Arne Zuidhoek portretteert 13 zeelieden uit de Lage Landen

De vraag of Piet Hein een held of een schurk was, is voor de gemiddelde Nederlander niet moeilijk te beantwoorden.

Maar hoe zat dat met Claes Compaen, een Barbarijse zeerover? En was admiraal Jacob van Heemskerck eigenlijk geen ordinaire zeerover? ”Held of schurk” bevat verhalen over dertien zeelieden uit de Lage Landen.

De beeldend kunstenaar en illustrator Arne Zuidhoek maakt al sinds de jaren zeventig boeken over maritieme geschiedenis. Daarbij is hij meestal zowel auteur als tekenaar. Het boek ”Held of schurk” is vergeleken met andere publicaties van Zuidhoek van klein formaat en sober geïllustreerd in zwart-wit. Zuidhoek vertelt graag verhalen en is geïntrigeerd door zeerovers. Dat bleek uit eerdere publicaties en ook in dit boek wordt dat weer duidelijk.

Vrij willekeurig heeft Zuidhoek dertien mannen gekozen die tussen de twaalfde en de twintigste eeuw op zee actief waren. Bij de selectie zegt hij zich vooral te hebben laten leiden door hun werkterrein: van de Atlantische Oceaan tot de Zuiderzee.

Over zijn werkwijze schrijft de auteur: „(…) in het geval er redelijk betrouwbare portretten van de mannen bestonden, werden deze uit de aard der zaak tot voorbeeld genomen (…), de anderen zijn zo gemodelleerd als het mij goeddacht.” Dat is meer de werkwijze van een beeldend kunstenaar dan die van een historicus, maar het levert dertien verhalen op die vlot lezen.

Deze werkwijze heeft wel tot gevolg dat Zuidhoek een zeventiende-eeuws verhaal over Ali Pisseling zonder onderbouwing afdoet met de woorden: „Ik denk dat dit verhaal niet waar is en bij een andere held, schurk, ziener of profeet hoort.”

De biografieën zijn in alfabetische volgorde opgenomen, waardoor chronologie ontbreekt. Elk verhaal wordt voorafgegaan door een eigentijds gedichtje. Het taalgebruik is ongepolijst, zoals wel vaker in het boek:

„Bedestonden, stomme honden!

Doden geen roversman.

Maar een vloot in zee gezonden,

stomme honden!

Dat is wat je redden kan.”

Zuidhoek koestert een geromantiseerd beeld van veel van zijn hoofdpersonen. In het hoofdstuk over Pier Gerlofs Donia staat: „Vrijwel alle hier behandelde hoofdpersonen kunnen worden getypeerd door een duister brok woestheid in hun natuur.” Dat leidt tot conclusies als die over de watergeus Willem Lumey: „Bezat Willem van Oranje maar iets van het drieste karakter van Lumey, (…), dan was er geen sprake geweest van een Nederland én een België (…) maar van één natie: De Nederlanden.”

Het was mooi geweest als Zuidhoek het zonder verdere pretenties had gehouden bij de dertien verhalen. De poging om in een slothoofdstuk de besproken personen in te delen in de categorie held of schurk is niet geslaagd. In een aanvechtbare definitie wordt gesteld dat zeeroof uit drie onderdelen bestaat: oorlogshandelingen, kaapvaart en piraterij. Vervolgens betitelt Zuidhoek drie mannen als dieven en oplichters: Eugène en Léonce Degrave en Jozef Mortelmans. „Schurken dus”, hoewel de gebroeders Degrave in Zuidhoeks optiek ook heldendaden verrichtten. Ook Pier Gerlofs Donia, Hubert Hugo, Lumey en Laurens de Graaf hadden eigenschapen van zowel de held als de schurk. Eustache Buskes was „voor velen een held, maar geen goede held.” Claes Compaen wordt als rover getypeerd, maar ach: „Alles tezamen was het op zee één grote roversbende.” Simon de Danser was een schurk, terwijl Piet Hein en Jacob van Heemskerck tot held worden benoemd. Ali Pisseling ten slotte was held noch schurk, maar kaper.

In het warrige slothoofdstuk onthult de auteur nog een doel van zijn boek. Hij wil tornen aan het mediabeeld van piraten die gewelddadig, nietsontziend en wreed zouden zijn. Door dat te doen, ondersteunt hij een andere, geromantiseerde visie op de piraat: de in samenleving en staat teleurgestelde avonturier. De schurkachtige held of heldhaftige schurk.


Boekgegevens

”Held of schurk. Dertien zeerovers uit de Lage Landen”, door Arne Zuidhoek; uitg. Omniboek, Utrecht, 2011; ISBN 978 90 5977 604 3; 224 blz.; € 18,90.