Boek over spirituele oecumene is als veelkleurig maar te weinig gestemd orkest

„Het boek heeft wat weg van een orkest met een veelheid aan instrumenten: je verwacht een symfonie, maar daarvoor blijkt het te weinig gestemd.” beeld Getty Images, Aleksandar Georgiev
2

Dr. Herman Speelman en dr. Klaas van der Zwaag bezorgden onder de titel ”Spirituele oecumene” een kloek boek over de vele vormen van de gezamenlijke en persoonlijke omgang met God. Het groeiende besef van geestelijke verbondenheid onder christenen wereldwijd dat zij waarnemen, vormt voor hen de aanleiding voor dit fikse project.

De inzet van het boek is de vraag of en in welke mate spiritualiteit de oecumene tussen kerken en kerkmensen –het gaat dan concreet over rooms-katholieken, orthodoxen, anglicanen, lutheranen, evangelicalen en calvinisten– in onze tijd verder kan helpen. Het boek gaat dus meer over de beleving dan over de leer.

Vijftig wetenschappers en kerkelijke functionarissen beschrijven vanuit hun eigen kerkelijke perspectief hun kijk op de snel groeiende spirituele oecumene. De redacteuren presenteren het boek nadrukkelijk niet als een handboek spiritualiteit, maar als een „bundeling van persoonlijk getinte laagdrempelige bijdragen van enthousiaste medegelovigen.”

In het Woord vooraf noteren zij de wens dat zij door middel van dit boek vooroordelen en blokkades, die de onderlinge geestelijke verbondenheid kunnen hinderen, bespreekbaar kunnen maken of zelfs kunnen slechten. Uiteindelijk gaat het erom dat gelovigen, hoe verschillend en verscheiden ze ook zijn, dichter bij God en bij elkaar zullen komen.

Het zal niemand verbazen dat het in het bestek van deze bijdrage ondoenlijk is om dit boek (794 pagina’s) inhoudelijk recht te doen. Daarvoor is het aantal auteurs te veel en te verscheiden. Elke lezer zal zijn of haar eigen momenten van herkenning, verrassing, verdieping én bevreemding ervaren. Het verging mij niet anders. Van sommige bijdragen heb ik veel geleerd, andere las ik met theologisch en zelfs vroom genoegen; er zijn ook bijdragen bij waarbij ik vooral vraagtekens in de marge noteerde. Ik zal in het vervolg van deze bespreking dan ook niet op afzonderlijke bijdragen ingaan. Eerst zal ik een indruk geven van de opzet en van het schrijverspanel. Daarna noteer ik enkele overwegingen bij het project als zodanig, waarvan dit boek de neerslag is.

Geschiedenis

Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel biedt een overzicht van de geschiedenis van de oecumene in met name de twintigste eeuw. Deel twee, met 600 pagina’s het hoofddeel van het boek, omvat de artikelen over de spirituele oecumene, geschreven door 50 auteurs. Het derde deel biedt een nabeschouwing, waarbij de blik ook wordt gericht naar de toekomst.

De artikelen in deel twee van het boek zijn onderverdeeld in verschillende rubrieken. Om te beginnen is er de tweedeling van een algemeen deel en een thematisch deel. In het algemene deel schrijft bijvoorbeeld Kick Bras over mystiek, Wim Dekker over de betekenis van Pasen, Leo Koffeman over het ambt en Marcel Sarot over het gebed.

Het thematische deel is weer onderverdeeld in vier rubrieken: liturgische thema’s, pastoraal-catechetische thema’s, historische thema’s en stromingen. Om u ook daarvan een indruk te geven: in dit deel van het boek schrijft Bram van de Beek over de eucharistie, Paul van Geest over mystagogie, Liuwe Westra over kerkvaders en Izak Kole over de gereformeerde gezindte.

Overwegingen

Het lezen van ”Spirituele oecumene” voedt allerhande overwegingen. Drie van deze overwegingen wil ik in deze bijdrage graag met u delen. Om te beginnen is het een prestatie om zo veel auteurs en zo verschillende auteurs bij elkaar te brengen. Het resulteert in een veelkleurig boeket dat de lezer veel biedt. Het boek is wat dat betreft bijzonder informatief.

Ik noem met name ook het inleidende deel, dat op een overzichtelijke en toegankelijke manier de gang van de oecumenische beweging schetst. In dat verband doet zich de fundamentele vraag voor naar de verhouding van spirituele oecumene tot institutionele oecumene. De institutionele oecumene –het fuseren van kerkelijke instituten– is in onze tijd op zijn retour. In die postmoderne context biedt spirituele oecumene volgens Speelman en Van der Zwaag kansen voor hechte verbinding tussen christenen en vernieuwing van het geloof.

Wat op het punt van de leer niet lukte, moet via de beleving meer kans van slagen hebben. Spannende vraag is of dit een kwestie is van ingaan op het postmoderne levensgevoel of dat het er andersom het resultaat van is. Zij constateren dat hoe meer aan de eigen traditie en het eigen ”kerkelijk” gelijk wordt vastgehouden, hoe minder bereid men is om met de ander in gesprek te komen.

Nu ben ik de eerste om toe te geven dat een gezonde dosis zelfrelativering bijzonder belangrijk is. Hier is echter meer in het geding dan de eigen traditie, een theologische positie of het kerkelijk gelijk als zodanig. De vraag achter die traditie of positie is die naar het verstaan van de waarheid. Dat verstaan is beperkt en ongetwijfeld voor verbetering –lees: bekering– vatbaar; de waarheid niet. En laten we wel wezen: het gaat, gelet op de theologische en kerkelijke posities van de vijftig auteurs, om meer dan nuances en voorkeuren. Het gaat op zijn minst in een aantal gevallen om fundamentele verschillen; waarbij te denken is aan het verstaan van de genade, het heil, het offer van Christus en alles wat daarmee samenhangt. Wie vraagt op die punten het eigen ”kerkelijk” gelijk te relativeren, komt gevaarlijk dicht in de buurt van het relativeren van de waarheidsvraag.

Boeiende inzichten

Dat is wat mij betreft, bij wijze van tweede overweging, de fundamentele vraag onder de tekst van ”Spirituele oecumene”. Een vraag die open wordt gelaten. Dat resulteert in boeiende inzichten; tegelijk is dat het onbevredigende ervan. Nu de institutionele oecumene hapert, gaan we het pad van de spirituele oecumene op. Wat maakt deze route veelbelovender? Het feit dat hij minder theologisch belijnd is? Dat roept een spanning op tussen leer en beleven. Terwijl naar mijn besef de Geest van ”de gezonde woorden” ook de Geest is van de beleving.

Ik krijg nu al lezende soms de indruk dat er meer van het kompas van de beleving wordt verwacht omdat het minder secuur is. Maar dient juist ook onze beleving niet geijkt te zijn door de leer van de Schriften? Zoals ons verstand verlichting nodig heeft, dient ook ons gevoel geheiligd te worden. Is ons geestelijk ervaren niet evenzeer een werking van de Heilige Geest als ons geestelijk weten? Tenminste, wil het meer zijn dan menselijk gevoel en emotionaliteit. Beide, ons weten en ons ervaren, zijn vooralsnog beperkt; ze zijn wel uit dezelfde Geest. En het betreft de Geest Die in al de waarheid leidt.

Dat laat mij als lezer, en dat zegt ongetwijfeld ook veel over mijzelf, met een wat onbevredigend gevoel achter. Zoals al vastgesteld, leer je al lezend veel. En je ervaart herkenning, instemming, verwondering en soms vervreemding. In die zin is het een boek dat veel zegt. Echter juist de ontmoeting waar het dienstbaar aan wil zijn, blijft in het boek zelf uit. Ik weet dat de opzet bewust zo gekozen is. Speelman en Van der Zwaag stond in die zin een boek met een ”open einde” voor ogen. Dat geeft het tegelijk iets vrijblijvends. Het heeft wat dat betreft wat weg van een orkest met een veelheid aan instrumenten: je verwacht een symfonie, maar daarvoor blijkt het te weinig gestemd.

Spirituele oecumene. Over de vele vormen van de gezamenlijke en persoonlijke omgang met God, H. A. Speelman, K. van der Zwaag (red.); uitg. Summum Academic Publications; 794 blz.; € 39,99