De kleurrijke wereld van Leo Timmers

Illustratie uit ”Een huis voor Harry”. beeld Leo Timmers
8

Hij heeft een la vol schetsboekjes met halve verhalen, maar is niet snel tevreden over wat hij bedenkt. De Vlaamse illustrator en schrijver Leo Timmers zoekt graag verder en probeert –zoals hij dat zo mooi zegt– ideeën te betrappen. Het levert prentenboeken vol kleurexplosies op die soms misschien eenvoudig lijken, maar die stiekem tot in de puntjes werden doordacht.

Ontspannen zit Leo Timmers (1970) tussen de kinderen van groep 3 van de Amsterdamse Corantijnschool. Ter ere van de Nationale Voorleesdagen leest de auteur uit Brussel op meerdere plekken in Nederland voor uit ”Een huis voor Harry”, het prentenboek dat de hoofdrol speelt tijdens de voorleescampagne.

Zijn manier van voordragen –kalm tempo, warme stem– heeft iets rustgevends. Handig pareert hij de opmerkingen die de kinderen maken. „Zoveel borden, dat kan helemaal niet”, klinkt het, als op het digibord een illustratie uit het boek verschijnt, van een wirwar aan verkeersborden die elkaar soms tegenspreken. Timmers weet er wel raad mee: „Heb jij nog nooit zoveel borden gezien? Nee hè? Gelukkig kan het in mijn boek allemaal wel.” En, bij een foto van zijn wollige ragdollkat: „Dit is Billy, over hem gaat het boek. Ik heb hem in het verhaal expres Harry genoemd, anders zou hij veel te beroemd worden en zou iedereen hem herkennen.”

Je zou haast denken dat het Timmers’ liefste werk is: met zijn boeken het land in. Maar niets is wat het lijkt, blijkt als het voorleesmoment klaar is en Timmers –even bedaard als vriendelijk– tijd neemt om te vertellen over zichzelf en over zijn letterlijk kleurrijke werk vol auto’s, vreemde voertuigen en dieren met grote witte ogen.

”Een huis voor Harry” gaat eigenlijk over hemzelf, zegt hij. Harry is een echte binnenkat. Net zoals hijzelf graag in zijn eentje aan het werk is. In het verhaal wint Harry’s nieuwsgierigheid het echter en gaat hij achter vlinder Vera aan. Hij verdwaalt, maar maakt ook vrienden. „Het is een boek over naar buiten treden. Over niet bang zijn voor nieuwe ontmoetingen. Ik heb daar zelf letterlijk mee leren omgaan. Als kind was ik verlegen en ik had ook nog eens dyslexie: kon moeilijk lezen, draaide cijfers om, kwam op school slecht mee. Dus dook ik de tekenwereld in. Daar kon ik uitblinken.”

Met zijn tekenwerk oogstte de jonge Timmers succes en na zijn opleiding in Hasselt –publiciteit en grafische vormgeving– werd hij illustrator. „Niet bepaald een beroep dat helpt bij het naar buiten komen. Ik heb op een gegeven moment zelf de stap genomen en me de vraag gesteld: waarom ben je er eigenlijk zo bang voor? Sindsdien dóe ik het gewoon. En het fijne van ouder worden is dat je je steeds zekerder voelt.”

Leo Timmers, die kennen we van boeken vol kleur, van drukke composities, met veel voertuigen. ”Een huis voor Harry” is heel anders.

„Dit is geen boek dat zich leent voor uitbundige tinten. Dat past niet bij de sfeer van het verhaal. Ik heb met dit prentenboek geprobeerd om qua kleurgebruik een andere toon te vinden. Toen het boek werd gekozen tot Prentenboek van het jaar maakte dat mij duidelijk dat het een kant is die ik meer kan onderzoeken. Ik wilde het heel eenvoudig houden, dat was voor mezelf ook een uitdaging. Het moest natuurlijk wel boeiend blijven – en grappig.”

Uw vader was kunstschilder, drie ooms hadden een garage. Dat verklaart alles!

„Mijn vader is nog steeds kunstschilder, kunstenaar eigenlijk. Hij is 79. Ik ben inderdaad opgegroeid tussen de schilderijen. Op mijn tiende kreeg ik van hem een tekentafel. Het is de tafel waar ik nu nog steeds aan werk.

Drie broers van mijn moeder, inmiddels overleden, hadden een garage. We speelden graag verstoppertje in de garage. Een van de ooms, nonkel Jef, een wijs en belezen man, had zelf geen rijbewijs. Ik schreef ”Garage Gust”, waarin garagehouder Gust op de fiets naar zijn werk gaat, als kleine hommage aan hem.

Het kan niet anders dan dat mijn voorliefde voor voertuigen die je in mijn werk ziet uit mijn jeugd afkomstig is. Zelf heb ik eigenlijk helemaal niets met auto’s. Ik reis veel liever met de trein. Dat ik graag voertuigen teken, is omdat er beweging in zit. Daar krijg ik ideeën van. In slapstick –ik kijk graag films– zie je om die reden ook vaak iets met voertuigen gebeuren.

Het leuke is ook dat je ze allerlei vormen kunt geven. Zo tekende ik in ”Aap op straat” een bakfiets die tegelijk filmprojector is.”

U tekent én schrijft, maar moet ook heel handig zijn, gezien alle bijzondere uitvindingen in uw boeken.

„Behalve kunstenaar is mijn vader ook technisch tekenaar. In onze garage thuis hadden we allerlei gereedschap. In mijn kindertijd heb ik werkelijk van alles gemaakt. In de boekenkast stond een boek met schetsen van de uitvindingen van Leonardo da Vinci. Een kruisboog bijvoorbeeld. Die maakte ik dan na.”

Ideeënla

Het ontstaan van ”Een huis voor Harry” was een zware operatie (zie ”Herkenbaar oeuvre”), maar inmiddels bruist de Vlaamse illustrator van de plannen. Met zijn uitgever besprak hij onlangs zes nieuwe voorstellen, en in zijn atelier in Brussel ligt nog veel meer. „Daar heb ik een hele schuif” –hij lacht als het Vlaamse woord voor ”la” niet meteen landt– „vol ideeën.” Plannen die „halfgoed” zijn, volgens Timmers.

„Het zoeken naar ideeën vind ik één van de leukste dingen. Ik maak ruwe, kleine boekjes, vol schetsen. Ik probeer dat heel spontaan te doen, leg ze ook weer weg – en zoek méér ideeën. Wat is beter, wat mist er nog? Er moet in elk geval een interessante wisselwerking tussen tekst en beeld zijn, dat vind ik heel belangrijk.

Gewapend met penselen en verf ontstaat er uiteindelijk een boek – want tekenen op de computer is aan Timmers niet besteed. Hooguit gebruikt hij die voor kleurstudies, of scant hij een schets in om met de compositie te spelen.

Hondenhok

Achter Timmers’ schijnbaar eenvoudige prentenboeken zit een gedachte, die hij tot in detail uitwerkt. Alles moet kloppen. In ”Franky” (2014) –waarin Sam robot Franky bouwt– gaat het over communicatie. Franky spreekt robottaal, toch begrijpen ze elkaar. Juist daarom gebruikt Timmers in dat boek tekstwolkjes.

Zo’n plan ontstaat meestal gaandeweg. „Ik probeer ideeën te betrappen, heel spontaan. Ik maak heel veel schetsen, ben bang een goed idee over het hoofd te zien. Ik wil het onderwerp van alle kanten bekijken. Als ik een gevoel van uitputting opmerk, ben ik er bijna. Ik voel meestal vrij goed aan als het verhaal af is. Dan ben ik er helemaal klaar mee. Ik doe niet aan reeksen of een vervolg.

Ik moet elke keus voor mezelf kunnen verantwoorden. Waarom is het hondenhok in ”Een huis voor Harry” van hout en waarom is het geel? Omdat ik wilde dat het er bijna hetzelfde zou uitzien als het huis van Harry. Je moet toch kiezen, dan neem ik liever iets wat betekenis heeft. Een romanschrijver denkt toch ook na over hoe hij iets opschrijft?”

Veel van uw hoofdpersonen zijn dieren. Waarom?

„De combinatie van dieren en auto’s vind ik prachtig. Dieren zijn visueel ook interessanter dan mensen. Een olifant en een giraf op één plaat is veel boeiender dan twee mensen. En je bent meteen weg van de realiteit. In een wereld waarin alles kan.”

En die ogen?

„O, die ogen, daar wordt zoveel over gesproken. Is dat een probleem ofzo? Het is er gewoon ingeslopen, ze zijn in de loop van de tijd gegroeid. Misschien is het de verwondering die steeds groter wordt? Ik hou ook wel van overdrijven. Van een krokodil met wijd opengesperde bek, zoals in ”Boem”. Al zou ik die uitdrukking nu minder groot maken. Ik laat steeds meer aan de verbeelding over.”