Classicus Burgersdijk belicht geloof en ongeloof in de klassieken

Burgersdijk is trots op zijn held Seneca. beeld Wikimedia, Jean-Pol Grandmont
2

„Marcus Tullius Cicero, Gaius Julius Caesar en Lucius Annaeus Seneca kunnen door hun leven en werken zo veel meer voor de bestudering van de menselijke aard en moraal betekenen. Verheven geschriften als De Officiis, De Bello Gallico en Epistulae Morales bieden aanzienlijk meer begrip van het leven en troost voor ellende dan het zo geforceerde Nieuwe Testament, die al te invloedrijke aberratie van het Oude.”

In ”Seneca de Bevrijder” neemt classicus Diederik Burgersdijk duidelijk stelling tegen het christelijk geloof en schrikt er niet voor terug hierbij stevige woorden te gebruiken. Ook in ”Kerk en de klassieken” richt hij scherpe pijlen op het christendom. Genoemde essays vormen onderdeel van een bundel artikelen uit de afgelopen twintig jaar en nu verzameld onder de titel ”De sluipwesp en de leliën”.

Circa de helft van de bijdragen valt uitstekend onder de noemer ”Geloof en ongeloof in de klassieken”. Zo gaat Burgersdijk op genuanceerde wijze in op de vele interpretaties van de droom van Constantijn, schetst hij een helder beeld van de heidense dichter Claudius Claudianus aan het hof van de christelijke keizer Theodosius en legt hij interessante verbanden tussen geschriften uit de late Oudheid en meer recente.

Soms is deze thematiek echter ver te zoeken of zelfs onvindbaar. ”Schrijvende staatslieden van Napoleon tot Macron” bijvoorbeeld misstaat volledig in deze bundel. Merkwaardig is ook ”Drie gymnasia”, waarin drie schrijvers met gymnasiale achtergrond (Aegidius W. Timmerman, Golo Mann en Giorgio Bassani) ten tonele worden gevoerd om aan te tonen dat literair onderwijs diepe indrukken kan achterlaten.

Grootmoeder

De auteur acht het overigens in dit hoofdstuk belangrijk dat de lezer kennisneemt van het feit dat de datum waarop Timmerman promoveerde –4 maart– samenvalt met die van hemzelf („tevens mijn promotiedag, honderdzeventien jaar later”) en dat Bassani op dezelfde dag geboren is als de grootmoeder van de auteur („4 maart 1916, tevens de geboortedag van mijn grootmoeder van vaderszijde”)…

In het reeds genoemde ”Seneca de Bevrijder” lijkt Burgersdijk een poging te doen in de voetsporen te treden van hoogleraar oude geschiedenis H. S. Versnel, die eind jaren 90 in Trouw het christelijk geloof genadeloos op de korrel nam, inclusief sluipwesp. Deze poging lukt slechts ten dele: enerzijds slaagt Burgersdijk erin christenen in het hart te treffen, anderzijds is zijn betoog niet consistent. Het is immers onmogelijk het lied ”Wat de toekomst brengen moge” te ontmaskeren als een uiting van een stoïsch wereldbeeld, waarbij God en Lot niet van elkaar verschillen, en tegelijkertijd de christelijke humanist Montaigne te annexeren als pure exponent van de stoïsche leer zonder voorgeschreven theologie.

Burgersdijk is trots op zijn held Seneca, wiens „lijdende aard ingetogen was te noemen, omdat hij de pretentie dat hij de zoon van een god was achterwege liet en slechts het lot als oorzaak van zijn lijden zag” en die „kan dienen als antidotum voor het christelijke schuldbesef.” Seneca’s doodsstrijd krijgt „een dramatische aanschouwelijkheid die niet onderdoet voor die van Christus.” Seneca bleek de kunst van het sterven meester, terwijl Christus „eerst de god van de mensen als zijn vader adopteerde, om hem later de schuld van zijn dood te geven.”

Met haast vileine ironie spreekt Burgersdijk zijn sympathie uit voor de „vermeende vader, de godsfiguur van het Oude Testament”, om hem vervolgens direct weer af te serveren als „projectie van het aardse bestaan op de hemel” en een „psychisch construct waarmee de mensen zich van hun eigen menszijn doordringen en hun verantwoordelijkheden op hogere zijnswijzen afschuiven.”

Christus wijst op de leliën, die groeien zonder zich te hoeven inspannen. Hij verwijst hierbij naar Zijn Vader, Die ervoor zorgt. Kleingelovigen mogen onbezorgd zijn, omdat God overal voor zorgt.

Boekgegevens

De sluipwesp en de leliën. Geloof en ongeloof in de klassieken, Diederik Burgersdijk; uitg. Athenaeum – Polak & Van Gennep; 208 blz.; € 15,-.