De boekenkast van Cor Verkade: Ken je dat boek? Nee? Ga dat dan lezen!

Uit de boekenkast
Cor Verkade. beeld Sjaak Verboom
8

Hij leest veel, hij spreekt wellicht nog meer. Cor Verkade. Altijd vrijmoedig zijn mening gevend, nooit om woorden verlegen. „Dode vissen drijven met de stroom mee, levende vissen zwemmen ertegenin. Dat is mijn tweede levensmotto. Maar vergeet het eerste niet: Alles komt goed omdat God het doet.”

Verkade spreekt in lange volzinnen die bij ieder ander zouden verdrinken eer ze hun punt bereikt hebben, maar die bij hem altijd weer tot een verrassend goed einde komen. Ook tot zijn eigen vreugde en verrassing. Hij schuwt de overdrijving niet. En hij schroomt niet zijn toehoorders tot gedragsverandering op te wekken en tot daden aan te sporen.

Hij kent, zo lijkt het, de hele wereld en de hele wereld kent hem. Jurist, zakenman, politicoloog, voorganger. Met een glimlach: „Ik spreek overal waar ze me vragen, maar helaas heb ik nog nooit een verzoek uit de Gereformeerde Gemeenten of de Oud Gereformeerde Gemeenten gehad.”

Als de kinderen het huis uit zijn, wil hij theologie gaan studeren. Geloof, symboliek, humor en vrijheid vormen de rode draad in de keuzes die hij uit zijn boekenkast maakt.

Ds. Den Boer: uitverkiezing

1 „Mijn geestelijke vader is ds. C. den Boer – mijn ouders hebben mij vast met vooruitziende blik naar hem vernoemd. In mijn studietijd ging ik bij hem in Bilthoven naar de kerk, en toen ik niet wist of ik wel belijdenis kon gaan doen, zei hij tegen mij: „Kom maar gewoon praten.” Hij heeft me een jaar lang geestelijk bij de hand genomen en door de tuin van de Heilige Geest geleid.

Ik kijk zeer positief terug op de jaren waarin ik opgroeide in Elspeet en naar de Van Lodensteinschool in Amersfoort ging – je moet niet spugen in de bron waaruit je gedronken hebt. Maar door ds. Den Boer ging ik zien dat een leer waarin zware nadruk ligt op een toornende God en op de gedachte dat bijna niemand behouden kan worden een armetierig zijstroompje is vergeleken bij de kolk van genade die de Heilige Geest doet stromen.

Ik las in die tijd de Dordtse Leerregels, waarin de Bijbelse leer van Gods verkiezende liefde voor alle mensen die het te horen krijgen –dát is de uitverkiezing– getoond wordt. Mensen moeten maar één ding doen, valt daar te lezen: de aangeboden genade aannemen met een waar geloof. Al snel ontdekte ik dat ds. Den Boer een boek over de Dordtse Leerregels geschreven had: ”Om ’t eeuwig welbehagen”. De tofste geestelijke man op aarde had een boek geschreven over het tofste geschrift dat ik kende. Dat was goud in het kwadraat.”

Spurgeon: gids naar de hemel

2 „In mijn geestelijke zoektocht wilde ik me voeden met bronnen die onomstreden waren in de boekenkast van mijn vader. Ook vanuit de gedachte: Oei, laat ik voorzichtig zijn, ga ik niet de verkeerde kant op? Daar was mijn vader altijd weer bang voor. Tot zijn lof en mijn vreugde moet ik zeggen dat hij kwistig met Spurgeons boeken strooide, dus ging ik me daarin verdiepen.

Spurgeon – ik denk dat er niemand is die meer mensen tot Gods Vaderhart, tot Jezus’ verzoenend heilswerk en tot de inwoning van de Heilige Geest heeft geleid. Ken je zijn autobiografie, waarin hij zelf beschrijft hoe zijn leven geweest is? Nee? Ga dat boek lezen! ”Het leven van Charles Haddon Spurgeon”, door zijn weduwe uitgegeven.

Dat is echt een van de indrukwekkendste boeken die je maar tegen kunt komen. Je proeft daarin dat hij iedereen mee wil nemen naar de hemel. „Lezer, ik heb voor uw behoud gebeden”, schrijft hij bijvoorbeeld. En: „Er zullen meer mensen in de hemel zijn dan in de hel, want God zal niet toelaten dat Jezus minder volgelingen heeft dan Zijn tegenstander, de satan.”

Ik zou tegen alle christenen willen zeggen: Hou het maar bij Spurgeons boeken en de liederen van Johan de Heer (ook die leerde ik thuis). Wie dicht bij Spurgeon blijft, blijft dicht bij de kern. ”

Lewis: de tactiek van de duivel

3 „In mijn studententijd leerde ik ook C. S. Lewis kennen. Zijn meest aangrijpende boek vind ik nog steeds ”Brieven uit de hel”, waarin een senior duivel een junior duiveltje uitlegt wat hij moet doen om mensen kapot te krijgen. Lewis leert je de tactiek van de grote tegenstander kennen. Het werk van de duivel, dat is niet alleen zichtbaar in Hitler of Saddam Hoessein, maar juist ook in de kerkmensen.

Als voorganger leid ik een preek vaak in met de tekst: „Satan gaat rond als een briesende leeuw.” Als je er oog voor hebt, ga je het overal zien. De aanvallen van de duivel via de ratio –als hij fluistert dat het niet kán kloppen, dat christelijke geloof– of juist via de gevoelscultuur, de aanvallen op het terrein van de politiek, de grote wereldproblemen, de huidige jeugdcultuur.

Maar ook, heel concreet, in de eigen gezindte, waar leiders zijn die het gesprek weigeren en de jeugd van zich vervreemden. Toen ik Lewis voor het eerst las, ging ik ineens zien wat een grip de duivel ook op een groot deel van de gereformeerde gezindte heeft. Het oordeel begint bij het huis Gods.”

Bomans: profetische sprookjes

4 „Elk jaar, als het kaarsjesavond is in Gouda, vertolk ik in Dickens-dracht een van de sprookjes van Godfried Bomans: ”De Engel”. Daarmee houd ik de burgerij het rijke Evangelie van Jezus Christus voor, nadat de burgemeester dat via Lucas 2 heeft gedaan.

Bomans gaat al lang met mij mee in het leven. Volgens mij is hij de enige geslaagde sprookjesverteller in de Nederlandse literatuur. En het bijzondere is dat hij zijn christelijke geloofsovertuiging heel subtiel in zijn verhalen verstopt. Hem als christen duiden vinden veel mensen eng, maar hij was echt een profeet. Lees zijn bundel ”Sprookjes”!

Het sprookje ”De Twaalfde Koning” is het mooiste wat ik ooit over de theocratie gelezen heb – ik heb het om die reden aangeboden aan Bas van der Vlies toen hij 25 jaar Kamerlid was. In dat verhaal blijkt de democratie te falen omdat de Twaalfde Koning, God Zelf, door de anderen niet is uitgenodigd: „Elf koningen zullen machteloos zijn, zo de Twaalfde Koning, Die hen de kroon op het hoofd gezet en het hermelijn om de schouders gehangen heeft, vergeten wordt.”

Wijngaarden: Joodse wijsheid

5 „Ik heb als kind al geleerd van de Joden te houden. Wij baden thuis, in de kerk, op school voor de „beminden om der vaderen wil.” Dankzij ds. Den Boer kreeg ik ook geestelijk zicht op Israël. En toen kwam Jip Wijngaarden op mijn pad, een kunstenares die tot geloof in Christus gekomen is en haar kunst aan de verhouding tussen Jezus en Jodendom gewijd heeft. Door de wegen des Allerhoogsten had zij een jurist nodig, en zo leerde ik haar passie kennen: uitleggen wat Auschwitz en christendom met elkaar te maken hebben.

In haar boek ”Aloude paden” licht ze haar visie toe: Jezus was een Jood, Hij werd als het ware weggeleid met Zijn volk naar de gaskamers, en de kerk hield de luiken gesloten. Het christelijke Europa, het meest gezegende werelddeel, heeft Auschwitz laten gebeuren. Wij hebben niet beseft: wie Gods volk aanraakt, raakt Zijn oogappel aan.

Het is, denk ik, een bijna profetisch licht dat zij over de Bijbel en de geschiedenis laat schijnen – dat zie je vaker als een ‘buitenstaander’ tot geloof komt. Jip Wijngaarden heeft mij de Bijbel leren zien als het boek van Gods omgang met het Joodse volk, het Woord dat uiteindelijk ook naar de heidenen toe is gekomen.”

Hochhuth: politiek en macht

6 „In ”De plaatsbekleder” (”Der Stellvertreter”) zet Rolf Hochhuth op heftige, existentiële manier uiteen hoe moeilijk het vraagstuk van goed en kwaad voor machthebbers is. Het is een toneelstuk, maar ik moet het altijd nog een keer gaan zien, ik heb alleen de tekst gelezen.

Paus Pius XII (over wie het stuk gaat) heeft het tijdens de Tweede Wereldoorlog misschien goed bedoeld, maar toch keuzes gemaakt die achteraf anders gekund hadden. Maar het is altijd makkelijk om achteraf te oordelen, het is moeilijk als je je in zo’n situatie bevindt. Hochhuth schildert de moeite, de verantwoordelijkheid van de paus. Hij heeft tienduizenden Joden gered, hij had er misschien honderdduizenden kunnen redden. Ik weet dat mijn goede vriend Antoine Bodar het daar niet mee eens is, maar ik vind het dilemma in dit stuk evenwichtig neergezet.”

Orwell: overheidsdwang

7 „Het is fenomenaal dat George Orwell al in 1948 een boek heeft geschreven over ontwikkelingen waarvan hij dacht dat die in 1984 zouden spelen, en die ik nu, in onze tijd, zich zie ontplooien. Zich zie ontplooien, ja, die zin klopt.

Het boek ”1984” gaat over een goedbedoelende overheid die het hele leven beheerst en uiteindelijk doodknijpt. Dat zie ik nú gebeuren. Timmermans en de zijnen grijpen de klimaatverandering aan om voor honderd procent grip op de samenleving te krijgen. De onderwijsinspectie grijpt excessen op allerlei terrein aan om volkomen grip te krijgen op wat ouders en scholen hun kinderen leren. De intolerantie van de zich tolerant noemende mens en cultuur duwt alles wat afwijkt weg.

Mijn vader dacht: Wat moet er van mijn kinderen worden? Ik denk soms ook: In wat voor tijd groeien onze kinderen op? Ik gun het onze gezindte dat er mensen opstaan die zich durven uiten, die in deze wereld wat te melden hebben.”

>>rd.nl/uitdeboekenkast

Cor Verkade

Mr. Cor Verkade (1967) is de jongste zoon van wijlen ds. J. P. Verkade en mevr. M. Verkade-Goudriaan. Hij studeerde rechten en politicologie en verdient sindsdien de kost als ondernemer. Hij is mede-eigenaar van het vastgoedbeleggingsbedrijf Van Dam, Van Dam & Verkade. Daarnaast is hij docent, spreker, schrijver van columns en artikelen. Hij treedt bovendien op als voorganger in protestantse en evangelische gemeenten.

Verkade woont in Gouda en kerkt daar in de monumentale Sint-Jan. Hij noemt zichzelf conservatief en is „dientengevolge” maatschappelijk en politiek actief. Hij is getrouwd met Heleen de Heer; zij hebben samen drie kinderen.

serie

Uit de boekenkast

Mensen uit alle geledingen van de maatschappij vertellen over boeken die invloed

hebben gehad op hun leven.