SCP: Minder armoede in 2009
Het aandeel huishoudens met een laag inkomen zal in 2009 waarschijnlijk afnemen tot 6,8 procent.
Die verwachting uitten het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal Cultureel Planbureau donderdag.De verwachte daling van de lage inkomens voor 2009 houdt verband met de verwachte verbetering van de koopkracht in 2009, zoals het Centraal Planbureau (CPB) die onlangs berekende. Ook de gematigde werkloosheidsstijging en een verminderde inflatie hebben een gunstig effect op de armoedepercentages in dat jaar. Het CPB tekent hierbij wel aan dat „de ramingen van de Nederlandse economie met grote onzekerheden zijn omgeven.”
In het onderzoek wordt onderscheidt gemaakt tussen mensen die onder de lage-inkomensgrens leven en de ’echte’ armen, die onder de budgetgerelateerde grens leven. Deze laatste grens is bepaald op basis van minimale uitgaven.
Uitgaande van de lage-inkomensgrens leefden in 2006 623.000 (9,3 procent) van de 6,7 miljoen huishoudens in armoede. Dat is een daling van ongeveer 30.000 huishoudens in vergelijking met 2005.
Ramingen over 2007 wijzen uit dat dit aantal nog verder is gedaald tot ongeveer 8 procent van het totaal. Deze verwachte daling is grotendeels toe te schrijven aan de verbetering van de inkomenspositie van 65-plussers. Voor 2008 lijkt de daling vrijwel tot stilstand te zijn gekomen.
Bijna een kwart van alle huishoudens met een laag inkomen woont in de vier grote steden. Gemiddeld hadden een op de zes huishoudens in 2005 in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag een laag inkomen.
Op Europees niveau scoort Nederland goed; samen met Tsjechië leefde in 2006 slechts 10 procent van de bevolking onder de lage-inkomensgrens. Deze grens is in elk land anders: in Nederland ligt die twee keer zo hoog als in Tsjechië. Litouwen, Griekenland en Letland sluiten de lijst met een armoedepercentage van ongeveer 20 procent.