De Bond van ds. Bert Louwerse

Ds. A. C. Louwerse (1943-2014) was jarenlang algemeen secretaris van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. beeld RD, Anton Dommerholt
2

„Weggaan hoeft niet te betekenen dat alles voorbij is en de sporen van een mens worden uitgewist.” Zo luidt de toelichting op een boek dat is uitgegeven ter herinnering aan ds. A. C. (Bert) Louwerse (1943-2014) als algemeen secretaris van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten.

Ds. Louwerse wordt in ”Weggaan en toch blijven” getypeerd als ”Mister Bond”, die de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten op de kerkelijke kaart heeft gezet en zich ontwikkelde als „een voorvechter van een open oecumenisch georiënteerde Bond.” De verzameling teksten van zijn hand in deze bundel legt daar getuigenis van af.

Intussen biedt het boek gelegenheid om kennis te maken met de kleine gemeenschap van de vrije evangelischen, met in totaal 37 gemeenten (bij de oprichting 5). Ik richt me met name op de afscheidstoespraak van ds. Louwerse zelf in 2006, met de titel ”Als ze kloppen, open niet”.

Ons arke

Ds. Louwerse verwijst naar een lied van de Vlaamse zanger Willem Vermandere, een kritische reflectie op kerkelijke afgeslotenheid:

„We kennen noch ure, noch dag noch nacht

niemand wil weg of wordt ergens verwacht (...)

Je went aan een leven zonder licht

onz’ ogen staan nu naar binnen gericht (... )

Midden in dat zalig en vredig gejoel

overvalt mie soms een beklemmend gevoel

ja diep in miezelf groeit de schrik met den dag

stel u voor dat ons arke nie meer varen mag

dat ’t water van tussen de bergen verdwijnt

en dat ’r overal weer vaste grond verschijnt.

Ach kinders blijft binnen en verroert u niet

als ze u roepen antwoordt niet

als ze kloppen, open niet

ach kwam er maar nooit een eind aan dit lied...”

Dit gevaar –aldus ds. Louwerse– bedreigt de gemeente van Christus vanaf het begin van haar bestaan: „Veilig en knus varen op de woedende golven van de levenszee.” Ds. Louwerse paste dit toe op zijn Bond.

De Bond werd in de negentiende eeuw opgericht door Jan de Liefde (Amsterdam) en Hermanus Willem Witteveen (Ermelo), uit onvrede met de situatie in kerk en samenleving. De Liefde was van oordeel dat de mens eerst van binnenuit moest veranderen, om vervolgens „de morele verheffing in goede banen te leiden.” Er was sprake van bekeringsprediking „vanuit een nabije wederkomstverwachting”, gepaard aan sociaal werk onder de armen. Men bleef verwant aan de Nederlandse Hervormde Kerk, maar men wilde in vrijheid met die verwantschap omgaan.

Beginselen

De Vrije Evangelische Gemeenten zagen af van belijdenisgeschriften als normerend voor het geloof. In hun Beginselen (1885/1888) werd gesteld: „Hoezeer we ook de belijdenissen der Vaderen waarderen, we kunnen ze niet voor afgesloten beschouwen, maar gaan voort te belijden, zoals de Heer door Zijn Geest ons verlicht en naar Zijn Woord doet verstaan.”

Toen de Bond in 1912 de ruimte van deze Beginselen dreigde op te geven en kwam tot een ontwerp van ”uniform belijden”, achtte ds. Marinus Mooij dit „vloeken in de vrije evangelische kerk”, reden waarom hij de Bond met zijn Ermelose gemeente verliet.

In de jaren zestig en zeventig keerde het tij, werd het stof van de Beginselen afgepoetst en het oorspronkelijke logo met de Christusbelijdenis –Jezus Christus, Zoon van God, Redder– weer geïntroduceerd. Maar intussen voltrok zich zo een nieuwe poging tot institutionalisering van de Bond. En dat riep dertig jaar later de vraag op of men toch niet „te kerkelijk” was geworden. Kortom, de spanning tussen instituut en beweging liet zich gelden.

Maar, zegt ds. Louwerse: „de gemeenten vormen de Bond.” Als hij vervolgens de vraag stelt: „Wie willen wij zijn?” dan ligt de nadruk op de gemeente. Men heet immers Vrije Evangelische Gemeenten, bestaande uit mensen onderweg, „die delen wat ze hebben ervaren en ontdekt met anderen.”

Ds. Louwerse spreekt er echter zijn zorg over uit dat men zich steeds meer gedraagt als een kerk. Welk onderscheid is er dan nog met andere kerken? Bij de zoektocht naar verwantschap met anderen komt ds. Louwerse terecht bij een geloofsgemeenschap die zowel het kerk-zijn als het bewegingskarakter in zich draagt. En dan ligt het voor hem voor de hand om allereerst de samenwerking te zoeken met de inmiddels gevormde Protestantse Kerk in Nederland. Op voorwaarde dat de Protestantse Kerk de zelfstandigheid van haar gemeenten zal weten te honoreren.

De Bond wil congregationalistisch zijn en blijven. Het modaliteitskarakter van de Protestantse Kerk biedt daar naar het oordeel van ds. Louwerse alle ruimte voor. Maar voor de vrije evangelischen ziet hij ook een verschil tussen „wenselijkheid en verwachte praktijk.” Derhalve sluit hij af met ”de zwalkende ark” van Willem Vermandere. „Hebben we het knus met elkaar?” vraagt hij. Dus „als ze kloppen, open niet”?

Gereformeerde Bond

De redacteur van het boek merkt op dat ds. Louwerse zich gaandeweg duidelijker ging verhouden tot twee hoofdstromen in de Bond: Reformatie en Reveil (opwekking). Men zou kunnen zeggen dat deze attitude parallel loopt met de voortdurende bezinning binnen de Gereformeerde Bond op het belijdende karakter van de kerk, in het spanningsveld tussen instituut en beweging.

In 1948 was de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten medeoprichter van de Wereldraad van Kerken. Maar in 1949 werd het lidmaatschap al opgezegd, hoewel dit pas in 1958 werd geëffectueerd, overigens met 34 tegen 24 stemmen. Een poging tot herintreding in 1962 werd afgewezen. Ds. Louwerse noemde dat „een historische fout.” Het is typerend voor de oecumenische gezindheid van de algemeen secretaris, die de handen niet altijd bij alle vrije gemeenten op elkaar kreeg. Wel is de Bond actief betrokken bij de Raad van Kerken.

Raakvlakken

Het boek leert me dat deze Bond buiten de Protestantse Kerk bij een eventuele integratie in de Protestantse Kerk niet een-op-een gelijk te schakelen zal zijn met de Gereformeerde Bond bínnen de Protestantse Kerk, al zijn er raakvlakken. Maar ook qua belijden en structuur zal er nog wel wat water door Neêrlands stromen vloeien voordat dat zover is.

Overigens, een leerzaam boek.

Boekgegevens

Weggaan en toch blijven. Bert Louwerse in woord en geschrift, Leo Mietus (red.); uitg. Narratio, Gorinchem, 2018; ISBN 978 90 526 3453 1; 220 blz.; € 19,-.