Column (Leendert van Wezel): Uitrekenen of uitzien?

Leendert van Wezel. beeld RD, Anton Dommerholt

Ik open het grote boek voorzichtig. Wat een bizar werk. ”De Steenen Spreken. De goddelijke boodschap der groote Pyramide”, in het Nederlands vertaald door KNIL-majoor Van der Vecht, uitgegeven bij Van Stockum in Den Haag in 1936.

Hoe is iemand in staat geweest om dit te schrijven, en met welke drijfveer deed hij dat? Het boek ‘bewijst’ dat in de grote piramide van Gizeh verborgen verwijzingen zijn aangebracht die een profetie voor de wereldgeschiedenis bevatten. De hele geschiedenis van het volk Israël valt volgens de schrijver af te lezen uit de exacte maatvoering van de opgaande en afgaande galerij naar de koningskamer, de plaats van het granieten blok halverwege de gang, de luchtschachten en hun precieze positionering en ga zo maar door…

Met allerhande berekeningen wordt ‘bewezen’ dat inches in werkelijkheid jaren en eeuwen voorstellen. En zo zou deze piramide feitelijk een gecodeerde kalender van de wereldhistorie bevatten. Dit alles wordt ondersteund met een groot aantal verwijzingen naar Bijbelteksten en is volgens het voorwoord gebaseerd op ruim dertig jaar onderzoek.

Ik moet al lezend denken aan het boek ”Het mysterie van de opname” van Jaap Dieleman. Dit boek gaat in op het vraagstuk of de gemeente van de Heere Jezus opgenomen zal worden, weggenomen van de aarde, voordat het definitieve einde van deze wereld komt. Niet dat deze twee boeken te vergelijken zijn –helemaal niet– maar wat ze gemeenschappelijk hebben is de wens de toekomst te doorgronden. Te weten hoe het einde zal zijn, en –in het geval van het piramideboek– wanneer het zal zijn.

Die wens is van alle tijden. Profetieën over het wereldeinde zijn bijna zo oud als de wereld zelf. De weg naar Endor is uitgesleten, horoscopen blijven populair. Wat drijft ons mensen hierin? Is het de angst voor het onbekende die ons pogingen doet ondernemen om grip te krijgen op wat komen gaat?

Zoeken naar zekerheid is een diepe reflex die zich op allerlei manieren uit. Niet alleen in de neiging om ons voor van alles en nog wat te verzekeren, maar vaak ook in de neiging om belangrijke levensvragen voor ons uit te schuiven, alsof we daarmee ook de toekomst kunnen uitstellen.

De Bijbel leert ons dat degenen die God door genade mogen kennen deze vragen niet voor zich uit schuiven, maar mogen uitzien naar Zijn toekomst. Hoe het zal zijn en wanneer het zal zijn? Dat is niet het belangrijkste. Wat er wel toe doet is wat de Nederlandse Geloofsbelijdenis in het laatste artikel verwoordt: „Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Christus Jezus onze Heere.”