Column (Christine Stam-van Gent): De hals van de fles

Christine Stam-van Gent beeld RD, Anton Dommerholt

Iemand vertelde me dat ze tijdens het Heilig Avondmaal wel op haar stoel wilde gaan staan. Vermoedelijk worden er nu reformatorische wenkbrauwen gefronst. Wij zijn ingetogen mensen. En voor geestelijk hoog oplopende emoties moet je bijzonder oppassen.

Met vrees en beven las ik ooit ”Religieuze gevoelens” van de opwekkingsprediker Jonathan Edwards. Er bleef niet veel van me over – voor mijn gevoel. Tegelijkertijd kwam ik in zijn autobiografische ”Personal narrative” geestelijke bergtopervaringen tegen waaraan Edwards niet lijkt te tornen. Zo gaat hij op een dag te paard de natuur in, waar Jezus aan hem verschijnt met een majesteit en heerlijkheid die hem alle denken beneemt. Zijn hart is een vulkaan van vreugde en pijn tegelijk, zijn geest één brandend verlangen om Christus lief te hebben met een heilige, pure liefde. Een uur lang ligt hij plat op de grond, luid huilend.

Edwards schreef zijn verhandeling dan ook niet omdat geestelijke gevoelens inferieur zouden zijn, maar omdat ze essentieel zijn. Als geloven gaat over de relatie tussen Christus en de ziel zijn emoties daar een onderdeel van, dat kan niet anders. De vraag is: hoe zuiver is hun bron en richting? Daar zit het probleem. Wij kennen onszelf zo slecht.

En de ander nog slechter. In Bethanië zat een heel rijtje gefronste wenkbrauwen aan tafel. Niet zo overdreven Maria, een paar drupjes nardus was ook genoeg geweest, denk aan het geld. Maar dan zegt de Enige met het juiste zicht op de dingen: laat haar begaan, ze doet iets heel belangrijks in de heilsgeschiedenis!

Ik blijf daarover nadenken. Besefte Maria zelf ten volle wat ze deed? Misschien wel, misschien ook niet. Misschien maar half. Misschien ging ze „slaapwandelend haar weg” (A. A. van Ruler). In elk geval is ze uiterst kwetsbaar hier. Soms weet je niet wat je doet, of waarom je iets doet. Je weet alleen dat je hart je dringt, en dat het niet te stoppen is.

Maar Jezus weet dat het hier allemaal perfect klopt. Overvloed kan alleen maar beantwoord worden met overvloed. Zijn komende offer klopt met Maria’s emoties. Een overlopende beker kan alleen beantwoord worden met een overlopend hart. Of dat hart je nu op een stoel doet staan, de hals van een kostbare fles laat breken, in een vloed van tranen plat neerlegt, of iets heel anders, is in wezen hetzelfde. Hij weet dat.

Laat dat hart dan begaan, ondanks kritiek. Laat het maar breken, laat de liefde stromen. Misschien word je voor veel meer gebruikt dan je beseft en weet.