Amerikaanse roman: een treinwagon als kerk

Een treinwagon als kerk: in onze moderne samenleving is dat ondenkbaar. Honderd jaar geleden was dit in Amerika juist een prachtig middel om verafgelegen gebieden met het Evangelie te bereiken.

Met de aanleg van spoorwegen werd een groter gebied toegankelijk en werden passagierstreinen omgebouwd tot kerk, compleet met banken en een orgeltje. De nieuwe roman van Judith Miller speelt zich af rond zo’n wagenkerk. Dominee Irvine trekt in zijn wagon ”Bode van Hoop” samen met zijn dochter Hope van dorp tot dorp om mensen het Woord van God te brengen. Hope speelt orgel en leidt de zondagsschoolklasjes. Ze maakt zich hard voor verbetering van de schrijnende omstandigheden van de arme mijnwerkers in Finch en leert twee totaal verschillende mannen kennen, Luke en Kirby. Kirby blijkt twee gezichten te hebben en verdient aan illegale dranksmokkel. Hope kiest uiteindelijk voor Luke, de nieuwe dominee van het dorpje Finch.

Judith Miller heeft een lange rij romans op haar naam staan. Ze plaatst haar verhaal in een mooie historische setting en geeft een inkijkje in het keiharde bestaan van mijnwerkers, die hun leven lang gebonden waren aan schuldeisers zonder zicht op vrijheid. Hope leert dat niet zij degene is die hoop kan brengen, maar dat God alleen dat kan. „Hij was hun Hoop, Hij lag verankerd in hun zielen”, zo eindigt het boek. Een echte roman met een jonge schone dochter, een schurk en een dappere redder, ingebed in een christelijk stukje geschiedenis.

Boekgegevens

Het meisje van de wagenkerk, Judith Miller; uitg. De Banier; 368 blz.; € 20,95.