Britta Böhler: De advocatuur ligt onder vuur

Advocaat Britta Böhler: „Meestal is het niet de advocaat die informatie lekt. De cliënt kan zelf ook gekke dingen doen.” beeld ANP
3

Ze verdedigde PKK-leider Öcalan, Fortuyn-moordenaar Volkert van der G. en leden van de Hofstadgroep. Haar rol als advocaat van dergelijke ‘schurken’ leverde Britta Böhler veel media-aandacht op. Deze maand verscheen haar nieuwe boek, over de ethiek van haar vak.

Wie een boek vol sappige verhalen over de cliënten van Britta Böhler verwacht –ze verdedigde ook Ayaan Hirsi Ali trouwens– zal wellicht teleurgesteld raken. De van oorsprong Duitse advocate vertelt in een rustig betoog wat de belangrijkste ethische normen in haar vak zijn. Dat moet, stelt ze, want de advocatuur ligt onder vuur.

Ze is een groot liefhebber van boeken en films waarin advocaten een rol spelen. Zo citeert ze John Grisham en Harper Lee, wier ‘creatie’ Atticus Finch (hoofdpersoon in de roman ”To kill a mocking bird”) voor veel advocaten een rolmodel is. Dat maakt Böhlers handzame boek leesbaar. Over de zaken waar ze zelf door de jaren heen bij betrokken was, blijft ze echter op de vlakte. Uitgesprokener is ze over het gedrag van enkele van haar vakbroeders, zoals Bram Moszkowicz.

U werkte de laatste jaren als hoogleraar en gaf college over de advocatuur. Is uw nieuwe boek daaruit voortgevloeid?

„Een aantal dingen hebben tot dit boek geleid. Ik heb net afscheid genomen bij de Universiteit van Amsterdam. Een van de eerste vakken die ik aan die universiteit gaf was ”advocaat en ethos”, voor masterstudenten. Ik gebruikte veel films en literatuur in mijn colleges. Ik wilde deze periode graag met een boek afsluiten.”

De ethiek van de advocaat ligt onder vuur, vindt u. Het beroep is niet meer onomstreden, zoals vroeger. Is dat niet verbonden met een crisis van het gezag die je tegenwoordig bijna overal ziet?

„Dat klopt deels wel. De dokter en de pastoor zijn tegenwoordig ook geen notabelen meer. We leven zeker sinds Donald Trump in de wereld van de alternatieve feiten. Maar de twijfel aan de advocatuur bestaat al veel langer en wordt ook gevoed van binnenuit.”

Dragen advocaten daar ook zelf aan bij, door de manier waarop ze in de media optreden?

„Slechts een heel klein deel van de advocaten komt in de media, maar zij bepalen wel het beeld. Dat kan positief zijn, als bekende advocaten iets uitleggen over een zaak. Vaak echter zijn ze in het nieuws omdat ze in de problemen komen. Bram Moszkowicz is daar het bekendste voorbeeld van. Dat advocaten van glamour houden is op zich geen probleem – dat is het pas als ze over de schreef gaan. En dat was bij Moszkowicz niet zomaar een beetje het geval. Tegelijk is het naïef om de media te mijden of zelfs als een ethische no go te zien. Dat is niet meer van deze tijd.”

Legt u uzelf een bepaalde ethische norm op, als u optreedt in de media?

„Ik doe geen uitspraken over zaken van anderen. Als er een rechtszaak in het nieuws is en Nieuwsuur heeft de betrokken advocaat in haar uitzending, dan willen andere media nog weleens naar iemand anders op zoek gaan, die niet bij de zaak betrokken is. Dat doe ik dus niet. Een tweede vraag bij mediaoptredens is altijd: dient het mijn cliënt?”

Uw boek geeft een inleiding in de ethiek van de advocaat. U noemt onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid als de vijf belangrijkste ethische richtlijnen van het vak. Aan het eind concludeert u dat die ethiek eigenlijk staat als een huis. Hoeft er niets te veranderen?

„Ons handelen is in een ethische code geworteld en je ziet dat daarover nagedacht is. Aan het eind van mijn boek heb ik het over de t-shaped advocatuur: advocaten moeten over juridische deskundigheid beschikken, maar ook een bredere blik hebben, over de grenzen van hun eigen vak heen. Dat vind ik een goede toevoeging aan het oude ethische fundament. Advocaten moeten daarnaast beter beseffen dat ethiek niet vanzelfsprekend is en in de alledaagse praktijk een rol speelt. Denk aan de dure fles wijn die je krijgt van een cliënt.”

Onafhankelijkheid van advocaten is een van de onderwerpen die ter discussie staan. Bram Moszkowicz is ooit ‘maffiamaatje’ genoemd. Zelf bekritiseerde hij de rechter in de zaak-Wilders, die „kennelijk van bovenaf was volgestopt met opdrachten.” Ondermijnt hij daarmee niet zelf het vertrouwen in de rechtsstaat?

„Nee, dat vind ik niet. De tuchtrechter veroordeelde de uitspraak van Moszkowicz, maar ik vraag me af of dit bij het hof in Straatsburg overeind was gebleven. Dat hof geeft meer ruimte: je mag dit soort dingen over een rechter zeggen, als je meent dat je hier goede redenen voor hebt. Ik schrijf ook in mijn boek dat ik het in dit geval niet per se eens ben met de kritiek op Moszkowicz.”

Daarnaast was er nog de advocaat Mohammed Enait, die vanwege zijn geloof niet wilde opstaan voor de rechter.

„Dat is een heel andere zaak. Als ik voor een rechter opsta, ben ik me daar niet eens meer van bewust. Het gaat automatisch. Het kan geen kwaad om oude gedragsregels eens tegen het licht te houden.”

Enait ging wel verder: hij sprak ook van ”witte rechters”, waarmee hij partijdigheid suggereerde.

„Dat gaat mij te ver. Ik ben het dus niet in alles met hem eens.”

In de zaak van Ayaan Hirsi Ali kwam er kritiek op uw eigen integriteit. U maakte, op verzoek van Hirsi Ali zelf, gegevens over haar beveiliging publiek. U ervoer destijds de media-aandacht als eenzijdig. Schaadde die eenzijdigheid de rechtsgang?

„Ik geef de media niet zo snel de schuld. Voor mij telde alleen het belang van mijn cliënt. Ik kreeg veel over me heen en dat hoort er dan bij. Eenzijdigheid kan echter wel invloed hebben op een zaak. Het kan ook een reden zijn om zelf actief de media op te zoeken.”

In uw boek haalt u een aantal malen James McGill aan, de hoofdpersoon in de serie Better call Saul. Hij overschrijdt ethische grenzen, bijvoorbeeld door informatie naar de media te lekken.

„De dilemma’s waar hij voor staat zijn reëel, ook al is de serie een overdrijving. Je mag als advocaat informatie aan de media geven. En als je het hebt over lekken: dat gaat dan anoniem. Bij grotere zaken is dat een onderwerp.”

In de rechtszaak tegen Geert Wilders kwam er ook informatie op straat te liggen. Sommigen dachten dat zijn advocaat dit had gedaan.

„Meestal is het niet de advocaat die zoiets doet. De cliënt kan zelf ook gekke dingen doen. Wilders kan heel goed inschatten wat in zijn belang is. Daarnaast kan er vanuit het openbaar ministerie makkelijk iets lekken, omdat daar vaak veel mensen aan dezelfde zaak werken.”

Als een advocaat lekt, speelt dan ook het belang van de cliënt daarbij een rol?

Stellig: „Dat is het énige belang dat telt. Je moet de cliënt in die zaak dienen. Ik heb voor mijn zaken vaak contact met de media gehad, maar ik heb nooit iets anoniem gelekt.”

Atticus Finch is voor veel advocaten een voorbeeld, maar u bent ook kritisch. Deze fictieve advocaat verdedigt in de VS een onschuldige zwarte man, die aan het eind schuldig wordt bevonden. U stelt dat hij in het belang van zijn cliënt ook het racistische systeem in dat land had moeten aankaarten. Hebben advocaten volgens u een maatschappelijke plicht?

„Als het systeem waarin je als advocaat functioneert verrot is, moet je dat dan onbenoemd laten? Of legitimeer je dan de bestaande situatie? Die vraag wilde ik opwerpen. Atticus Finch geldt, hoewel hij een romanfiguur is, voor veel advocaten als een held. Ik vind dat je hem ook moet bekritiseren. Het benoemen van dit racisme had zijn cliënt mogelijk kunnen helpen.”

Het kantoor waarbij u werkt staat bekend als activistisch en links geëngageerd. Past activisme binnen de ethiek van een advocaat?

„In mijn visie hebben advocaten een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat is iets anders dan activisme. Bij mijn kantoor werkt Wil Eikelboom, die bezig is met asielrecht. Hij zet zich niet alleen in voor de cliënt, in dit geval asielzoekers, maar buiten individuele zaken ook voor de rechtsstaat. Hij kaart misstanden in het recht aan. Dat is voor een advocaat geen plicht, maar een persoonlijke keuze. Ethisch gezien is dat geoorloofd en ook ik kies daar zelf zeer bewust voor.”

U noemt zich advocaat in ruste. Heeft u geen zin om weer actief te worden, nu u stopt als hoogleraar?

„Ik ben heel lang advocaat geweest en blijf graag bezig met het vak, maar wil geen eigen zaken meer aannemen. Als hoogleraar keek ik naar diezelfde juridische problematiek, maar dan vanuit een andere invalshoek. Dat vond ik leuker.”

U neemt nu eerst de tijd om na te denken wat u wilt. Had u niet verder gewild als hoogleraar?

„Ik vond het erg leuk om onderwijs te geven aan studenten, om te zien wat ze weten en vooral ook wat niet. De Orde van Advocaten, die de leerstoel mogelijk maakt, wil liefst elke vijf jaar een andere hoogleraar en ik vind dat goed. Er is veel diversiteit onder advocaten.”

Er was ook kritiek op u. Dat u veel minder media-aandacht genereerde dan uw voorganger. Kwam uw insteek niet overeen met de verwachtingen van de Orde?

„Nee. Iedere hoogleraar kiest een eigen invulling en er zijn altijd mensen die het niks vinden. Vergelijk het met het programma Zomergasten: wie de presentator ook is, het is nooit voor iedereen de goede keuze. Er was bijvoorbeeld een cassatieadvocaat die zei dat ik nooit iets zei over cassatie. Dat klopt. Mijn opvolger zal het ongetwijfeld weer anders doen dan ik.”

Britta Böhler

Britta Böhler (1960, Freiburg im Breisgau) werkt sinds 1985 als advocaat en woont sinds 1989 in Nederland. Ze was oprichter van het kantoor dat tegenwoordig Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers heet en gevestigd is in Amsterdam. Het kantoor heeft een links geëngageerd profiel en is vaak betrokken bij zaken rondom milieu, mensenrechten en asielrecht. Van 2007 tot 2011 was Böhler senator namens GroenLinks. Om in de Eerste Kamer te mogen zitten moest ze de Nederlandse nationaliteit aannemen, waardoor ze de Duitse moest opgeven. Van 2012 tot 1 mei dit jaar was ze bijzonder hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Als advocate neemt ze de laatste jaren geen nieuwe zaken meer aan. Ze schreef diverse boeken, onder meer over de zaak-Öcalan. Met auteur Rodney Bolt schreef ze bovendien, onder het pseudoniem Britta Bolt, een thriller-trilogie.

Boekgegevens

”De goede advocaat”, Britta Böhler; uitg. Cossee, Amsterdam, 2017; ISBN 978 90 5936 708 1; 128 blz. € 14,99.