Column (Christine Stam-van Gent): Als niets meer lijkt te rijmen, dicht God

Christine Stam-van Gent. beeld RD, Anton Dommerholt

Soms, als ik na een slechte nacht voor de spiegel sta en in mijn rode-adertjes-ogen kijk, zeg ik zachtjes een paar dichtregels op. „Een man ligt plat in ’t natte gras en schreit, maar glimlacht als de horizon weer kleurt: hij ziet een dag over zijn moeheid komen, een nieuwen dag, een nieuwen dag van strijd.” Het helpt niet natuurlijk, vermoeidheid bestrijden met dichtregels. Toch wel! Als je ergens woorden aan geeft, mooie goedgekozen woorden, wordt het dragelijk.

Leed wordt dragelijker wanneer je er een verhaal van maakt. Dat is wat Christy Lefteri deed nadat ze terugkwam uit een vluchtelingenkamp in Athene en de verhalen maar niet vergeten kon. ”De bijenhouder van Aleppo” is haar roman over een kapotgeschoten stad, over verkoolde bijenkorven, een dood zoontje, zijn getraumatiseerde vader Nuri en moeder Afra (kunstenares) die het licht in haar ogen kwijt is geraakt. De oorlog heeft alle honing uit hun leven weggezogen.

Ik voelde me bijna schuldig dat ik zo gretig las. Dat komt omdat Lefteri zo prachtig schrijven kan, omdat de ”De bijenhouder van Aleppo” ondanks alles een lied in zich heeft, een lied dat je helemaal uit wilt luisteren. Als de zon opkwam in Oost-Aleppo „werd het veld gedrenkt in licht en was vol van het gezoem van de bijen, het meest rustgevende geluid dat ik ken. Alsof de atmosfeer een lied zong, een enkele loepzuivere noot.” Het refrein van bloemen en bijen in dit boek, te midden van groot verlies, is de tegenstem die alles lichter, dragelijk maakt.

Ik dacht aan Job in de Bijbel, aan al zijn lijden en zijn vraag naar de rechtvaardigheid ervan. Als God gaat spreken, komt er geen rationeel antwoord. Gods antwoord is schoonheid, zegt de dichter Christian Wiman ergens. Tegenover Jobs vraag naar het lijden zet God poëtische beelden over het heelal en de aarde, zingt Hij een lied over de Plejaden en de Grote Beer, over de berggeit en het struisvogelvrouwtje, over het nijlpaard en de gier. Het had ook over Nuri’s bijen kunnen gaan. Job, lijkt God te zeggen, je wilt begrijpen, maar je zou moeten kijken en luisteren. Dan zul je iets vinden dat dieper gaat dan kennis. Door heel de schepping heen zul je het grondpatroon van Mijn grootheid zien - en je hart zal stil worden.

Aan het einde van het boek lijkt Afra het licht in haar ogen terug te krijgen. De littekens blijven. Maar weer schoonheid te kunnen zien, dat betekent hoop en troost. Daarmee kan een nieuwe dag aanbreken. In Lefteri’s verhaal, in Jobs verhaal, en wellicht in ons eigen verhaal. Als niets meer lijkt te rijmen, dicht God.