Boekenweekgeschenk: Griekse tragedie in Vlaams dorp

Boekenweek 2012
3

Het is een onwaarschijnlijk scenario. Op 4 juli 1989, de dag waarop Amerika zijn onafhankelijkheid zal herdenken, dringt een Russische Mig 23 die is opgestegen in Polen via Oost-Duitsland het NAVO-luchtruim binnen.

Het vijandelijke toestel zet koers naar Brussel, waar het hoofdkwartier van de NAVO is gevestigd. Twee Amerikaanse gevechtstoestellen stijgen op van de luchtbasis Soesterberg om de indringer over Duits en Nederlands grondgebied te begeleiden. De Mig blijkt onbemand en stort even later door brandstofgebrek neer op een woonhuis in Bellegem, bij Kortrijk in België. Een 19-jarige man die in dat huis aanwezig is komt om het leven – het enige slachtoffer dat de Koude Oorlog heeft gemaakt.

Het verhaal is echt gebeurd en de Vlaamse schrijver Tom Lanoye gebruikte het als basis voor het Boekenweekgeschenk dat hij dit jaar mocht schrijven. Het voorval is extra geschikt, omdat het Boekenweekgeschenk dit jaar voor het eerst (op bescheiden schaal) in België wordt verspreid – van de 894.000 gedrukte exemplaren komen er 61.000 in Vlaanderen terecht. Het Russische toestel vloog in een rechte lijn over Zuid-oost-Nederland naar het zuidwesten van België en bracht zo een verbinding tussen de beide landen aan. Daarbij moet wel worden aangetekend dat het incident in Nederland vrijwel volledig uit het collectieve geheugen is verdwenen, terwijl het in België –begrijpelijk– duidelijker op het netvlies staat.

Tom Lanoye plaatst het incident in het brede kader van de Koude Oorlog, die in 1989 in een onduidelijke fase is terechtgekomen. De ontspanningspolitiek van Gorbatsjov moet nog vruchten afwerpen en de onzekerheid is groot. In Polen durft men de democratisch gekozen president vooralsnog niet te beëdigen uit vrees dat het Russische leger ook hier een einde zal maken aan de ontluikende lente.

In deze gespannen situatie dringt een Russisch gevechtstoestel het NAVO-luchtruim binnen. De alarmbellen in het centrale commandocentrum van de NAVO in het Belgische Casteau rinkelen oorverdovend en onophoudelijk. Wat te doen?

Voor het fictieve element van het verhaal richt Lanoye zich op het kleinschalige niveau van het gezin dat door het neerstortende toestel werd getroffen: de 19-jarige Belg die de dood vond, en zijn ouders.

Lanoye heeft zijn novelle het karakter gegeven van een Griekse tragedie. Het blinde noodlot heeft ervoor gezorgd dat uitgerekend die jongen in dat dorpje in West-Vlaanderen slachtoffer werd van de vijandig kille verhouding tussen Oost en West. Groter toeval bestaat er niet, suggereert Lanoye. Hij laat de piloot, die boven Polen uit zijn toestel is gesprongen en aan zijn parachute hangt, denken: „Laat Moedertje Aarde vandaag haar onmetelijkheid bewijzen. Ze bezit bewegende duinen aan deze Baltische kust en een binnenland vol velden en bossen. In het noorden liggen gletsjers en fjorden, in het zuiden savannes en woestijnen, in het oosten steppes en nog meer woestijnen. Er zijn ook Dolomieten en Karpaten, Alpen en Apennijnen. Daartussen liggen meren en zeeën, waar geen sterveling woonachtig is. Zeventig procent van het aardoppervlak bestaat sowieso uit water. Dus nee, het kan niet. Dat mijn kist zou neerstorten op een stad. Het is uitgesloten dat ook maar één onschuldig mens het leven laat vanwege een domme fout van mijn onderhoudsploeg of –wie weet, dan toch– van mij. Het kan niet. Daar is de wereld te groot voor en God te machtig. Hij, of minstens Zijn kansberekening.”

Lanoye werkt het drama uit door er een Oedipusachtig element aan toe te voegen. Walter, de vader van Peter (het later slachtoffer), heeft het aangelegd met een meisje dat zijn dochter had kunnen zijn: Carla. Het blijkt dat ze ook nog eens het vriendinnetje van Peter was. In haar naïviteit gaat Carla naar Vera, de vrouw van Walter, om haar de situatie uit te leggen. Het twistgesprek dat volgt is een afspiegeling van de Koude Oorlog op individueel niveau. Daarbij wordt Vera geconfronteerd met haar eigen ik, met de vrouw die zij ooit geweest is en die onherroepelijk aan de vergankelijkheid wordt prijsgegeven. Omgekeerd ziet Carla haar eigen, weinig rooskleurige, toekomst.

Om het drama compleet te maken zorgt Lanoye ervoor dat het Vera’s ‘schuld’ is dat Peter, die eindelijk de zin van zijn leven heeft ontdekt, thuis is op het moment dat het vliegtuig neerstort. „Hij zou elke dag een kip moeten slachten op het altaar van de God van het Toeval”, bedenkt hij in zijn laatste minuten.

En dat is waar het in dit, overigens knap gecomponeerde, Boekenweekgeschenk om draait. Het leven heeft geen diepere zin. De mens is overgeleverd aan het blinde noodlot, dingen overkomen hem. God is de grote Afwezige; sterker nog: voor Lanoye toont deze dramatische gebeurtenis aan dat God niet bestaat.

Die gedachte, gevoegd bij platvloers taalgebruik en misbruik van Gods naam, maakt dat het christelijke alternatief voor het Boekenweekgeschenk dit jaar geen overbodige luxe is.


Boekgegevens

”Heldere hemel”, Tom Lanoye; uitg. CPNB, Amsterdam, 2012; ISBN 978 90 5965 149 4; 96 blz.; gratis bij besteding van ten minste 12,50 euro in de boekhandel.