Buma koestert conservatisme

Het CDA positioneert zich rechts van de VVD, stelt CDA-prominent en oud-informateur Herman Wijffels. Wil het CDA inderdaad eenzelfde positie als zusterpartij CDU in Duitsland; dus rechts van de liberalen? Kenners gaan deels mee met deze waarneming van Wijffels.

De eerste politieke leider van het CDA, Dries van Agt, sprak in januari 1977 tot zijn partijgenoten die hem tot lijsttrekker kozen de historische woorden: „Wij maken geen buiging naar links en wij maken geen buiging naar rechts.”

Daarmee koos het CDA als brede volkspartij bewust een middenkoers, tussen de rechtse VVD en de linkse PvdA in. Decennialang profiteerden de christendemocraten van die koers en regeerden wisselend met liberalen en sociaaldemocraten.

Toen het CDA in 2012 huidig leider Van Haersma Buma koos, stelde hij: „Ik wil een politiek van het midden. De weg leidt niet verder naar links of naar rechts. Tegenstellingen hebben we genoeg. Polarisatie is de vijand van de oplossing.”

Toch bestaat het beeld dat het juist Buma is die de partij naar rechts trok. De afgelopen jaren hamerde hij geregeld op het aambeeld van lastenverlichting, veiligheid en een kleinere overheid.

In de verkiezingscampagne sprak hij zich uit tegen dubbele nationaliteiten. Ook zouden schoolkinderen staande het Wilhelmus moeten zingen. Verder maakte hij duidelijk dat het CDA een harder buitenlandbeleid wil: kritischer tegenover Europa en kritischer over samenwerking met Turkije. Sommigen verweten hem zelfs dat hij het CDA omvormde tot een lightversie van de PVV.

Momenteel vormt Buma met VVD en D66 tijdens de formatiebesprekingen het zogenoemde motorblok. Van een middenpositie is niet veel te merken. Integendeel: Buma keert zich tegen regeren met linkse partijen. Als middenpartij zou het CDA ook kunnen kiezen voor samenwerking met D66, SP, GroenLinks en PvdA, maar daar heeft de christendemocraat geen oren naar.

Hervormde traditie

Met Buma heeft het CDA voor het eerst een politiek leider die wortelt in de CHU-bloedgroep. Tom-Eric Krijger, docent godsdienstgeschiedenis aan de Universiteit Leiden, schreef onlangs in een opinieartikel op internet dat Buma „een hervormde heer is die meer het voorkomen van een bestuurder dan van een (machts)politicus heeft, en die ook in zijn politieke boodschap nauwer aansluit bij de traditie van de CHU dan bij die van de KVP en de ARP.”

De CHU was de partij waarin zich tot de vorming van het CDA in 1980 vooral hervormden bevonden. De KVP was de spreekbuis van de rooms-katholieken en de ARP van de gereformeerden. De CHU had vanouds de meest conservatieve inslag.

In zijn boek ”Tegen het cynisme”, dat tijdens de verkiezingscampagne verscheen, schrijft Buma dat hij zich nadrukkelijk in die hervormde traditie wil bewegen. Vandaar ook de grote nadruk op moraal, de joods-christelijke traditie en op waarden en normen.

Zou de verrechtsing alleen een wens van Buma zijn, of is er draagvlak voor in zijn partij? CDA-prominent en oud-informateur Wijffels aarzelt. Tijdens een interview op BNR antwoordde hij vorige week op een vraag van deze strekking: „Het is een tendens die breder is dan de persoon zelf, maar hij is wel –laten we zeggen– de verpersoonlijking van die positionering van de partij op dit moment.” Inhoudelijk is Wijffels het overigens niet eens met deze koers. Hij wil dan eigenlijk ook liever geen CDA-prominent meer genoemd worden.

Gaat het CDA inderdaad richting de Duitse CDU en wil de partij de VVD rechts passeren? Hans Martien ten Napel, universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, denkt van wel. Volgens hem bevindt „zich de natuurlijke positie van het CDA aan de rechterkant van het politieke spectrum. Het sociaal-pluralistische gedachtegoed waarop de christendemocratie is gestoeld, vertoont onmiskenbaar verwantschap met de politieke stroming van het conservatisme. Noch de sociale leer van de Rooms-Katholieke Kerk, noch het antirevolutionair of christelijk-historisch denken kan als vollédig conservatief worden aangemerkt. Maar je merkt wel dat Buma het conservatisme koestert.”

In de beginperiode van het CDA keken christendemocraten met enige minachting naar de oosterburen en de behoudende koers die de CDU voerde. Met rechts en conservatisme wilden de Nederlandse CDA’ers niets te maken hebben. Ten Napel: „Het schrikbeeld dat christendemocraten ten tijde van de totstandkoming van het CDA van de Duitse CDU schetsten, wekt achteraf echter de nodige verwondering.”

In de jaren negentig schreven journalisten en wetenschappers het CDA af. De christendemocratie zou verdwijnen. Waarom hadden zij het mis?

„Het lijkt mij te vroeg om te concluderen dat deze journalisten en wetenschappers het mis hadden. In een postseculiere tijd ontstaat er op zichzelf weer meer ruimte voor de verbinding tussen levensbeschouwing en politiek. Bij de jongste Tweede Kamerverkiezingen boekte het CDA ook daadwerkelijk een bescheiden winst, maar negentien zetels blijft voor de christendemocratie wel het op een na slechtste resultaat uit de parlementaire geschiedenis.”

Is een rechtsere koers dé manier om politiek te overleven en ook niet-kerkelijke kiezers aan de partij te binden?

„Als er meer niet-kerkelijke kiezers komen, is een rechtsere koers niet de enige manier om hen aan de partij te binden. Deze niet-kerkelijke kiezers bevinden zich immers in het gehele politieke spectrum. Een rechtsere koers is wél een manier om ook andere, niet-christelijke, conservatieve kiezers te bereiken. Gelet op het teruglopende aantal christelijke kiezers is het van belang om de brug naar een algemener conservatisme te slaan. Dat moet relatief gemakkelijk kunnen doordat conservatisme in Nederland minder dan voorheen als taboe geldt.”

Waar zag u een omslag?

„Uit een eerder onderzoek dat ik verrichtte naar de programmatische ontwikkeling van het CDA tot 2010 kwam zeker wat betreft het integratiebeleid de eeuwwisseling als omslagpunt naar voren. Maar als ik met een nog ruimer historisch perspectief kijk, dan kun je je afvragen in hoeverre er eigenlijk gesproken kan worden van een omslag.”

Voorhoede

Ook oud-minister Hillen, tevens oud-CDA-campagnestrateeg, stelt vast dat Buma een duidelijk conservatieve koers vaart. „Dat is een bewuste keuze van hem. Buma bouwt de partij weer op volgens een oud politiek model, namelijk dat van de belangenbehartiging. De laatste decennia zijn de politieke partijen hun traditionele aanhang kwijtgeraakt omdat de intellectuele voorhoede zich loszong van de achterban. Buma komt nu op voor het midden- en kleinbedrijf, voor de jonge gezinnen en voor de ouderen. En ja, die groepen zijn gemiddeld genomen conservatiever dan de alleengaanden van 25 jaar die in een flat in de stad wonen.”

Krijgen we straks in Nederland eenzelfde politieke landschapskleur als in Duitsland met de christendemocraten rechts van de liberalen, zoals Wijffels denkt?

Hillen: „Kijk, Wijffels is zo iemand uit de intellectuele voorhoede die zich loszong van de achterban. Daar geef ik geen cent voor. Is Wijffels nog wel lid van het CDA?

Wat het CDA van de CDU kan leren, is het werken aan stabiliteit en vertrouwen. De CDU heeft zó’n stabiele achterban. En ik denk dat Buma die stabiliteit kan bieden en vertrouwen kan winnen. Hij komt uit een traditie waarin mensen bereid zijn om zich dienstbaar op te stellen voor de samenleving. En hij gaat uit van stevige waarden. Ik zie hem als een voortreffelijk leider die over twintig jaar de geschiedenisboekjes ingaat als degene die de partij weer een eigen gezicht gaf.”


„CDA moet overtuigende waardeagenda voeren”

Dat CDA-leider Buma de partij in de conservatieve hoek positioneert, is kennelijk een bewuste keus. Dat valt af te leiden uit de woorden van Pieter Jan Dijkman, de nieuwe directeur van het wetenschappelijk instituut en als zodanig een belangrijk partijstrateeg en adviseur van Buma.

Volgens Dijkman zitten de groeikansen voor de partij vooral bij de traditionele en moderne burgerij en bij de nieuwe conservatieven. En dat sluit volgens hem prima aan bij de „conservatieve oriëntaties” van het CDA en zijn voorlopers.

Welk beeld heeft het CDA anno 2017 van zichzelf?

„In de verkiezingscampagne zette het CDA het beeld neer van een partij die omziet naar mensen, in al hun bezorgdheid en onzekerheid. In feite is de oudste voorloper van het CDA, de ARP, in de negentiende eeuw ontstaan als een spreekbuis van de ”kleine luyden” met concrete zorgen op lokaal niveau. In die zin bevindt het CDA zich in goed gezelschap. Partijen zullen weer moeten luisteren naar de noden en zorgen van burgers, anders verwordt de politiek tot ambtelijke navelstaarderij. Tegelijkertijd hebben partijen de opdracht om die noden en zorgen om te zetten in politieke voorstellen en een wenkend perspectief. Dat zal voor de komende jaren nog een hele uitdaging zijn, zeker in een kabinet met partijen die de geslaagde, hoogopgeleide, kosmopolitisch ingestelde burger tot de maat der dingen hebben verheven.”

Heeft Wijffels gelijk als hij zegt dat het CDA zich rechts van de VVD positioneert?

„Wat is rechts van de VVD? Links, rechts, en midden zijn relatieve begrippen, meer beeldvorming dan werkelijkheid.

Maar het is helder dat het CDA, net zoals zijn christendemocratische voorlopers, conservatieve oriëntaties heeft. Zo heeft het CDA altijd cultuurkritiek uitgeoefend op een te modernistisch, rationalistisch maakbaarheidsdenken. Ook heeft het altijd oog gehad voor de zwakheid van en het kwaad in de mens.

Het CDA is in de jaren zeventig ontstaan onder een gepolariseerd gesternte met VVD en PvdA als de twee kemphanen. In die gepolariseerde jaren zeventig en tachtig was het bestuurlijke midden een aantrekkelijke positie. Maar na paars en na Rutte I, waarbij VVD en PvdA elkaars bondgenoten waren, is het logisch dat een begrip als het ”midden” al snel een wat obligaat karakter krijgt. Dat neemt niet weg dat het CDA als volkspartij altijd zoekt naar gemeenschappelijke belangen. In die betekenis kan het wel degelijk zinvol zijn om een term als het ”gematigde midden” te hanteren.”

Buma probeert conservatieven aan te spreken en bij de partij te betrekken. Zit daar potentieel voor het CDA?

„Het potentieel voor het CDA zit volgens degenen die ervoor gestudeerd hebben vooral bij de traditionele en moderne burgerij en bij de nieuwe conservatieven. Dat zijn doorgaans mensen van goede wil die een rustig en harmonieus leven willen leiden, vast willen houden aan traditionele waarden en normen, die het gezin als de hoeksteen van de samenleving zien en omzien naar elkaar. Waarschijnlijk herkennen zij zichzelf in het CDA.”

Wil Buma inderdaad het CDA weer belangenbehartiger laten zijn van mkb’ers, jonge gezinnen en ouderen, zoals Hillen stelt?

„Politieke partijen moeten natuurlijk weten waar hun potentiële kiezers zich bevinden. En ik kan me inderdaad voorstellen dat mkb’ers, jonge gezinnen en ouderen voor het CDA potentieel aantrekkelijke groepen zijn. Toch moet je dat denken in belangengroeperingen niet overdrijven. Als volkspartij zoekt het CDA altijd naar gemeenschappelijke belangen. Dat betekent dat de belangen van verschillende groeperingen zorgvuldig tegenover elkaar moeten worden afgewogen, ten behoeve van het gemeenschappelijk belang. Als politieke partijen zichzelf louter zien als belangenbehartigers van specifieke doelgroepen ontstaat er al snel bestuurlijke wanorde. En op den duur zal het cynisme alleen maar toenemen als gedane beloftes niet ingelost kunnen worden.”

Zijn er nog meer groeikansen voor het CDA?

„Groeikansen zijn er alleen als de partij erin slaagt om een overtuigende waardeagenda te voeren, die soms ingaat tegen de heersende cultuur. De economische groei als vanzelfsprekendheid is voorbij. En bovendien is er in de hele westerse cultuur een toenemende nadruk op de toepassing van de wetenschap, op technocratie, op schaalvergroting. Dat betekent natuurlijk dat vragen naar oorsprong, doel, welzijn en waardigheid van mensen alleen maar belangrijker worden. Dat biedt kansen voor het CDA.”

  • 1;2;3 (Accent) Hans Hillen ; Pieter-Jan Dijkmanmet foto