De hobbel van de Kuyperbiografie

Abraham Kuyper
Kuypers werken verschenen in grote oplages en waren bedoeld voor een breed lezerspubliek, gericht als hij was op het gewone gereformeerde volk.  beeld RD, Anton Dommerholt
4

De biografie van Abraham Kuyper schrijven: dat is nog niet zo eenvoudig. Piet Kasteel, George Puchinger, Jeroen Koch en James D. Bratt deden een poging. Met meer en minder succes.

De eerste en de onvoltooide

Er zijn al wat levensbeschrijvingen van Kuyper verschenen –door onder anderen ds. W. F. A. Winckel (1919) en J. C. Rullman (1928)– als Piet Kasteel in 1938 met de eerste wetenschappelijke biografie over Kuyper komt. Kasteel, parlementair redacteur bij het Rotterdamse dagblad De Maasbode, schrijft zijn boek als proefschrift in de politieke en sociale wetenschappen aan de universiteit van Leuven.

In ”Abraham Kuyper” (uitg. Kok) beziet de rooms-katholieke promovendus Kuyper allereerst als „kerkelijke verschijning” (domineeszoon, student, predikant, kerkhervormer). Vervolgens tekent hij –het grootste deel van het boek– Kuyper als staatsman (met aandacht voor diens nationale, internationale en koloniale politiek). De biografie van Kasteel wordt alom positief ontvangen, ook in protestantse kring. Decennialang blijft zijn boek de enige wetenschappelijke Kuyperbiografie.

In de jaren 80 zet VU-historicus dr. George Puchinger –gepromoveerd op Colijn– zich na zijn pensionering aan de biografie van Kuyper. Daarbij heeft hij meerdere delen in zijn hoofd. In 1987 verschijnt deel 1: ”Abraham Kuyper. De jonge Kuyper (1837-1867)”, over de eerste dertig jaar van Kuyper. Het boek wordt positief ontvangen in de pers. Zo schrijft drs. K. Exalto in het hervormd-gereformeerde blad De Waarheidsvriend dat Puchinger als geen ander „de aangewezen en gekwalificeerde man” is om Kuypers biografie te schrijven. „Hij kent de bronnen, ook de geheel nieuwe die nog maar sinds kort zijn vrijgegeven, en heeft zich met de ‘gereformeerde wereld’, sinds de vorige eeuw intensief bezig gehouden”, aldus Exalto. Puchinger, die in 1999 overlijdt, komt echter nooit verder dan het eerste deel.

De gewraakte

Na Puchinger is het de rooms-katholieke historicus Jeroen Koch die in 2006, na zes jaar onderzoek, bij uitgeverij Boom een „intellectueelpolitieke biografie” van Kuyper uitbrengt. Het boek krijgt behalve waardering veel kritiek. Met name omdat de auteur op theologisch en kerkelijk terrein te weinig affiniteit toont met zijn onderwerp. Zo noemt dr. Niels van Driel in het CGK-blad De Wekker Kochs boek weliswaar een „vlot leesbare biografie”, maar constateert hij tevens dat het boek „is doorspekt van ironische en suggestieve taal, vergelijkingen en beelden, waarin hij zijn afkeer van Kuyper tot uiting laat komen.” Van Driels conclusie is dat Kochs boek is te typeren „als een extreem specimen van verzuilde geschiedschrijving.”

Historicus dr. A. Th. van Deursen is in het Reformatorisch Dagblad nog kritischer. Volgens hem was Koch ongeschikt voor het schrijven van Kuypers biografie. Koch kende diens persoon en wereld niet, gebruikte een beperkt aantal bronnen, terwijl de mensen die hij daarin tegenkwam hem vreemd bleven. Het hoofdprobleem, volgens Van Deursen: „Koch heeft geen zicht op dat gereformeerde leven. Wel maakt hij ons op haast elke bladzijde duidelijk dat de gereformeerde wereldbeschouwing zijn goedkeuring moet missen. Koch benadert het calvinisme ongeveer zoals de superieure negentiende-eeuwse westerling die glimlacht over de dwaze afgoderij van primitieve inboorlingen.” Het is „de taal van een libertijns pamflet”, aldus Van Deursen. „Deze biografie is waar noch waardig. Een overbodig boek, even arm aan informatie als aan leesgenot.”

De felle kritiek van Van Deursen wordt overigens bestreden door hoogleraren als dr. G. J. Schutte en dr. G. Harinck, die het boek van Koch begeleidden.

De eerste Engelstalige

In 2013 is het de Amerikaanse historicus James D. Bratt –verbonden aan Calvin College in Grand Rapids– die met ”Abraham Kuyper. Modern Calvinist, Christian Democrat” een nieuwe poging waagt om een compleet beeld van Kuyper neer te zetten. Het boek, uitgegeven bij Eerdmans in Grand Rapids, is de eerste volwaardige biografie in het Engelse taalgebied. De studie wordt in Amerika door wetenschappers als Richard Mouw en Nicholas Wolterstorff geprezen als een allesomvattende, zorgvuldige, gedetailleerde en niettemin goed leesbare biografie.

Dr. ir. J. van der Graaf plaatst in het tijdschrift Theologia Reformata echter vraagtekens bij de pretentie dat Bratts boek de „definitieve” biografie van Kuyper zou zijn. Niettemin noemt hij het boek „een veelomvattende biografie”, die „op veel punten bekend of herkenbaar” is. Tegelijk is Bratts boek volgens Van der Graaf „niet vrij van eenzijdigheid.”

Prof. dr. G. Harinck heeft in het Reformatorisch Dagblad veel waardering voor de „intellectuele biografie” van Bratt, die hij als een bedwinger van ”Mount Kuyper” tekent. Volgens Harinck is Bratt erin geslaagd de veelzijdige levensloop van Kuyper „in samenhang te bieden, prachtig opgeschreven en helder gecomponeerd in de drie delen ”Foundations”, ”Constructions” en ”Shadows”.” Het is „weldadig dat Kuypers religie bij Bratt, zelf een calvinist, niet een buitenissigheid is waarover de seculiere lezer zich verbazen kan, zoals bij Koch het geval was”, aldus Harinck. Ook al heeft hij kritiekpunten, Harinck roemt „de avontuurlijke zin en het doorzettingsvermogen” van Bratt, „die prachtige vergezichten oplevert en onder de indruk brengt van de grote prestatie die het bedwingen van Mount Kuyper is.”

En verder...

Behalve biografieën die een compleet beeld van Kuyper willen geven, verschijnen er de jaren door ook talloze boeken over deelaspecten van het werk en de wereld van deze veelzijdige persoon. In dit Kuyperjaar wordt daar nog het nodige aan toegevoegd. Een greep uit het aanbod:

-Historicus Johan Snel schetst in ”De zeven levens van Abraham Kuyper” (uitg. Prometheus) een portret van „een ongrijpbaar staatsman.”

-Journaliste Agnes Amelink –bekend van ”De gereformeerden”– biedt in ”Mijn Kuyper” (uitg. KokBoekencentrum) een reeks gesprekken met mensen „die een verhaal met Kuyper hebben.” Onder anderen Jan van der Graaf, Govert Buijs en Désanne van Brederode komen aan het woord.

-Historicus Rolf van der Woude geeft in ”Brouwer naast God” een biografie van ondernemer en filantroop Willem Hovy (1840-1915), vriend en rechterhand van Kuyper en onder andere betrokken bij de oprichting van de VU.

-Historicus Fred van Lieburg komt met ”Het volk achter de VU” (uitg. KokBoekencentrum), waarin hij aandacht vraagt voor de „crowdfunding voor een christelijke universiteit.”