Advocaat Max Moszkowicz is na de oorlog van slag om de geur van soep

Mr. Max Moszkowicz (l.) in 1996 tijdens het proces tegen drugsbaron Johan Verhoek. beeld ANP

Hij overleefde Auschwitz. Na de oorlog ontpopte hij zich tot een van de bekendste advocaten van Nederland. Max Moszkowicz, over wie onlangs een biografie verscheen, was een veelzijdig man die met velen overhoop lag.

Nooit kwam Max Moszkowicz los van de verschrikkingen van het naziregime. „Ik heb mijn vader vaak zien huilen”, zegt zijn zoon Bram. „Soms brak hij ineens. In een restaurant in Luik waar we regelmatig aten, werd een keer rodebietensoep geserveerd. Ik zag hem helemaal wit wegtrekken. Die geur herinnerde hem aan Auschwitz.”

Het verhaal staat in het recent verschenen boek ”De bokser. Het leven van Max Moszkowicz” van Marcel Haenen (1960), journalist bij NRC Handelsblad. De titel verwijst naar de vechtsport die Moszkowicz beoefende, ook in Auschwitz.

Max Moszkowicz is vijftien jaar als hij in augustus 1942 samen met zijn vader Abraham Moszkowicz, moeder Feiga Raab, broertje Joop en zusje Helga wordt gedeporteerd vanuit Maastricht. Net als honderden andere Joodse Limburgers. „Wie uit de rij liep, werd doodgeschoten”, citeert de auteur uit een verslag van Molly van der Hoop, medewerkster van de Joodsche Raad uit Amsterdam. „Aan beide kanten gewapende SS. Het is jammer dat mijn uitdrukkingsvermogen zoo beperkt is. Ik zou zoo graag mijn indruk willen weergeven van deze nachtelijke exodus. Deze zwaarbepakte zwijgende troep mannen en vrouwen, die bewaakt als gevaarlijke misdadigers door de stad naar het station trok.”

Vanuit kamp Westerbork deporteren de nazi’s op 21 september 1942 713 gevangenen per trein naar concentratiekamp Auschwitz in Polen. Max Moszkowicz zal als enige van die groep overleven.

Bij aankomst in Auschwitz, 23 september 1942, worden Max’ moeder, Feiga Raab (39), zusje Helga en broertje Joop, meteen vermoord. „We zagen mijn moeder en de kleintjes staan”, zal Max Moszkowicz later terugblikken in ”Mr. Moszkowicz. De pleitvader”. „Het ging niet goed. Ze hadden het moeilijk. Mijn vader zei: „Max, naar moeder en de kleintjes. Ga even helpen.” Het zijn de laatste beelden die ik van hen heb. Ik stak over, maar werd op weg naar moeder gegrepen door een SS’er. „Schweinhund”, brulde die tegen me en trapte me terug naar de rij mannen. Een kwartier later werden mijn moeder, mijn broertje en mijn zusje vergast.”

Te midden van de verschrikkingen van Auschwitz wordt Max in 1944 smoorverliefd op Margit Fuchsova uit Tjechoslowakije. Hij wordt in een grote ijzeren theeketel het vrouwenkamp binnengesmokkeld. „Als de SS me toen had ontdekt, was ik ter plaatse opgehangen.” Max neemt een gestolen potje jam voor Margit mee. „Ik ben die nacht bij haar gebleven. En om meteen maar duidelijk te zijn: we hebben elkaar wel een zoen gegeven, maar daar bleef het bij, want we eerbiedigden elkaar. Het was een nacht van tedere verliefdheid die ik nooit zal vergeten.” Margit overleefde de oorlog ook, trouwde met een Russische soldaat en overleed in 2011 in een voorstad bij Tel Aviv.

Varkensvoer en sneeuw

Begin 1945, als het Russische Rode Leger Auschwitz nadert, dwingen de nazi’s Max en duizenden medegevangen het concentratiekamp te verlaten en naar de 60 kilometer verder gelegen stad Loslau te lopen. Tijdens die bitterkoude Dodenmars houden gevangenen zich in leven met gras, varkensvoer en sneeuw. Duizenden verschoppelingen, vrouwen vaak, sterven aan de kant van de weg. „Wij waren als de Joden in de woestijn, die verlangden naar de vleespotten, maar dan die van Auschwitz”, schreef kamparts Elie Cohen in 1971.

Max Moszkowicz overleeft ook de kampen Mauthausen, Melk en Ebensee. In het Oostenrijkse kamp Ebensee sterft zijn vader, 42 jaar. Er heersen ziektes als cholera en dysenterie, de honger is ondraaglijk. De auteur citeert gevangene Jan Nab uit Wageningen die in 1947 aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie vertelt: „Meermalen heb ik meegemaakt dat verschillende Russen van de honger lijken aten.”

Moederziel alleen keert Moszkowicz halverwege mei 1945 terug naar Limburg. Hij krijgt onderdak bij de rooms-katholieke boerenfamilie Bessems in het nabij Maastricht gelegen dorpje Amby. Met dochter Bertha Bessems trouwt hij in 1948. Ze krijgen vier zonen: David, Robert, Bram en Max junior. Zij worden allen ook raadsman. Maar Bram, David en Robert mogen in latere jaren wegens malversaties niet meer als advocaat werken.

In de jaren tachtig loopt het huwelijk van Max Moszkowicsz en Bertha Bessems op de klippen. In 1989 huwt hij de ruim 20 jaar jongere Elka Melman, een Joodse vrouw uit Australië.

De eerste jaren na de oorlog verdient Max Moszkowicz zijn brood in de textielhandel. In de jaren vijftig gaat de intelligente Jood rechten studeren. In 1958 start hij zijn advocatenpraktijk in Maastricht en groeit hij uit tot Nederlands bekendste strafpleiter. Die zelfs een plekje bemachtigt in de Donald Duck, onder meer als mr. Ab Muiskowitz.

Moszkowicz maakte in de rechtszaal indruk. „De man was een stuk graniet. Zijn onverzettelijkheid spatte uit zijn oogjes. Daar viel niet mee te spotten”, vertelt Theo Hiddema. Het huidige Kamerlid voor Forum voor Democratie was jarenlang in dienst bij Moszkowicz. „Hij had iets biologerends, met een verlammende uitwerking op zijn opponenten.”

Drugsbaron Johan Verhoek (De Hakkelaar) is bevriend met Max Moszkowicz. Verhoek: „Hij stak erbovenuit. Moszkowicz schreeuwde nooit naar de rechtbank. Max leerde me ook dat je niet moet gaan zitten liegen tegenover rechters. Een rechter is niet dom. Je kunt het best ronduit antwoord geven op een vraag of zwijgen.”

Grote Meester

Toch is menig jurist kritisch over Moszkowicz. Bijvoorbeeld over de wijze waarop hij in zijn praktijk in Maastricht de scepter zwaaide. Medewerkers kregen van de baas op het hart gedrukt dat ze altijd moesten zeggen dat Max Moszkowicz mede de zaken deed, ook als dat niet zo was. „Mensen dachten allemaal dat ze brieven van de Grote Meester kregen, terwijl een onderknuppel die had geschreven”, zegt advocaat Hans Höhner, die ook bij Moszkowicz werkte.

Theo Hiddema, die gebrouilleerd raakte met Moszkowicz: „Er hing een sfeertje van: volg de leider blindelings. Er werd ongelooflijk veel van je geëist en op het macabere af werd zichtbaar gemaakt dat je bij gebleken ongeschiktheid het veld kon ruimen.” Advocaat Piet Doedens over Moszkowicz: „Hij kon heel goed mensen naar zijn hand zetten. In psychologisch opzicht was hij zeer ontwikkeld.”

In de jaren zestig en zeventig is Moszkowicz in Maastricht raadslid voor de VVD. Hij beklaagt zich onder meer over „onmenselijke” toestanden in politiecellen. De flamboyante jurist maakt ook in politieke kringen vijanden. Omdat hij te laat komt, stukken niet leest en raadsleden sart. „Deze man waagt zich te gedragen op een wijze die aan het onfatsoenlijke grenst”, spuwt raadslid J. H. M. Banens van de Katholieke Volkspartij zijn gal over Moszkowicz.

Droevig is dat Moszkowicz ook in eigen familie ruzie maakte. Bijvoorbeeld met zijn zoon Max junior. Ze praten rond 2003 maandenlang niet met elkaar. Ingrijpender nog is een vete met zoon Robert, die in 1986 de advocatenpraktijk van zijn vader verlaat en voor zichzelf begint. In talrijke rechtszaken bevechten de twee elkaar, bijvoorbeeld over al dan niet afgepakte klanten. Robert geldt als het zwarte schaap van de familie, ook vanwege zijn drugsverslaving.

Veelzijdige man

”De bokser” is een fascinerend en kundig geschreven boek over een veelzijdige man. Die opereerde als jurist, politicus, muzikant en vechtsporter en zelfs als magnetiseur en hypnotiseur. De biografie toont een Joodse man die als succesvol jurist baadde in weelde en bleef worstelen met zijn oorlogsverleden.

Die scherpzinnig was én eerzuchtig. Goedgeefs én koopziek. Die zijn kinderen gelukkig wilde zien én felle strijd met hen voerde. Die het niet altijd zo nauw nam met de waarheid en huwelijkstrouw én zich steeds meer verdiepte in de Joodse religie. Op aandringen van schoonmoeder Bessems laat Max zich in 1948 als rooms-katholiek dopen. „Het is voor hem niet meer dan een papieren doop”, schrijft Haenen.

In de jaren zeventig raakt Moszkowicz bevriend met rabbijn en Talmoed-leraar Rav Friedrich. De Maastrichtse ondernemer Benoît Wesly, ook kameraad van de jurist, stelt: „Max Moszkowicz was een diepgelovig mens, als het hem uitkwam. Zo is het, en niet anders.”

Jammer is dat de auteur voor de biografie Max Moszkowicz zelf niet kon interviewen, omdat die in 2004 is getroffen door een beroerte. Hij is over de negentig en leidt een kluizenaarsbestaan in het Belgische dorpje Lanaken, nabij Maastricht.

Boekgegevens

De bokser. Het leven van Max Moszkowicz, Marcel Haenen; uitg. Em. Querido’s Uitgeverij; 463 blz.; € 22,50.