De aarde raakt onbewoonbaar en de mens zelf is de oorzaak

beeld ANP
2

Van alarmistische verhalen over het klimaat moeten christenen vaak weinig hebben. En terecht. Ze doen God op vele fronten tekort. Tegelijk is het goed om de ogen niet te sluiten voor opdoemende klimaatproblemen. Het boek ”De onbewoonbare aarde” schetst deze. Internationaal sloeg het in als een bom. Voor een christen is de boodschap nog eens extra confronterend.

„Het is erger, veel erger dan je denkt”, zo begint David Wallace-Wells zijn boek, waarvan in maart een Nederlandse vertaling verscheen. Wie denkt dat er dan een klaagzang komt van een linkse, gehypte klimaatgoeroe heeft het mis. De schrijver ziet zich niet als een milieuactivist en hij durft zich ook niet te omschrijven als een natuurliefhebber. „Ik woon mijn hele leven al in steden en gebruik industrieel geproduceerde gadgets zonder daar verder al te veel bij na te denken. Ik heb nog nooit vrijwillig gekampeerd, en hoewel ik altijd van mening was dat het in principe een goed idee was om water- en luchtvervuiling tegen te gaan, accepteerde ik ook altijd dat economische groei nu eenmaal ten koste ging van de natuur.” Aan het woord is dus een gemiddelde Amerikaan die er lustig op los consumeert.

Het is dezelfde Amerikaan die een aantal jaren geleden begon met het verzamelen van artikelen over klimaatverandering. Hij bemerkte vervolgens dat veel wetenschappelijke publicaties over het onderwerp maar zelden bij de gewone man terechtkwamen. En dat een scala aan gruwelijke gevolgen van klimaatverandering soms „tactvol aan het oog van het publiek onttrokken wordt.”

Herkenbare scepsis

Dat mensen „uit scepsis over groene politici en activisten” de kop in het zand hebben gestoken voor de mogelijke gevolgen van klimaatverandering noemt Wallace-Wells voor zichzelf „heel herkenbaar.” Die scepsis is volgens hem een van de talloze redenen waarom er tot op heden amper gepraat werd over een wereld die –ondanks het klimaatakkoord van Parijs– waarschijnlijk meer dan 2 graden gaat opwarmen.

Andere redenen om stil te blijven zitten, noemt hij ook. Opvallend is dat Wallace-Wells die redenen in de verleden tijd opschrijft, alsof hij ermee wil zeggen: inmiddels is iedereen wakker, want nietsdoen kan niet meer. Zo „waren” er mensen die een te groot vertrouwen hadden in de menselijke vooruitgang. Of deden ze niets uit angst, of „omdat we, heel egoïstisch, het niet erg vonden om de aarde te verpesten voor anderen die heel ergens anders woonden.” Of omdat we graag auto „wilden” blijven rijden en wilden blijven leven zoals we deden. „Het kan ook zijn dat we het te druk hadden met op onze nieuwe telefoons kijken.”

Graadje

Anderhalve, 2, 4, 6 of meer graden opwarming. Wat maakt het uit? Een graadje meer of minder klinkt niet problematisch, toch? De meeste mensen hebben geen enkel gevoel bij wat de verschillen in temperatuurstijgingen kunnen betekenen, betoogt Wallace-Wells. Hij zet alle wetenschappelijke feiten hierover op een rij. Al snel concludeert hij op basis van diverse onderzoeken dat de kans dat het klimaatakkoord van Parijs succes heeft, minimaal is. Het blijft niet bij de maximaal beoogde 2 graden opwarming, laat staan bij de gewenste 1,5 graad. Talloze scenario’s houden rekening met veel meer opwarming. Tot aan wel 6 of zelfs 8 graden Celsius toe.

De auteur vertelt vervolgens alles wat we niet willen weten, maar volgens hem wel moeten weten over wat de hogere temperaturen gaan betekenen. Daarbij is de ‘vertrouwde’ zeespiegelstijging slechts het topje van de ijsberg. Hij gaat achtereenvolgens in op extreme hitte, hongersnoden, natuurbranden, orkanen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, oprukkende tropische ziekten, economische ineenstorting en klimaatgerelateerde conflicten en oorlogen. Rampspoed te over dus.

Vertrouwd

Wallace-Wells schrijft dat veel mensen al aan het idee van een meter of twee zeespiegelstijging gewend zijn geraakt. „Onthutsend”, vindt de auteur. „We zouden ons ook niet zomaar neerleggen bij de onvermijdelijkheid van een grote kernoorlog – en een stijgende zeespiegel zal een even verwoestend effect hebben.”

Voor de beeldvorming: als al het ijs van de poolkappen smelt, stijgt de zeespiegel met 60 meter. Nederland zou in dat meest extreme scenario vrijwel helemaal in zee verdwijnen.

Zelfs bij het optimistische tweegradenscenario –waarvoor de wereld dus drastische maatregelen zal moeten treffen– komt de zeespiegel op de lange termijn 6 meter hoger te liggen. En dan te bedenken dat twee op de drie grote steden aan de kust liggen. De gevolgen zullen niet te overzien zijn. Miljoenensteden als Sjanghai, Honkong, Miami, Dhaka en honderden andere steden komen onder water te liggen.

In 2017 werd bekend dat alleen al twee gletsjers in de Oost-Antarctische ijskap 18 miljard ton ijs per jaar verliezen. Daarmee zou je heel Nederland met een laag van zo’n 45 centimeter ijs kunnen bedekken. Als beide gletsjers compleet zouden smelten, zou de zeespiegel met 4,80 meter stijgen.

Murw

Katrina, Sandy, Irma, Harvey, Haiyan, Mangkut en onlangs nog Idai in Mozambique. Het nieuws van natuurrampen, zoals deze verwoestende orkanen, beukt de lezer tegenwoordig murw. Het raakt de westerling soms haast niet meer. Terwijl er achter elke catastrofe een wereld van menselijk leed schuilgaat.

Wallace-Wells schrijft dat dergelijke orkanen, maar ook hittegolven, natuurbranden en overstromingen in aantal en hevigheid toenemen. Hij somt een duizelingwekkende lijst op van natuurrampen van zeldzame proporties die alleen nog maar de laatste paar jaar de wereld teisterden. Zo ontstonden er in de zomer van 2017 voor het eerst sinds er gegevens worden bijgehouden drie orkanen in het Amerikaanse deel van de Atlantische Oceaan.

Het nieuwe normaal, klinkt dan weleens over alle weersextremen. Wallace benoemt de nieuwe werkelijkheid anders, angstwekkender: „Nooit meer normaal.”

Volgens hem staan we pas aan het begin als het gaat om de catastrofes die de mensheid zullen treffen. „Het is iets wat steeds erger wordt zolang we doorgaan met het produceren van broeikasgassen.”

Dat de gevallen van natuurgeweld eenmalige en op zichzelf staande gebeurtenissen zijn, is een misvatting, betoogt de auteur. „Het gaat om kettingreacties: van het een komt het ander.” Als voorbeeld noemt hij de inwoners van een gebied in het zuiden van Californië die in 2018 in drie maanden tijd vier keer werden geëvacueerd vanwege een klimaatgerelateerd verschijnsel. De eerste keer om natuurbranden door aanhoudende droogte, de andere keren om modderstromen vanwege de kaalslag na de branden.

Oververhit

Hittesterfte is een ander klimaatprobleem dat opdoemt. Wetenschappers berekenden eens dat bij een onwaarschijnlijke temperatuurstijging van 11 of 12 graden op aarde de helft van de wereldbevolking zou omkomen. Het menselijk lichaam raakt oververhit bij deze hoge temperaturen.

Bij 5 graden opwarming zouden grote delen van de aarde –met name rond de evenaar– ongeschikt raken om te leven. En bij 4 graden warmer zal de extreme Europese hittegolf van 2003, toen er maar liefst 2000 doden per dag vielen, model staan voor een normale zomer.

De aanhoudende droogte zorgt op steeds meer plekken op de aarde voor slinkende zoetwatervoorraden. Het Poopómeer in Bolivia en het Tsjaadmeer in Afrika verdampten vrijwel compleet. Ondergrondse buffers krimpen. De Wereldbank concludeert: „De effecten van klimaatverandering zullen voornamelijk via de watercyclus gevoeld worden.”

Een ander mogelijk gevolg is honger. Bij elke graad opwarming neemt de wereldwijde opbrengst van granen met 10 procent af. Terwijl granen goed zijn voor zo’n 40 procent van het menselijk voedsel en er de komende decennia nog veel extra monden bijkomen om te voeden.

Aan de lopende band somt Wallace-Wells schokkende feiten op. Een laatste voorbeeld: in een wereld die 2 graden in plaats van 1,5 graad warmer is, zouden alleen al door luchtvervuiling 150 miljoen mensen meer omkomen. Dat bleek in 2018 uit een artikel in het tijdschrift Nature Climate Change. „Dergelijke hoge aantallen kunnen lastig te bevatten zijn”, aldus Wallace Wells, „maar 150 miljoen komt overeen met 25 maal de Holocaust.”

Klimaatschuld

Tot slot zoomt ”De onbewoonbare aarde” in enkele paragrafen in op wat de geschetste klimaatverandering kan betekenen voor de toekomstige verhoudingen in de wereld: qua politiek, economie en technologie. Een van de grote vragen: Wie betaalt de klimaatschuld? Wie bekostigt de klimaatellende in arme landen die het Westen heeft veroorzaakt? En is er hoop te verwachten van de voortschrijdende techniek?

Wallace-Wells acht een totale ineenstorting van de huidige beschaving niet uitgesloten. Van machtige rijken van weleer –Inca’s, het Romeinse Rijk, de Tangdynasie in China– bleef maar weinig over. Waarom zou dat nu niet kunnen gebeuren? „In ons geval zou de duisternis al binnen één generatie na het licht komen – kort genoeg om elkaar nog aan te kunnen raken, verhalen uit te wisselen en de schuldvraag te kunnen stellen.”

De vooruitgang –die aangejaagd werd door het tijdperk van kolen, olie en gas– schetst Wallace-Wells als niet minder dan een gevangenis. De mensheid zit geketend aan de gevolgen van het eigen gedrag uit het verleden. Hij concludeert, na het schilderen van de planeet die in de verwoesting wordt geholpen: „Ook ik ben bang.”

Toch waakt de auteur voor nietsdoen – oftewel klimaatapathie. Hij roept op tot actie. „Wat er van nu af aan gebeurt, hebben we volledig aan onszelf te danken.” En de gruwelen staan volgens hem nog niet vast. „We maken ze mogelijk door niets te doen en we kunnen ze voorkomen door in te grijpen”, klinkt de boodschap.

Wat de oplossingen om klimaatverandering een halt toe te roepen dan zijn? Die zijn al beschikbaar. De eerste maatregel die Wallace-Wells noemt in zijn opsomming op een van de laatste pagina’s van zijn betoog is de –in Nederland veel bediscussieerde– CO2-heffing. Uiteraard ontbreken ook een uitbanning van rundvlees en zuivel uit het voedingspatroon niet. Verder denkt hij dat we ook aan het afvangen en opslaan van CO2 moeten.

Populisme

Wat ”De onbewoonbare aarde” in ieder geval lukt: klimaatverandering uit de hoek halen van een ver-van-mijn-bedshow. De opwarming van de aarde is niet alleen iets van de Noordpool, maar het is ook iets wat heel dichtbij komt. En al raakt het de Nederlander minder dan de Amerikaan, iedereen zal het in de toekomst aan den lijve ondervinden.

Pijnlijk treffend is ook de analyse van Wallace-Wells wat betreft het wereldwijd opkomende populisme en nationalisme. Al zou klimaatverandering de wereld maar voor een fractie van de beschreven problemen zetten, dan nog is populisme iets wat de wereld niet kan gebruiken. „Net nu de behoefte aan internationale samenwerking het grootst is, (...) zijn we alleen maar bezig dat soort samenwerkingsverbanden te ontmantelen. We trekken ons terug in nationalistische hoekjes.” En: „We moeten gaan denken als volk, één volk.”

Indrukwekkend aan het boek is het notenapparaat: bijna een kwart van het boek bestaat uit de literatuurverwijzingen. Wallace-Wells verzamelde feiten uit een ongekend aantal wetenschappelijke publicaties. Hoewel veel van die wetenschappelijke modellen en schattingen met onzekerheden omgeven zijn, stemt dat niet veel positiever. Want zelfs de gunstigste scenario’s zijn al verre van rooskleurig.

Aanklacht

”De onbewoonbare aarde” choqueert elke lezer, maar het zal een christen in de ziel raken. Het boek confronteert hem met een diepere boodschap. Ieder alarmerend feit uit het boek, iedere bladzijde vormt een aanklacht. Een aanklacht tegen de mens. Want deze is bezig met het ruïneren van Gods machtige schepping. Hoewel de Naam van God in het boek niet voorkomt, gaan de feiten erin ondertussen wel over Zíjn schepping. De mens is geschapen om God te dienen om Wie Hij is, wat Hij doet en om wat Hij gemaakt heeft. Maar in plaats daarvan maakt de mens Zijn kunstwerk kapot. Terwijl Hij, de Kunstenaar, nog leeft.

Ook om een andere reden is het een gemis dat God in dit boek niet voorkomt. Wallace-Wells is bang. En ja, wie zou niet bang worden? Veel christenen voelen zich eveneens niet op hun gemak als ze de oordelen uit het Bijbelboek Openbaring lezen. Even tussendoor: passen deze klimaatrampen niet perfect in het eindtijdplaatje dat de Bijbel ons schetst?

Toch houdt een christen altijd moed en hoop. Door te zien op God Zelf, Die de Schepper en Onderhouder is van de aarde. Een christen weet: Gods plan gaat door. En dat leidt uiteindelijk tot een heerlijke toekomst. Met de Heidelbergse Catechismus in de hand kan een christen zeggen dat alles hem uit Gods vaderlijke hand toekomt. De Heere weet wat goed voor hem is. En ondertussen? Dan gaat de hand aan de ploeg als rentmeester van de aarde, Gods prachtige kunstwerk.

De onbewoonbare aarde, David Wallace-Wells; uitg. De Bezige Bij; 272 blz.; € 22,99.