Albert Speer was geen onwetende en argeloze burgerman

20 april 1942. Albert Speer (m) en Hitler in gesprek met een Duitse arbeider die Hitler komt feliciteren met zijn verjaardag. beeld EMG
2

Omdat hij volhield niet van de moord op de Joden te hebben geweten kwam Albert Speer er bij het Neurenbergproces met een gevangenisstraf van af. De Duitse historicus Brechtken rekent meedogenloos af met zijn leugens.

Speer, geboren in 1905 en overleden in 1981, was van origine architect. In 1942 benoemde Adolf Hitler hem tot minister van Bewapening. Hij kreeg het voor elkaar dat de Duitse oorlogsindustrie in 1944 ondanks de geallieerde bombardementen vier keer zo veel produceerde als bij zijn aanstelling. Het is een van de factoren waardoor de Duitsers de strijd langer volhielden en de Tweede Wereldoorlog een jaar en mogelijk zelfs twee jaar langer duurde.

Bij zijn proces verklaarde Speer zich medeschuldig aan de onvoorstelbare catastrofe die het naziregime had teweeggebracht. Maar hij zei niet te hebben geweten van de gruwelijkheden die het naziregime had verricht. Pas het tribunaal had zijn ogen ervoor geopend. De rechters geloofden hem, en omdat er geen bewijzen waren dat hij er wel van wist, kwam hij er met een gevangenisstraf van af.

Ambities

In 1966 werd Speer in vrijheid gesteld en maakte hij carrière als de onschuldige Duitser die door Hitler was misleid. Miljoenen Duitsers herkenden zich in hem. Als deze hoge nazi niet van de moord op de Joden had geweten, dan hadden zij het toch ook niet kunnen weten? Net als Speer waren zij Duitsers die het regime als brave burgers hadden gediend. Zij hadden geen kwaad in de zin gehad.

Brechtken, historicus en plaatsvervangend directeur van het gerenommeerde Institut für Zeitgeschichte in München, rekent ”Albert Speer. Een Duitse carrière” meedogenloos met Speer en deze Duitsers af: „Albert Speer wilde nationaalsocialist zijn om zijn ambities te realiseren. Hij is exemplarisch voor al degenen die zich met vergelijkbare, zij het bescheidener ambities als de zijne voor het nationaalsocialisme engageerden, het droegen en vorm gaven.”

Na zijn vrijlating won Speer aan populariteit. Dat bleek onder andere in 1975 bij zijn zeventigste verjaardag. Van CDU-voorzitter Helmut Kohl ontving hij een persoonlijke brief. Eerder had hij al eens van SPD-voorzitter Willy Brandt een bos bloemen gekregen.

Met zijn boeken ”Herinneringen” en ”Spandauer dagboeken” bereikte hij in Duitsland en daarbuiten een miljoenenpubliek. Journalisten en historici konden hem altijd om informatie over het Derde Rijk vragen. De berouwvolle Speer maakte voor iedereen tijd vrij. Intussen verdiende hij er kapitalen mee.

Fabels en leugens

Brechtken laat in ”Albert Speer” niets heel van de vooraanstaande nazi. De Duitse historicus weet waarover hij spreekt. Tien jaar lang heeft hij aan de levensbeschrijving van Speer gewerkt. Wat hij over de nazi vond in de archieven vergeleek hij met uitspraken van hem. Er kwam een geheel andere Speer tevoorschijn.

Het afgelopen decennium deden diverse historici de reputatie van Speer al wankelen, maar Brechtken laat hem omvallen. Een aantal fabels en leugens waar Brechtken mee afrekent:

Speer vertelde altijd in geuren en kleuren dat bij zijn geboorte in Mannheim het onweer werd overstemd door het geluid van de kerkklok. Van de kerk stond bij zijn geboorte nog niet eens het fundament.

Speer presenteerde zich op het proces in Neurenberg als een apolitieke vakman die door Hitler om de tuin was geleid. Maar Brechtken ontdekte dat hij in de zomer van 1930 al lid was van de Nationalsozialistische Automobilklub. Maart 1931 sloot hij zich aan bij de NSDAP en de SA. Hitler was op dat moment niet aan de macht en het was nog maar de vraag of dat ooit zou gebeuren.

Endlösung

Speer zou „nooit antisemitisch actief” zijn geweest. Brechtken overlegt documenten waaruit blijkt dat Speer in 1942 materiaal voor de uitbouw van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz ter beschikking stelde.

Speer zei altijd dat hij op 3 oktober 1943 niet aanwezig was op de bijeenkomst van regionale partijleiders in Poznan. In een drie uur durende toespraak sprak Heinrich Himmler ’s middags over de systematische vernietiging van de Joden. ’s Ochtends had Speer een lezing gegeven over de Arbeitseinsatz. Speer hield in Neurenberg vol direct na zijn lezing te zijn vertrokken en van de Endlösung dus niet op de hoogte te zijn geweest. Brechtken geeft aan dat de hoge nazi wel degelijk aanwezig was en dus wist van de moord op de Joden.

Speer zei dat het Hitler was die Berlijn ”Judenfrei” wilde maken. De woningen van de Joden waren nodig voor megalomane bouwplannen om van Berlijn een wereldhoofdstad te maken. In werkelijkheid was het niet Hitler maar Speer die met het voorstel kwam.

Speer werkte gewoon samen met andere nazikopstukken als Himmler en Goebbels voor de instandhouding van de oorlogsindustrie. Later zei hij door Himmler te zijn tegengewerkt.

Sbladzijden tellende betoog van Brechtken. En het klopt wat de historicus stelt. Dat toont hij onomwonden aan in de ruim 300 bladzijden noten achter in zijn boek.

Uiterst geslepen

Met de leugens redde Speer zich het leven. Daar was het hem om te doen, aldus Brechtken. De historicus schildert de nazitopman af als iemand die uiterst geslepen was. Daarbij oogde hij uiterst sympathiek. Iedereen geloofde Speer.

Brechtken neemt het historici die eerder over Speer schreven, Joachim Fest en Hans Mommsen bijvoorbeeld, kwalijk dat zij hun werk niet goed hebben verricht. Zij hebben vertrouwd op de informatie uit Speers eigen boeken. Was het uit gemakzucht, onkunde, onwetendheid? Brechtken laat die vraag onbeantwoord. Hij constateert alleen. Het gevolg is wel dat „Speers eigen, in de literatuur oververtegenwoordigde lezingen steeds opnieuw worden overgeschreven.”

Alle lof verdient Brechtken voor zijn speurwerk. In Neurenberg ontliep de nazitopman de doodstraf, maar in dit gedegen en goed leesbare werk wordt bijna 75 jaar na de Tweede Wereldoorlog alsnog met de onwetende en argeloze burgerman Albert Speer afgerekend.

Boekgegevens

Albert Speer. Een Duitse carrière, Magnus Brechtken; Boom uitgevers; 976 blz.; € 49,99