Column (Christine Stam-van Gent): Bruiloft

Christine Stam-van Gent. beeld RD, Anton Dommerholt

Tante Ma ligt op haar sterfbed, haar handen „samengebalde kleine klauwtjes.” „Ik ga, fluisterde tante Ma, naar de Bruiloft.” Dat laatste zinnetje uit ”Hoor nu mijn stem” bezorgde me een kleine schok. Een heel boek lang was ik niet geschokt geweest. Ik las het voor de tweede keer. De eerste keer had ik vaak gegrinnikt om de opmerkingsgave van Franca Treur, om de trefzekere spiegel die ze ons voorhoudt. De tweede keer zag ik veel scherper de hoofdpersoon, het kind Ina, dat zich altijd schuldig is blijven voelen over de dood van haar ouders (verongelukt terwijl ze Ina ophaalden). Een meisje dat zichzelf haat, en tegelijkertijd ontzettend haar best doet. Zou ze als haar tante Ma kunnen worden? Een kind van God, verzekerd van een plek in Zijn Vaderhart?

Een leeg boek, zoals sommigen beweren, is dit zeker niet. Dan heb je niet diep genoeg in de ogen van dit weeskind gekeken. Een slim kind is het, dat tijdens haar psychologiestudie ontdekt dat alles wat mensen over God zeggen door henzelf bedacht is. „Ja, tante Ma”, zegt ze tegen de stervende, al gelooft ze niet meer in de Bruiloft. Maar dat was de schok niet. Persoonlijk overtuigt bijna niets mij meer van Gods bestaan dan getuigenissen op de rand van de eeuwigheid. Glinsterende gezichten, brekende stemmen die stamelen over iets heerlijks, zwakke armen die zich verlangend uitstrekken naar iets wat wij niet kunnen zien. De feestzaal.

Maar steeds weer lacht de werkelijkheid je uit. Dat er meer wordt uitgezien naar nieuwe keukens dan naar de Bruiloft. Dat je aan het heilig avondmaal kunt zitten met een steenkoud hart. Dat de religieuze ervaringen die wij wel hebben zo vaak om onszelf lijken te draaien – wat overigens ook in tante Ma’s leven het geval leek te zijn. Zou het dan toch allemaal psychologie zijn? En dan word je wakker geschokt door dat ene woord Bruiloft (in een boek van Treur nota bene). Een woord dat geen zoete gevoelens oproept, maar een vreemde mengeling van pijn, wroeging en verlangen. Is dit wat David Wilkerson ”anguish” noemde? Als het hart van Jezus jouw hart inneemt, riep deze straatevangelist met zijn rauwe stem, dan wordt het eerst gedoopt in ”anguish”! Een heftige emotie over deze wereld, mijzelf incluis, die niet is wat ze zijn moet. Zo heftig dat het voelt als terugkerende pijn, als weeën. Een zucht naar vernieuwing, in en om je heen.

”Anguish” is op zichzelf geen gewenst gevoel. Niemand verlangt naar weeën, niemand roept ze zelf op. Maar zo komen wij in beweging. Zo komt de Bruiloft dichterbij. Daar is ons wezenbestaan vergeten. En wij, wij zijn in het Vaderhart.