nu zitten tekenen, een foto maken gaat toch veel vlugger?” Dat is nu juist de clou, ik wil helemaal niet vlug. Ik moet hier gewoon een tijdje zitten; het beeld om mij heen in mij opnemen en begrijpen.”

Zijinstromer

Hattinga is een zijinstromer in de IJsselvallei. Hij is geboren in Utrecht, getogen in Amsterdam. Na de kunstacademie in Den Haag had hij het westen wel gezien. „Ik kwam terecht in Deventer. Maar het had evengoed een stad in Limburg kunnen zijn.” De kunstenaar hield zich vooral bezig met het ontwerpen van huisstijlen en logo’s en de vormgeving van boeken. Daarnaast was er tijd voor het vrije tekenvak. „Mijn tekenspullen had ik altijd bij de hand. Mooie, pittoreske of juist dramatische plekjes liggen voor het oprapen. Je hoeft maar op je fiets te stappen.” Logisch dat de meeste tekeningen in Deventer zijn ontstaan; dat is voor hem naast de deur.

”Zie de stad” is een kijkboek dat gaat over zien. „Het is geen geschiedschrijving, ik leg vast wat ik waarneem. In 25 jaar –een generatie– ontstond een enorme collectie tekeningen. Werkjes die elk een eigen waarde hebben, maar in een boek pas een geheel vormen. Vergelijk het met handgevormde bakstenen. Elke steen is uniek en heeft een eigen uitstraling. Maar een stapel bakstenen vormt nog geen huis. Wel, de tekeningen noem ik bakstenen, het boek is het huis.”

Volgens Hattinga is het boek bestemd voor een brede doelgroep. „Eigenlijk is het voor iedereen die geïnteresseerd is in tekenkunst, in topografie, geschiedenis of –heel belangrijk– architectuur. In de praktijk zal het werk natuurlijk de meeste aftrek vinden in Deventer.”

Dat het een boek werd over Deventer, is volgens Hattinga toeval „omdat ik nu eenmaal in deze stad woon. Ik zou precies zo’n boek gemaakt kunnen hebben over Teheran, Denver, Kaapstad of het Oezbekische Samarkand. Hoewel, ik zie Deventer als voorbeeld van een gemiddelde West-Europese stad met een middeleeuwse oorsprong. Het had ook Zwolle kunnen zijn of Zutphen. Maar niet Caracas, dat is een ander verhaal. Door de krottenwijken is dat soort steden ongebreideld uitgedijd; ze hebben niet een stedenbouwkundig geplande structuur.”

De stad als proces

Blikvangers in een stad zijn vooral de hoge bouwwerken: kerken, wolkenkrabbers, bruggen. „Dat is te begrijpen, maar die uitspringende gebouwen vormen maar één aspect van de stad. In mijn boek wil ik aantonen dat de stad niet een beeld of een plaatje is. Ik zie de stad als dynamiek, als een proces waarin mensen werken, wonen en leven. Daar horen ook de sirenes bij, het carillon in de toren, platgetrapte kauwgum op de stoep en andere droesem van de straat. Alles wat de stad tot stad maakt wil ik in tekeningen vangen. Dus ook de steegjes, de verweerde muren, de vastgekluisterde fietsen aan de brug en de foutgeparkeerde auto’s.”

Kerken en torens zijn niet ‘los verkrijgbaar’ bij Hattinga. „Ik heb steeds het oog op de stad gehad, niet zozeer op speciale gebouwen. Het gaat me om toevallig binnenkomende momenten, waarvan ik dacht: die moet ik vastleggen. Als vanzelfsprekend zie je regelmatig kerkgebouwen opdoemen als onderdeel van het totale stadsbeeld. De toren van de Lebuinuskerk en de Bergkerk zie je vanuit allerlei hoeken en gaten tevoorschijn piepen.”

„Mijn onderwerpen benader ik journalistiek. Als een waarnemer registreer ik wat ik zie. Tegelijk onthoud ik me van een persoonlijk oordeel.” Bij die onderwerpen horen volgens Hattinga evenzeer de verstolen hoekjes die je niet terugvindt op toeristische kaarten. Maar ook bouwputten, archeologische opgravingen en de restauratie van de riolen in de ‘onderstad’. „Juist door het tekenen van slooplocaties en door daar later weer terug te komen, ontstaat er een beeld van de nieuwe architectuur in een stad.”

Buiten de deur

Een stadstekenaar staat in een eeuwenoude traditie. Veel beroemde schilders namen het in het verleden minder nauw met de werkelijkheid. Zij poetsten rustig een minder fraai huis weg of voegden juist een oud pandje toe. „Hoe nadrukkelijk die aandrang ook aanwezig kon zijn, voor mij bestond nooit die verleiding. Vreemd genoeg is een tekening of schilderij altijd mooi. Alleen het gebruik van waterverf werkt al idealiserend. Zien mensen de geschilderde situatie in het echt, dan zeggen ze: wat een troep is het hier. Dat kan ik niet voorkomen. Maar ik heb in mijn tekeningen altijd gestreefd naar de waarheid – althans mijn waarheid. Zoals ik de dingen zag en vertaalde op mijn papier. Een fiets tegen een huis, een afvalcontainer op de stoep al dan niet met een hondendrol ernaast, het hoort erbij. Het maakt deel uit van die plek.”

Hattinga denkt niet lang na over de vraag welke stadsschilders hem vooral aanspreken. „Breitner (1857-1923) is iemand die heel dicht bij mij staat, juist vanwege zijn onderwerpkeuze. Hij schilderde niet alleen bouwputten, maar ook trams op een regenachtige avond op de Dam, of mensen op een schaars verlichte brug. Er is een prachtige serie schilderijen van zijn hand van Oud-West, de Bijlmer van zijn tijd. Maar ik waardeer minstens zoveel het werk van Breitners tijdgenoot Willem Witsen, die zich juist liet inspireren door de schonkige hoeken van de stad, de vochtige, krottige delen, die er zoveel waren. Bovendien betrok zowel Breitner als Witsen de weersomstandigheden heel erg bij zijn werk. Geen mooiere natte regenschilderijen dan die van Breitner, en geen schonere prenten dan de mistige doorkijkjes van Willem Witsen.”

Waarnemer

Hattinga is naast ontwerper en tekenaar ook meteorologisch waarnemer. „Al vanaf mijn jeugd ben ik geïnteresseerd in weer en weerkunde. Ook in mijn tekenwerk kom je alle soorten weer tegen. Toen het KNMI in de jaren 60 een netwerk van waarnemers opbouwde, meldde ik me aan. In dagboeken beschrijf je de wolken en allerlei optische weersverschijnselen. Toen het KNMI het vrijwilligerswerk afstootte, heb ik het voortgezet. Inmiddels is er een geweldig uitgebreid archief ontstaan. Dat wil ik graag toegankelijk maken. Al die formulieren, die tekeningetjes, verslagjes moeten ook een keer worden samengevat en op een aantrekkelijke manier worden gepresenteerd.”

Boekgegevens

Zie de stad. Deventer in tekeningen, Peter Paul Hattinga Verschure; uitg. Walburg Pers; 256 blz.; € 49,95.

Boven- en onderstad

Deventer. „Het zijn niet zozeer de op zichzelf staande details, gebouwen, straten en pleinen die me vertrouwd zijn, maar eerder een patroon van ruimten en vormen, kleuren, geuren en geluiden dat onbewust in mijn geheugen blijkt te zijn opgeslagen.” Peter Paul Hattinga Verschure neemt de lezer mee op zijn zwerftochten door Deventer. Hattinga doorkruist de stad willekeurig en legt op allerlei plaatsen iets vast van wat de stad tot stad maakt. Wat natuurlijk geldt voor iedere stad. Daarom is dit boek niet alleen voor Deventenaren.

Het boek, waarin zo’n 200 tekeningen van Hattinga zijn opgenomen, heeft een doorzichtige structuur. De kunstenaar trekt een zestal geografische ringen, te beginnen bij de Deventer Veste, het oude centrum van de stad dat wordt begrensd door de middeleeuwse stadsmuren. Vervolgens beeldt hij de grachten en wallen uit, waarna hij zich buiten de veste –in de stadsuitleg– waagt. De vierde zone zijn de omlanden, waartoe ook de nieuwe wijken behoren. De rivier met haar dijken en uiterwaarden is in de vijfde zone te vinden De zesde ten slotte is zeker niet de minste: de onderstad. „Het is de bloedsomloop van Deventer met kabels, buizen, leidingen, tunnels en riolen.”

”Zie de stad” is tot en met 19 april te zien in architectuurcentrum Rondeel, Assenstraat 14 in Deventer.