Achtergrond en muziek van acht cantica

”Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem” van Rembrandt. beeld Wikimedia
2

De Bijbel kent, buiten de Psalmen, nogal wat teksten die ooit als lied gezongen en opgeschreven zijn. Vaak maken deze ”cantica” deel uit van een groter verhaal. Bijvoorbeeld het lied dat Debora zingt nadat Israël koning Jabin heeft verslagen (Richt. 5). Of het gebed van Jona als hij in het ingewand van de vis verkeert. Soms zijn het zelfstandige liederen, zoals het klaaglied van Jeremia (Klaagl. 5). In ”Liederen met een verhaal” worden acht Bijbelse cantica voor het voetlicht gehaald. Alle hoofdstukken hebben dezelfde opbouw. Eerst legt theoloog Heleen Weimar het lied in zijn verband uit. Vervolgens komen berijmingen en bewerkingen aan de orde. Tot slot bespreekt kerkmusicus Wim Kloppenburg een aantal composities die bij het desbetreffende ”canticum” zijn gemaakt. Mooi is dat (delen van) die berijmingen en composities ook zijn te beluisteren op de bij­gevoegde cd’s. Het boek gaat terug op een leerhuis dat de auteurs in het najaar van 2013 in de Regenboogkerk in Hilversum leidden.

Beroemd is het Schelfzeelied uit Exodus 15, dat Mozes en Mirjam aanheffen als het volk droogvoets door de Rode Zee is geleid. Mooi legt Weimar, aan de hand van de Nieuwe Bijbelvertaling en de Naardense Bijbel, de structuur van het lied bloot en laat ze zien welke actoren en metaforen een rol spelen. Het prachtige lied van Jan Wit bij dit gedeelte (”Ik zing voor de Heer en ik prijs zijn gezag”) komt tot klinken, op de melodie van Adriaan C. Schuurman én op die van de rooms-katholieke componist Bernard Huijbers. Het Schelfzeelied heeft niet alleen in de synagoge een bijzondere plaats –tweemaal per jaar gelezen en tijdens de ochtenddienst van elke sabbat gezongen–, ook in de Vroege Kerk speelde het een rol tijdens de liturgie van de paasnacht. Op de cd is te horen hoe dit ”Cantemus Domino” eeuwenlang geklonken heeft. Wonderlijk genoeg gingen maar weinig componisten met dit Schelfzeelied aan de slag. Een uitzondering is Schubert, die in 1826 zijn ”Mirjams Siegesgesang” componeerde: een oratorium voor sopraan, vierstemmig koor en piano.

Duidelijk wordt dat berijmen of componeren ook interpreteren is. Over de uitleg van de Lofzang van Simeon bijvoorbeeld wordt verschillend gedacht. Dichters en componisten hebben het gezang echter vrijwel altijd als een avond- of stervenslied geïnterpreteerd – neem Luthers ”Mit Fried und Freud” of het lutherse requiem dat Schütz in 1635 maakte. Intrigerend is het werk dat Daan Manneke bij de ”Cantique de Siméon” van Clément Marot schreef.

De uitleg van Weimar roept hier en daar vragen op, maar laat tegelijk veel nieuwe dingen en verrassende verbanden zien. Kloppenburg weet opnieuw zijn grote kennis op het gebied van hymnologie en kerkmuziek op een aanstekelijke wijze over te brengen. Kortom: dit is een rijk boek.

----

Boekgegevens

”Liederen met een verhaal. Acht bijbelse cantica”, Heleen Weimar en Wim Kloppen­burg; uitg. Skandalon, Vught, 2015; ISBN 9789492183170; 251 blz.; + 2 cd’s; € 29,95