Doorgestuurde kerstwensen

Consument

Guur en grauw waren de kerstdagen van mijn jeugd. Hoe groot was het contrast van de natte straten en baarlijke bomen met hoe Kerst zou moeten zijn: wit en koud, met een knapperend haardvuur. Ja, koud was het vaak, maar wit was het zelden. Knapperend werd het bovendien nooit. Zo ontstond –bedrogen door warme sfeerbeelden van roodborstjes en van witte bruggetjes in idyllische winterlandschappen– het verlangen naar de Kerst van Anton Pieck, dat zich al halverwege november vanbinnen nestelde. Met sneeuw als poedersuiker, een sprankelende sterrenhemel en een vlammende haard. Zó moest het kerstfeest worden, want zó was het altijd geweest.