Column (prof. dr. H. J. Selderhuis): Kuyper-melancholie

Tijdens mijn studie aan de TUA werd ons Abraham Kuyper niet direct als toonbeeld van navolgenswaardig theoloog getekend. Zo waarschuwde prof. Van ’t Spijker ons dat Kuyper zelfs in zijn meest vrome meditaties nog kerkpolitiek bedreef – met als gevolg dat we van dat soort stichtelijk ogende werken verre bleven. Toen we prof. Oosterhoff vroegen of hij ook Kuypers catechismusverklaring ”E voto Dordraceno” bezat, bevestigde hij dat met overtuiging en zei dat Kuyper bij hem zelfs op de bovenste plank stond. Rap voegde hij er ter geruststelling aan toe: „Kuyper staat zo hoog dat ik er mooi niet bij kan.”

Toch heb ik stiekem heel wat Kuyperboeken gekocht, al was het alleen maar om de mooie banden, en heb ik ook heel veel over hem gelezen. Misschien wel te veel, want ik geloof niet dat hij echt overleden is. Tot op de dag van vandaag kom ik namelijk nog heel wat Kuypertjes tegen. Ik heb er geen verstand van, maar theologisch-genetisch is daar in dat gedrongen lichaampje en dat grote hoofd waarvan zijn ouders vreesden dat het een waterhoofd was tot de arts hen geruststelde door te zeggen dat het allemaal hersens waren, iets gebeurd wat generaties gereformeerden in hun doen en laten en dan met name in hun doen gestempeld heeft. Zoals Herman Bavinck zich enorm ergerde aan de manier waarop Kuyper in 1892 de vereniging regisseerde, zo hebben al die Kuyperkopietjes in hun organisatiedrang, doenerigheid en eigengereidheid voor heel wat mensen irritatie en frustratie opgeleverd.

En toch zet ik als kop boven deze column Kuyper-melancholie, want als ik aan deze man en zijn kunnen denk, word ik wel wat melancholiek en dat is sterker dan nostalgiek. Ik kom bij dit begrip omdat ik over Kuyper nadacht terwijl ik deel 18 van de Encyclopedia of the Bible and its Reception (De Gruyter) doornam. Het grootste artikel gaat namelijk over een begrip dat niet in de Bijbel voorkomt: melancholie. In totaal 31 dichtbedrukte kolommen worden er aan gewijd.

Denkend aan Kuyper voel ik melancholie, want wat er ook allemaal aan hem en zijn eindeloze nageslacht mag mankeren: hij en zij kregen het wel voor elkaar. Een krant, een universiteit, een partij, een kerk en ga zo maar door: Abraham regelde het en zijn nakomelingen deden het tot voor kort ook.

Melancholie: waar is de tijd gebleven dat dit in Nederland kon, de tijd dat de kerk in opbouw was, de kerk een rol speelde, kerkmensen in beweging waren en door hen „geen duimbreed” werd ingeleverd. Melancholie betekent niet dat ik zeg: Och, was Kuyper nog maar hier, maar wel: Och, hadden we maar iets meer van Kuypers drive.