Börek of stamppot, roti of een oliebol tijdens Integratiediner

UTRECHT. Hoogleraren en schoonmaaksters, autochtonen en allochtonen namen gisteren deel aan het Nationaal Integratiediner op de Universiteit Utrecht. beeld Dick Boetekees
6

Kom. Breng je favoriete eten mee. Proef eens van andermans gerecht. En praat vooral met elkaar. Meer is –zeggen de organisatoren– niet nodig om van het Nationaal Integratiediner een succes te maken.

De Universiteit Utrecht was een van de ongeveer 270 locaties waar het eten donderdagavond klaarstond. Hoogleraren en schoonmaaksters, autochtonen en allochtonen, alles krioelt door elkaar. „Zo leuk, al die culturen bij elkaar”, glundert Radja, een van de initiatiefneemsters. „Ik houd van mensen. Iedereen is hier gelijk. Mooi sfeertje; iedereen lacht. Eten verbindt.”

Rundvlees met abrikozensaus en amandelen nam ze mee. En amandelhoningkoekjes. En nog meer. Allemaal uit Marokko, haar land van herkomst.

Er staat Turkse wortelsalade opgedist. Er is börek, er is roti, er is dolma; allemaal receptuur van heel ver weg. Maar er is ook oer-Hollandse stamppot. En patat, naast twee grote schalen mayonaise. En de worsten verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Ginds staat een tafel vol toetjes. Met oliebollen. Met pap, uit een glaasje. En met veel uitheemse cake.

Een werkneemster van schoonmaakconcern Asito wil wel even laten zien wat ze bereidde. Ze stevent op een van de drie lange tafels af en wijst trots op haar aardappelsalade. „Uit Turkije.”

Vooroordelen

„Mensen genieten ervan dat ze iets van hun cultuur kunnen laten zien”, zegt Elianne Verdult namens de organisatoren. Haar eigen eten wordt koud terwijl ze uitleg geeft: „Het is de bedoeling dat mensen met elkaar in gesprek gaan. Dat leidt tot meer begrip, en acceptatie.”

Precies dat is het doel van het Nationaal Integratiediner (NID), dat donderdag voor de zevende keer werd gehouden: „Aan tafel tegen vooroordelen”, zegt het motto. Kriskras door het land werden integratieontbijten klaargemaakt, integratielunches en vooral veel integratiediners. Mensen uit verschillende bevolkingsgroepen kookten voor elkaar en aten met elkaar. Soms in klein verband. Op de Utrechtse universiteit deden echter wel 250 mensen mee, plus wat binnengeslopen studenten die er lucht van kregen dat er wat te halen viel. Gratis, vandaag.

Wij-zijvuurtje

Vorig jaar aten in totaal meer dan 20.000 mensen mee. Nu wilde de organisatie naar de 50.000. Niet dat iedereen dit een aardig initiatief vindt. Een aankondiging via sociale media leidde eind september behalve tot instemming tot „harde afwijzingen en het opstoken van het wij-zijvuurtje”, volgens de organisatoren.

Dat weerhield schoonmaakconcern Asito niet, het bedrijf dat het NID in 2011 bedacht en sindsdien een van de hoofdsponsors is. Ook de ADG dienstengroep doet mee, en dit jaar voor het eerst supermarktketen Dirk van den Broek.

Bij Asito werken 10.000 mensen, van meer dan honderd verschillende nationaliteiten. En de universiteit telt ook mensen van velerlei herkomst.

Drie jonge Aziaten –„English, please?”– scheppen hun bord glunderend vol. „Zo veel soorten eten.” Ze brachten niets mee; er is toch al te veel. Nu hebben ze keuzestress; hun bord vult zich tot de rand.

Een secretaresse is thuis wel actief geweest. Ze droeg een schaal binnen met spiesjes. Aan elke spies twee soesjes, een aardbei en een druif. Veelkleurig en toch aan elkaar verbonden.