Prochoice en prolife: tegenstelling of accentverschil?

Advertorial Pro Life
De overheid subsidieert organisaties die onbedoeld zwangere vrouwen helpen bij de keuze tussen abortus en bevalling.
4

Vóór de komst van de abortuswet in 1984 laaiden de emoties tussen voor- en tegenstanders hoog op. Nu, 34 jaar later, lijkt de strijd tussen de prolife- en de prochoicebeweging opnieuw te ontbranden. Dit keer is het front: overheidssubsidie voor hulp aan zwangere vrouwen. Prochoicer Christa Compas (directeur Humanistisch Verbond) en prolifer Carla Dik (CU-Kamerlid) geven hun visie.

Wat maakt u, Christa Compas, zo strijdbaar om bij zwangerschapsafbreking vooral op de keuzevrijheid van de moeder te focussen en waarom focust u, Carla Dik, niet alleen op de moeder, maar zeker ook op het ongeboren leven?

Christa Compas :„Het humanistisch verbond staat voor zelfbeschikking als het gaat om leven, liefde en dood. Zelfbeschikking van vrouwen bij een ongewenste zwangerschap is voor ons van groot belang. Daar komt bij dat wij zeer geschrokken zijn van de harde, niet-pastorale toon die er vanuit christelijke organisaties klinkt als het gaat om abortus. De recente uitspraak van de paus dat abortus te vergelijken is met het inhuren van een huurmoordenaar voor het oplossen van je probleem, is hier een voorbeeld van. Wij vinden het van belang dat vrouwen zich gesteund voelen bij hun beslissing en niet bejegend worden als een misdadiger.”
Carla Dik : „In mijn ogen is al het leven het waard om voor op te komen. Ik wil opkomen voor het leven van ouderen, voor kinderen, voor zwangere vrouwen, voor ongeboren leven. De beschermwaardigheid van het leven geldt voor iedereen.”

Hoe verhoudt de bescherming van het ongeboren leven zich tot de keuzevrijheid van de vrouw?

Christa Compas: „Het humanistisch verbond deelt de opvatting van de wetgever dat het aan de vrouw zelf is om zich te verhouden tot haar zwangerschap en daar de verantwoordelijkheid voor te nemen. De wetgever hanteert daarbij de 24-wekengrens.”
Carla Dik : „Het argument van de keuzevrijheid voor vrouwen leidde tot de wetgeving zoals die nu is, inclusief de wettelijke mogelijkheid om de zwangerschap af te breken. Alleen heeft het ongeboren leven die keuzevrijheid niet. In dat kader is het volgens mij niet meer dan logisch dat we het belang van het ongeboren kind op de agenda blijven zetten. Maar laten we daarbij de vrouw die onbedoeld zwanger is niet uit het oog verliezen. Zij verdient hulp en ondersteuning.”

Wat zou u een vrouw die een abortus overweegt, adviseren?

Christa Compas : „Het humanistisch verbond geeft geen adviezen in dezen. Als zwangere vrouwen bij onze geestelijk verzorgers aankloppen, neem ik aan dat die hun vooral vragen zullen stellen. En dat ze beginnen met de vraag: ‘Wat heb jij nodig om een goede afweging te kunnen maken’.”
Carla Dik :„Praat met je dierbaren over je zorgen over de zwangerschap en laat je adviseren over alle mogelijkheden die je als onbedoeld zwangere vrouw hebt. En wanneer je als christen onbedoeld zwanger bent, leg je situatie en dilemma’s in gebed voor aan God. Hij is ons nabij, ook in de moeilijkste momenten van ons leven.”

Wat zijn uw bezwaren tegen de prolifebeweging cq. de prochoicebeweging?

Christa Compas : „Wij noemen de prolifebeweging de antiabortusbeweging. Zoals hierboven al beschreven, vinden wij dat het om de eigen keuzes van onbedoeld zwangere vrouwen gaat. Deze vrouwen zijn niet anti-life. Dat is een onzinnige tegenstelling. Wij vinden dat vrouwen zelf oordelen of er voor hen een noodsituatie is. Dat is moeilijk genoeg. Dan past het niet om externe druk en sturing uit te oefenen met harde oordelen over abortus als een misdaad.”
Carla Dik : „Ik kan niet goed tegen mensen die suggereren dat het afbreken van een zwangerschap géén ethisch dilemma is. Ook al kom je tot een andere weging wetgedan ik –tussen ‘choice’ aan de ene kant en de waarde van ongeboren ‘life’ aan de andere kant–, dan nóg moet je op z’n minst het dilemma erkennen. Wie alleen maar zegt: ‘We moeten van het taboe op abortus af’, suggereert dat dat dilemma er helemaal niet is.”

Wat vindt u van de huidige abortuswet? Heeft die aanpassingen nodig?

Christa Compas : „Het Humanistisch Verbond is altijd tegenstander geweest van de verplichte vijf dagen bedenktijd. Dat is onnodig betuttelend en suggereert lichtzinnigheid die absoluut niet aan de orde is. In de relatie tussen de vrouw en de arts kan en moet de afweging gemaakt worden welke tijd er nodig is om een goede afweging te maken. Wij zijn ook voorstander van de abortuspil bij de huisarts. We vinden het een belangrijke verbetering dat de vrouw de keuze heeft om naar haar eigen vertrouwde huisarts te gaan voor deze pil.”
Carla Dik : „Het is bekend hoe de ChristenUnie tegen de abortuswet aankijkt: we zijn daar altijd tegen geweest. Maar zelfs als je níet tegen abortus bent, moet je constateren dat de abortuswet bijzonder weinig waarborgen kent om een zorgvuldig proces te garanderen. De abortusarts is de enige specialist in ons land waar je zonder verwijsbrief naartoe kunt, terwijl het hier gaat om ingrijpende vraagstukken van leven en dood. Verder is het begrip ”noodsituatie” niet nader geduid. Vaak wordt gekozen voor een abortus om financiële redenen, terwijl er in sommige gevallen genoeg hulp en ondersteuning voor de vrouwen is.”

Carla Dik: „Leg je situatie en dilemma’s in gebed voor aan God”


Welke rol heeft de overheid volgens u rond de informatievoorziening en subsidiëring met betrekking tot zwangerschapsafbreking?

Christa Compas: „Als vrouwen behoefte hebben aan professionele ondersteuning bij hun keuze, is het goed dat daar hulpverlening voor is. Deze dient het doel te dienen waarvoor de subsidieregeling is: het helpen van vrouwen bij hun afweging. Andere doelen zijn oneigenlijk, niet acceptabel en staan de onafhankelijkheid in de weg. De hulpverlening mag niet sturend zijn, er moet sprake zijn van juiste informatie en de hulpverleners moeten professioneel zijn opgeleid. Overigens zijn wij van mening dat het zwaartepunt voor subsidieverlening moet liggen bij voorkomen van ongewenste zwangerschap. Wij maken ons ernstig zorgen over het afnemende condoomgebruik onder jongeren. Sinds het stoppen van overheidscampagnes ten aanzien van veilig vrijen is het condoomgebruik afgenomen. Wij hebben eerder al gepleit voor meer geld voor Dr Corry. Voor meer plezier bij veilige seks.”
Carla Dik : „Ik zou graag zien dat vrouwen die een abortus overwegen tijdens de wettelijke bedenktijd betere toegang hebben tot keuzehulp. De overheid financiert deze hulp en ondersteuning. Er is een breed palet aan organisaties die zich hiervoor inzetten en dat is waardevol. Organisaties zoals Siriz hebben we hard nodig.”

Pleidooi voor eerlijke voorlichting
Twee organisaties die zich al járen inzetten voor hulp aan onbedoeld zwangere vrouwen zijn de Vereniging ter Bescherming van het ongeboren kind (VBOK) en Stichting Schreeuw om Leven (SoL). De twee directeuren, Arthur Alderliesten en Kees van Helden, reageren op de commotie rond abortus en subsidie.

„Het ongeboren leven is kwetsbaar, onmondig”, stelt Alderliesten, directeur kenniscentrum VBOK. „Daarom heeft het collectieve bescherming nodig. Maar ook de onbedoeld zwangere vrouw verkeert in een noodsituatie. Daarom geven we steun aan de concrete hulpverlening aan onbedoeld zwangere vrouwen door Siriz. Tegelijk zoekt de VBOK de dialoog met politiek en maatschappij om vanuit een stevig inhoudelijke onderbouwing en op een respectvolle manier op te komen voor de waarde van het ongeboren leven.” Ook Schreeuw om Leven maakt zich op meerdere manieren voor dat leven sterk. Van Helden: „Allereerst door beïnvloeding van de publieke opinie. Dit proberen we door het schrijven van opinieartikelen voor tijdschriften, kranten, social media en voor ons eigen magazine ”Leef”. Via deze kanalen laten we onder anderen vrouwen aan het woord die zelf voor de keuze hebben gestaan en die vertellen wat abortus met hen heeft gedaan en nog steeds doet. Daarnaast verzorgen we spreekbeurten op scholen, in kerken en op verenigingen waar we vertellen over achtergronden van abortus, de methoden, de mogelijke gevolgen en de hulp die we verlenen.”
Vertellen dat je tegen abortus bent en niets doen voor onbedoeld zwangere vrouwen, dat kan niet, stelt Van Helden. Daarom heeft de stichting een hulpverleningstak, ”Er is Hulp”, waarbinnen vier hulpverleners op kantoor en tien in het land samen zorgdragen voor alle hulpvragen van onbedoeld zwangere vrouwen en voor die van vrouwen met spijt van hun abortus. Bij die hulpverlening ziet zowel Van Helden als Alderliesten een spanningsveld tussen de keuzevrijheid van een moeder en de beschermwaardigheid van het leven. Alderliesten ziet dat „op formule gebracht” in de Nederlandse wetgeving. „Die zegt enerzijds: abortus is een zo een zware ingreep dat het strafbaar is, onder het strafrecht valt. Tenzij er, anderzijds, sprake is van een noodsituatie. Wat die noodsituatie is, dat wordt bepaald door de autonome vrouw. De verantwoordelijkheid van de vrouw kún je niet overnemen en moet je daarom respecteren. In het kader van de hulpverlening is het belangrijk dat een onbedoeld zwangere vrouw al haar keuzemogelijkheden kent. Ze heeft recht op een goed geïnformeerde keuze, dat betekent dat ze geïnformeerd moet worden over alles opties die zij heeft, inclusief beschikbare hulp en alternatieven voor abortus. Ook dat is naar de letter en de geest van de wet!”
Van Helden ziet in de keuzevrijheid van een vrouw vooral een bedreiging voor het ongeboren leven. „Vanaf de bevruchting is er nieuw, uniek, menselijk, van God gegeven leven ontstaan. De fase waarin zich dat bevindt, mag niet bepalen of je het mag doden. Ook al is dat door de abortuswet toegestaan. De zogenaamde keuzevrijheid van een vrouw ontneemt het kind in kwestie zijn keuzevrijheid om te blijven leven. Abortus is het onrecht op het ongeboren kind en het lost bovendien vaak niet de werkelijke problemen op.” Alderliesten constateert dat in het maatschappelijk debat het belang van het ongeboren kind makkelijk ondersneeuwt in het „verbale geweld” van organisaties die alleen aandacht vragen voor de rechten van de vrouw. Hij ziet het als zijn missie om in die context stem te geven aan het onmondige, ongeboren leven.
De intensiteit waarmee in het opgelaaide maatschappelijk debat over de hulpverlening aan onbedoeld zwangere vrouwen wordt ingezet op „zogenaamde” objectiviteit in de hulpverlening noemt hij „waanzinnig”. Volgens hem is niemand objectief. „De beslissende vraag in dit soort debatten zou moeten zijn: waarmee wordt de zorg voor onbedoeld zwangere vrouw en de beschermwaardigheid van het leven het beste gediend? Het is de rol van de overheid om deze balans te behouden. Dat kan prima in de geest van de Wet afbreking zwangerschap. Het is geen kwestie van de schijn van objectiviteit of neutraliteit, maar van humaan omzien naar elkaar.”
Dát er een maatschappelijk debat over abortus en hulpverlening aan de gang is, noemt Van Helden op zich goed. „Abortus is een taboe waar te weinig aandacht voor is. De manier waarop de discussie nu in de media en in de Tweede Kamer wordt gevoerd, is echter uitermate schadelijk voor vrouwen met een abortusverleden. Alle gevolgen van een abortus worden ontkend. Hiermee help je vrouwen die wél met problemen rondlopen niet. Tegelijkertijd worden onbedoeld zwangere vrouwen op het verkeerde been gezet. Vrouwen wijzen op de mogelijke gevolgen van abortus is niet sturend, maar juist eerlijk!”

Zorgverzekeraar Pro Life: „Neutraliteit in zorg bestaat niet”
Jos Leijenhorst (directeur Pro Life) geeft aan waarom aandacht voor het ongeboren leven en hulp aan ongewenst zwangere vrouwen zo belangrijk is. „Mensen kiezen om uiteenlopende redenen voor een abortus. Soms gaat het om heel pijnlijke en ogenschijnlijk uitzichtsloze situaties, soms om situaties waarvoor we als samenleving wellicht andere oplossingen kunnen aanreiken. De beleving van abortus varieert per persoon. De praktijk laat zien dat er vrouwen zijn die na abortus hun leven lang kampen met gevoelens van schuld en gemis. Tegelijk zijn er vrouwen die abortus als opluchting ervaren. Alleen al omdat ze het alternatief als nóg uitzichtslozer zien. De wijze waarop abortus wordt uitgevoerd, heb ik zelf als heel confronterend ervaren.
Deskundigen uit de Pro Life Raad geven aan dat neutraliteit in zorgverlening niet bestaat: zelfs als professionele standaarden neutraal zijn, is de zorgverlener dat niet. Dat hoeft ook niet! Het is een groot goed dat een zorgvrager terecht kan bij een zorgverlener die oog heeft voor individuele context en overtuiging. Als Pro Life zijn wij vóór bescherming van het door God geschapen leven. In onze verzekering is daarom ook geen vergoeding voor abortus. Persoonlijk vind ik tegelijk dat een eenvoudig ‘voorof- tegenstandpunt’ geen recht doet aan de enorme worsteling waar vrouwen voor staan: een situatie vol emoties en dilemma’s, waarin onder tijdsdruk een ontzettend moeilijke beslissing moet worden genomen. Zeker dan is het, ongeacht de keuze van de zwangere vrouw, van belang hulp te bieden en compassie te tonen. Ik geloof dat wij de wereld niet mooier maken door te veroordelen en te kwetsen. Ik geloof wél in liefdevol confronteren en helpen. Als Pro Life spreken we ons uit voor de bescherming van het leven en voor hulp aan ongewenst zwangere vrouwen. Ongeacht de keuzes die zij maken, blijft Pro Life naast ze staan.”

Meer informatie over de zorgverzekeringen van Pro Life: kijk op www.prolife.nl.