Amerikaanse bommen gaven rouw in Oene

75 jaar vrijheid
Jan Kiesbrink (links) en Teunis Nooteboom bij het monument dat herinnert aan de slachtoffers van het bombardement op Oene van 22 maart 1945. beeld RD

De Amerikaanse bommen hadden Duitsers moeten treffen, maar ze doodden dorpelingen. En de weg vrijmaken voor geallieerde troepen gebeurde evenmin. Zondag was het 75 jaar geleden dat Oene werd getroffen door een bombardement.

Grijze plekken in het metselwerk van de voormalige smederij aan de Horthoekerweg in het Veluwse dorp zijn stille getuigen van het drama op donderdag 22 maart 1945. Hier sloegen bomscherven in.

Jan Kiesbrink en Teunis Nooteboom, beiden 83 jaar, kunnen zich het bombardement nog herinneren. De vrienden en geschiedenisliefhebbers waren allebei 8 jaar toen het gebeurde. De oorlog was destijds zonder veel incidenten aan Oene voorbijgetrokken. Alleen het neerstorten van een Lancaster in 1944 bracht opschudding. De meeste bemanningsleden overleefden de crash. In 2009 schreven Kiesbrink en Nooteboom er een boek over. Toen ze dorpelingen interviewden, kwamen die vrijwel allemaal met verhalen over het bombardement. Dat was voor de twee aanleiding om in 2015 ook hierover een boek te maken.

Nooteboom: „De geallieerden waren van plan om vanuit Duitsland naar de Veluwe te trekken. Ze moesten daarvoor de IJssel oversteken.” Het plan was om dat in de buurt van Olst te doen, dat op dezelfde hoogte ligt als Oene. „In Oene waren Duitsers ingekwartierd. Wij woonden buiten het dorp. Bij ons zaten er ongeveer tien soldaten en enkele officieren in huis.” Kiesbrink: „Oene lag op een knooppunt van wegen. De Duitsers wilden dat bewaken.”

Op de bewuste donderdag voltrokken zich meerdere drama’s. Onder andere Nijverdal en Nijmegen werden getroffen door bombardementen, waarbij vele doden vielen. In de loop van de middag ontvouwde zich een ramp in het stille Oene. Vijf Amerikaanse bommenwerpers van het type Marauder werden vanuit de omgeving van het Franse Lille op een missie naar Duitsland gestuurd. Kiesbrink: „Boven de twee Duitse doelen die ze moesten treffen, hing laaghangende bewolking en rook. Daarom kozen ze voor hun derde doel. Dat was Oene.” De vliegtuigen kwamen om 16.48 uur bij het dorp aan en bombardeerden het tot 16.50 uur.

Inclusief mensen die in het ziekenhuis overleden, stierven er vijftien personen door het bombardement. Onder hen waren drie broers en een vader met zijn twee kinderen. Bovendien liepen 25 mensen verwondingen op. Slechts één Duitser werd getroffen. Hij raakte lichtgewond. De bommen hadden relatief gezien geen grote explosieve kracht. „Ze waren bedoeld om mensen te treffen, niet om verwoestingen aan te richten.”

Het was de bedoeling dat de bommen in het centrum van het dorp zouden vallen, omdat daar de meeste Duitsers waren ingekwartierd. De bommen vielen echter iets te vroeg, in de straten ervoor. Kiesbrink, die zich thuis op ongeveer 1,5 kilometer van de bommen bevond: „Ik hoorde meerdere doffe dreunen. Ik kan me het gevoel van de luchtdruk nog herinneren. Mijn oom, die in de gang van ons huis stond, werd door de luchtdruk opzijgesmeten. Even later kwam mijn vader thuis. In de tuin van de dokter had hij op lakens gewonden zien liggen.”

Nooteboom: „Het was op dat moment stralend weer. Veel mensen waren op het land aan het werk en kinderen speelden buiten. Ik woonde op ongeveer 3 kilometer afstand van de plek waar de bommen vielen. Mijn vader was aan het eggen. Hij hoorde de bommen vallen en zag stofwolken. Mijn vader zat bij de luchtbeschermingsdienst en ging meteen naar het dorp om hulp te verlenen. Achteraf wilde hij er niet over praten. Ik denk dat hij erge dingen heeft gezien.”

Onder de vijftien doden bevonden zich elf inwoners van Oene, een man uit Vaassen, een man uit Heerde, een vrouwelijke evacué uit Arnhem en een Amsterdammer. Die laatste had overnacht bij zijn zwager in Vaassen en was in Oene om voedsel in te zamelen voor zijn gezin en voor de Joodse onderduikers die hij in zijn huis in Amsterdam verborg. Hij werd getroffen door een scherf en overleed ter plaatse.

De gewonden werden met boerenwagens en koetsen naar de hoofdweg tussen Emst en Epe vervoerd en van daaruit in een ambulance en een vrachtwagen naar Apeldoorn. De meeste doden werden in Oene ter aarde besteld. De hervormde ds. J. J. van de Pol leidde de uitvaart. Nooteboom: „Het moet heel indrukwekkend zijn geweest.” Ds. Van de Pol sprak van een godsgericht. „Het vreselijke gebeuren in het dorp moet leiden tot zelfinkeer om zich als zondaren voor God te leren kennen”, zo sprak de predikant.

In 1946 werd bij de begraafplaats een monument met de namen van de slachtoffers onthuld. Achteraf gezien had het drama overigens geen enkel nut. De geallieerden staken in april 1945 niet bij Olst de IJssel over, maar bij het zuidelijker gelegen Wilp. Oene bleek niet van belang voor de doortocht van de troepen.