Biografie van de geestelijke vader van Dik Trom

2

Pedagogen konden niet lachen om Dik Trom. Ze vonden dat schrijver Johan Kieviet de jeugd maar een slecht voorbeeld gaf met zijn verhalen over die ondeugende jongen. Maar de kinderen smulden van Diks doldwaze avonturen.

Dik Trom speelde al vroeg een rol in het leven van schrijver en documentairemaker Ton van der Lee (1956) uit Amsterdam. „Op school trakteerden andere kinderen in de klas op snoep als ze jarig waren. Mijn zus en ik deelden boeken uit van Dik Trom. Die stonden bij ons thuis op zolder, bij dozen vol.”

Dat kwam zo: Johan Kieviet was de overgrootvader van Van der Lee. De schrijvende schoolmeester (1858-1931) had gedurende zijn lange leven een slordige vijftig boeken geschreven, hoofdzakelijk voor kinderen. „De uitgevers stuurden bij elke herdruk tien exemplaren naar ons op, zo stond het in de contracten”, licht Van der Lee toe. „Johan Kieviet was daarom een figuur waar ik mee opgroeide. Ik deelde zijn boeken niet alleen uit, ik las ze net als veel van mijn generatiegenootjes met plezier.”

Van der Lee kende zijn overgrootvader dan wel van zijn boeken, maar meer dan een naam was de schrijver niet voor hem. Dat veranderde toen zijn moeder hem een ontroerend verhaal vertelde over het sterfbed van Johan Kieviet. „Op een warme zomermiddag zat ze aan zijn bed. In de bloembak bij het openstaande raam zoemden de bijen zo luidruchtig, dat Johan haar hand pakte en vroeg waarom de koeien zo aan het loeien waren. Hij dacht dat hij weer terug was in Etersheim, het dorp in Noord-Holland waar hij zijn gelukkigste jaren had beleefd. Toen mijn moeder dat vertelde werd Johan Kieviet voor mij opeens iemand van vlees en bloed en begon ik na te denken over een biografie.”

Van der Lee verdiepte zich in het leven van zijn overgrootvader. Hij tekende verhalen op uit de mond van zijn moeder en andere familieleden, maar kreeg ook inzage in allerlei oude papieren. Daarbij zaten ook de aktes van de doodgeboren kinderen die Johan en Gesina in Etersheim kregen.

Eigenlijk is het een wonder dat u er bent...

„Dat kun je wel zeggen, ja. Mijn overgrootmoeder kreeg in de eerste jaren van haar huwelijk zes doodgeboren kinderen, allemaal jongetjes – elke keer een onvoorstelbare tragedie. Het zevende kind, weer een jongetje, leefde enkele weken. Pas het achtste kind, mijn grootvader, bleef in leven. Later kregen Johan en Gesina nog een dochter. Ik kan me niets voorstellen bij het leed dat mijn overgrootouders in die beginperiode hebben moeten doorstaan. Tegenwoordig zou een vrouw als Gesina al lang bij de psycholoog zijn terechtgekomen, maar zij heeft het allemaal zelf moeten verwerken. Ongelofelijk.”

Johan Kieviet kwam uit een eenvoudig timmermansgezin in de Haarlemmermeer, maar wist zich aan dat milieu te ontworstelen. Wat zegt dat over hem?

„Hij was erg ambitieus, hij droomde van een andere toekomst. De angst om arm te blijven dreef hem, hij wilde van een dubbeltje een kwartje worden. Hij hechtte erg aan materiële zaken. Daarnaast speelde zijn romantische fantasie een rol. Thuis werd vaak voorgelezen uit ”Uit de riddertijd”, het enige boek dat zijn ouders bezaten. De verhalen openden zijn ogen voor andere dingen in de wereld dan polders en boerderijen. Daarom wilde hij verder leren en schoolmeester worden. Dat is hem ook gelukt. Hij begon op een schooltje met één klaslokaal in Etersheim; daarna werd hij schoolhoofd in Zaandam. Hij trouwde zelfs met de dochter van een welgestelde bollenboer uit Lisse. Dat hij vijftig boeken schreef zegt ook veel over zijn gedrevenheid.”

Hoe was Kieviet als schoolmeester?

„Hij geloofde sterk in de aangeboren goedheid van kinderen. Als je ze maar liefdevol opvoedde, dan kwam het goed met ze, meende hij. Wat dat betreft kon hij zich vinden in de opvattingen van de Franse filosoof en pedagoog Rousseau. Hij was bijvoorbeeld tegen lijfstraffen. Kinderen waren in zijn ogen geen kleine volwassenen die met discipline en straf moesten worden klaargestoomd tot brave burgers: begrip, inleving en vertrouwen waren veel betere opvoedkundige middelen.”

Speelde het christelijk geloof een rol in zijn leven?

„Kieviet was een cultuur-christen. Het kerkelijke leven was voor hem vooral een sociaal gebeuren. Maar hij wist veel van de Bijbel en het geloof. Hij was ferm verankerd in het protestants-christelijke veld en betrokken bij allerlei kerkelijke activiteiten. In Lisse en Etersheim was hij kerkorganist, hij kende psalmen en gezangen. Zijn lievelingspsalm was ”’t Hijgend hert der jacht ontkomen”. Maar thuis werd er bijvoorbeeld niet gebeden. Zijn vrouw Gesina beschouwde zichzelf als humaniste.”

Kieviet wilde op jonge leeftijd al schrijver worden?

„De verhalen van schrijvers als Walter Scott over Ivanhoe en Robin Hood spraken hem als kind erg aan. Die hebben zijn fantasie op gang gebracht en hij koesterde in zijn jonge jaren de geheime ambitie om zelf ooit schrijver te worden. Net als de schilders van de panorama’s die in zijn tijd populair waren wilde hij een wereld scheppen die de mensen zou betoveren. De helft van de boeken die hij later schreef ging overigens over geschiedenis; daar had hij een passie voor ontwikkeld.”

Welk beeld heeft u van Johan Kieviet als mens gekregen?

„Een paar kernwoorden. Ik noemde al zijn enorme ambitie en gedrevenheid. Daarnaast had hij een gevoelige, romantische ziel met een rijke verbeelding. Hij was een natuurliefhebber en had een groot hart voor sociaal minderbedeelden. Als hij zag dat een leerling met natte kousenvoeten in de klas zat, dan stuurde hij die jongen of dat meisje meteen op pad om op zijn kosten een paar klompen te gaan halen. Ook met zijn gezin was hij voortdurend bezig. Daarnaast was hij zeer begaafd; hij schreef een groot aantal boeken waarmee hij veel succes oogstte. Hij had een duidelijke missie, waar hij echt voor ging.”

Wat beoogde hij met zijn schrijverij?

„Kieviet wilde goede, verantwoorde kinderboeken schrijven. Aanvankelijk zat hij nog helemaal op de lijn van de achttiende-eeuwse dichter Hiëronymus van Alphen –van ”Jantje zag een pruimen hangen”– en van de vroeg negentiende-eeuwse schrijver Nicolaas Anslijn, die onder meer ”De brave Hendrik” schreef. De hoofdpersonen waren weliswaar kinderen, maar onwaarschijnlijk braaf. De bedoeling was dat kinderen door deze voorbeelden deugden als gehoorzaamheid en eerlijkheid zouden aanleren. Kieviet merkte dat deze verhalen zijn leerlingen in Etersheim weleens begonnen te vervelen. Dat bracht hem op het idee om zelf iets voor kinderen te gaan schrijven. Zijn eerste twee boeken, ”De twee neven” en ”Frans van Dorentil”, waren nog sterk moralistisch omdat ze werden geschreven vanuit de pedagogische opvattingen van een volwassene die geen rekening hield met de belevingswereld van het kind.”

En toen kwam Dik Trom...

„Zijn eerste pennenvruchten had Kieviet alleen voorgelezen aan zijn vrouw Gesina. Hij besefte echter dat hij voor zijn verhalen beter kon kijken naar zijn leerlingen. Wat zij in de klas en buiten schooltijd meemaakten noteerde hij in een schrift en dat liet hij dan door een leerling aan de klas voorlezen. De kinderen luisterden met open mond naar de grappige voorvallen en de avonturen, want die gingen nu eens over hun eigen leefwereld. Hierdoor aangemoedigd schreef Kieviet ”Uit het leven van Dik Trom”, over een dikke jongen die allerlei streken uithaalt, gezagsdragers in de maling neemt en zowel goede als slechte eigenschappen heeft.”

U noemt dat in uw boek revolutionair...

„Wat Kieviet deed had nog niet eerder een kinderboekenschrijver gedaan of gedurfd. We kunnen ons tegenwoordig niet meer voorstellen hoe bijzonder het was. Dik Trom heeft een groot aantal opvolgers gekregen, zoals Pietje Bell en Hielke en Sietze van de Kameleon. In 1891 was het boek echter volkomen nieuw en verbijsterend origineel. Terecht is Kieviet in 2016 in DWDD door een vakjury uitgeroepen tot belangrijkste kinderboekenschrijver van Nederland. Helemaal zonder moraal was dit eerste deel over Dik Trom overigens niet. Gaandeweg leert Dik Trom door de gevolgen van zijn kattenkwaad toch ook het verschil tussen goed en kwaad kennen. Het kostte Kieviet niettemin de nodige moeite om er een uitgever voor te vinden. De eerste die Kieviet aanschreef stuurde het manuscript terug met de vraag of de schrijver wel goed bij zijn hoofd was. Toen hij het tenslotte uitgegeven kreeg, liep de verkoop voor geen meter. Dat veranderde pas toen Kieviet een kleine tien jaar later in zee ging met de illustrator Johan Braakensiek. Mede door zijn tekeningen werd Dik Trom plotseling een groot succes. In latere delen werd Dik Trom overigens wel weer wat braver. Kieviet trok zich de kritiek van de pedagogen kennelijk toch wel aan.”

Welk boek van Kieviet spreekt u het meest aan?

„Ik ben heel gecharmeerd van het zesde en laatste boek over Dik Trom. Daarin komt alle levenswijsheid van Kieviet samen. Hij schreef het toen hij al 71 was, maar hij wist zich nog prima in te leven in de wereld van het kind. Het is een tijdloos, teder boek. Bijna een sprookje.”

----

Ton van der Lee

Ton van der Lee (Bussum, 1956) is de achterkleinzoon van C. Johan Kieviet. Hij studeerde Engelse taal- en letterkunde in Amsterdam en Engeland.

Na enkele jaren als journalist en vertaler te hebben gewerkt begon hij documentaires te maken voor de publieke omroep en zette hij zijn eigen filmproductiebedrijf op.

Hij filmde geregeld voor Artsen Zonder Grenzen; in deze periode bereisde hij grote delen van Afrika, Azië en Latijns Amerika.

Van der Lee publiceerde zeven boeken over Afrika, waar hij twaalf jaar woonde.

Daarnaast schreef hij enkele historische romans. Voor Kluitman, de oorspronkelijke uitgever van Dik Trom, schreef hij drie kinderboeken over de ”Nieuwe Dik Trom”, een eigentijdse nakomeling van de oorspronkelijke kinderheld.

----

Boekgegevens

Kieviet. Biografie van de schrijver van Dik Trom, Ton van der Lee; uitg. Ambo Anthos; 309 blz.; 24,99