Zzp’ers: vrije vogels óf vogelvrij?

Zzp'er
2

Zijn het de nieuwe helden van de flexibele economie? Die bovendien de hardste klappen opvingen in crisistijd? Óf zijn het de ‘sprinkhanen’ van de arbeidsmarkt, die vaste werknemers verdringen en doordat ze nauwelijks belasting betalen langzaam maar zeker de verzorgingsstaat kaalvreten?

Ergens binnen die extremen woedt een verhit debat over de opmars en de positie van zzp’ers in de Nederlandse economie.

Wie zijn zij eigenlijk, die zzp’ers, oftewel: zelfstandigen zonder personeel? En wat doen ze?

Op die vraag is moeilijk een eenduidig antwoord te geven. Daarvoor is de groep te divers. En dat maakt discussies over zzp’ers bij voorbaat al complex.

Ze werken in de bouw, brengen post en pakketjes rond, stellen adviesplannen op om organisaties te stroomlijnen of slagkrachtiger te maken, staan voor de klas, weten álles van olieboren, doen camerawerk, complexe interim-klussen of verrichten een van de talloze andere professies waarbinnen zzp’ers inmiddels te vinden zijn. Hun tarieven variëren daarbij minstens zo veel als hun bezig­heden: van nauwelijks een tientje per uur tot in sommige gevallen honderden euro’s.

Wat in ieder geval wél helder is: het worden er steeds meer. In Nederland zijn nu al ruim 900.000 zelfstandigen zonder personeel. Daarmee is bijna een op de acht werkenden een zzp’er; een verdubbeling vergeleken met twintig jaar geleden. En deskundigen zijn het er wel over eens dat, terwijl het aantal vaste werknemers dalen zal, het aantal zzp’ers de komende jaren nog veel verder groeit.

En daar lijkt op het eerste gezicht weinig mis mee. Prima toch, die zzp’ers? Heel modern. En onmisbaar voor internationaal concurrerende bedrijven, die dankzij zzp’ers flexibel kunnen inspelen op veranderingen in de vraag. Een uiting ook van de toe­nemende individualisering. Mensen willen, ook werkenden, toch zélf hun keuzes maken? Juist het zzp-schap biedt vrijheid, blijheid en ondernemerschap in optima forma.

Tóch heeft het kabinet vorig jaar een ambte­lijke werkgroep ingesteld om de oorzaken en gevolgen van de opmars van zzp’ers in kaart te brengen. Dat is niet zonder reden. Want er zijn verschillende factoren die ervoor zorgen dat die opmars niet in alle opzichten zo mooi is als hij lijkt.

1 Zzp’ers betalen vaak weinig belasting.

Hoewel zzp’ers in enquêtes aangeven voor zichzelf te zijn begonnen vanwege „de uitdaging”, speelt er volgens deskundigen nog een andere factor mee: de groei van het aantal zzp’ers was nóóit zo groot geweest als de overheid het zzp-schap belastingtechnisch niet zo aantrekkelijk had gemaakt.

Het Centraal Planbureau (CPB) becijferde vorig jaar dat zzp’ers voor iedere euro die zij extra verdienen tot wel 45 cent mínder belasting betalen dan werknemers in vaste dienst. Ook komen zzp’ers sneller in aanmerking voor huur- en zorgtoeslagen dan werknemers met een vergelijkbaar inkomen.

Hoe kan dat? De reden is de forse belasting­subsidie waarop zelfstandigen aanspraak maken. Met name de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling zorgen ervoor dat zzp’ers pas bij een veel hoger inkomen, en dan ook nog tegen een lager tarief, belasting betalen dan werknemers in loondienst. Volgens de door het vorige kabinet ingestelde belastingcommissie-Van Dijkhuizen dragen zzp’ers over de eerste 20.000 euro van hun inkomen zelfs amper belasting af.

Omdat de helft van alle zelfstandigen een inkomen heeft dat hier nauwelijks boven ligt, legt hun opmars zo een groeiende druk op de overheidsfinanciën. Immers, een groeiende groep werkenden die minder belasting betalen, zorgt er onmiskenbaar voor dat er tekorten ontstaan, óf dat elders de belastingen omhoog moeten. Op vaste arbeid bijvoorbeeld, wat werknemers in loondienst nóg onaantrekkelijker maakt voor bedrijven.

2 Zzp’ers zijn niet altijd zelfstandig.

Wie nu denkt dat alle zzp’ers hun fiscale subsidies gretig incasseren, in weelde leven en een lange neus maken naar loon­slaven die het voor hetzelfde werk met minder moeten doen, heeft het mis. Sterker nog, zzp’ers zouden eigenlijk méér moeten gaan verdienen.

Dat zit zo. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt belanden de belasting­voordelen voor zzp’ers vaak juist in de zak van opdrachtgevers. Die zetten, mede dankzij de huidige ruime arbeidsmarkt, in een groeiend aantal sectoren de tarieven van zelfstandigen onder druk. Alleen omdat ze niet tot nauwelijks belasting betalen, kunnen zzp’ers met een beloning van soms slechts een tientje per uur vaak toch nog enigszins het hoofd boven water houden. De zelfstandigenaftrek werkt hier dus als een werkgeverssubsidie, die van zzp’er een goedkopere concurrent maakt van vaste werknemers.

Een hoogopgeleide zzp’er die in een niche opereert en zijn eigen tarieven vast kan stellen, mag dan wellicht een vrije vogel zijn, aan de onderkant zijn zzp’ers vaak vogelvrij. Cao’s gelden niet en er is dus geen minimum­tarief. Het is hier „graag of niet”, en anders: „voor jou tien anderen.”

Hoewel het werken met zelfstandigen voor werkgevers voordelen biedt (je kunt van hen af wanneer je wilt en je hoeft bij ziekte nooit door te betalen), zijn bedrijven met zzp’ers dikwijls juist goedkoper uit dan met vast personeel. Niet verwonderlijk dat steeds meer werknemers voor een steeds groter deel met zzp’ers willen werken. Cao’s, die in de afgelopen honderd jaar stap voor stap bescherming en zekerheid zijn gaan bieden aan werknemers, gelden plots als duur en ouderwets of als ballast. De opmars van zzp’ers betekent in zekere zin een ”reset” van de arbeidsvoorwaarden. Een gelijk speelveld is er niet. Een groeiende groep zzp’ers staat weliswaar te boek als ”ondernemer”, maar doet voor slechts één opdrachtgever precies hetzelfde werk als voorheen door personeel in loondienst werd verricht. Voor deze groep ‘schijnzelfstandigen’, was het zzp-schap vaak niet iets wat ze in vrijheid kozen, maar uit pure noodzaak.

3 Zzp’ers lopen meer risico

Zzp’ers zijn niet, zoals werknemers, verplicht verzekerd tegen risico’s van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ziekte. Ook sparen ze niet verplicht voor hun pensioen. Dat moeten ze allemaal zelf regelen.

Daar is niets mis mee, maar in de praktijk gebeurt dit veelal niet. Zo is de helft van de zzp’ers niet verzekerd tegen arbeids­ongeschiktheid en bouwt twee derde van hen geen pensioen op. Deels omdat ze hier geen zin in of tijd voor hebben, maar in veel gevallen ook omdat hun tarieven simpelweg ontoereikend zijn.

Een zzp’er is in dat geval voor werk­gevers weliswaar goedkoper, maar loopt dus ook veel meer risico om in de armoede te geraken dan werknemers in loondienst. In de praktijk doen zelfstandigen en andere flexwerkers ook aanmerkelijk vaker een beroep op de bijstand dan vast personeel. Volgens het SCP telde de groep zelfstandigen de afgelopen jaren zelfs het hoogste aantal werkende armen.

Voor wie niets regelt, is er bij ziekte, werkloosheid of arbeidsongeschiktheid alleen de bijstand. Maar terwijl juist zzp’ers dus meer risico lopen om van dit sociale vangnet gebruik te moeten maken, betalen ze er juist relatief weinig aan mee, constateerde het CPB. Net als aan de overige voorzieningen die door de overheid uit de algemene middelen worden gefinancierd, zoals de AOW, de kinderbijslag en de zorg. Waar aan de onderkant van de arbeidsmarkt dus eerst werk­gevers een deel van hun risico af­wentelen op zzp’ers, dikwijls zonder hen daarvoor extra te belonen, wentelen zzp’ers volgens het CPB de lasten van hun onverzekerde risico’s weer af op de maatschappij.

Al met al genoeg reden om, zou je zeggen, als overheid in actie te komen. Bijvoorbeeld door zzp’ers te verplichten zich te ver­zekeren tegen werkloosheid en arbeids­ongeschiktheid. Of door in lijn met een waslijst aan adviezen van fiscalisten, het CPB of de Raad van State het zzp-schap fiscaal minder te bevoordelen, omdat de subsidie aan de onderkant niet werkt en aan de boven­kant niet nodig lijkt.

Op al die punten blijft het echter stil vanuit Den Haag. Het advies van de ingestelde ambtelijke werkgroep over zzp’ers ligt klaar, maar de reactie hierop van het kabinet wordt steeds vooruitgeschoven. Ook in de kabinetsbrief met hervormingen van het belastingstelsel was de zzp’er niet te vinden.

En dat is ook wel te begrijpen. Makkelijk is het niet om de gestaag gegroeide situatie –de zelfstandigenaftrek bestaat al sinds 1975– te veranderen. Iedere verlaging van die aftrek maakt op langere termijn de problemen wellicht kleiner, maar maakt het op korte termijn voor zzp’ers aan de onderkant juist alleen maar moeilijker. Welke politicus wil het op zijn geweten hebben dat mensen die hun uiterste best doen om zelf in hun inkomen te voorzien, de bijstand worden ingejaagd?

Bovendien: met ruim 900.000 personen vormen zzp’ers inmiddels ook electoraal gezien een groep om rekening mee te houden. Niet zonder reden zijn D66 en de VVD haast permanent verwikkeld in een wedstrijd wie zich de meest zzp-vriendelijke partij mag noemen.

Ook de coalitie is over zzp’ers tot op het bot verdeeld. Zo noemde VVD-fractieleider Zijlstra zzp’ers onlangs „niet het probleem, maar de oplossing.” Volgens de liberaal moeten flexibele arbeidscontracten de norm worden, zodat we afscheid kunnen nemen van de huidige „ballast van vaste contracten.” PvdA-minister Asscher repliceerde dat als die „VVD-droom” werkelijkheid wordt en straks iedereen zzp’er is, niemand meer zekerheid heeft, behalve „een kleine groep die het heel goed heeft.”

De zzp’er zal voorlopig dus nog wel de hete aardappel blijven die heen en weer geschoven wordt op het bordje van de polder.


„Het gaat soms slecht, maar vaker goed”

Zijn ogen sluiten voor de zzp’ers bij wie het alle­maal niet op rolletjes loopt, wil hij niet. Maar directeur Frank Alfrink van ZZP Nederland, met ruim 36.000 leden de grootste belangenorganisatie van zelfstandigen, benadrukt liever dat het met veel zzp’ers juist heel erg goed gaat.

Hoewel er volgens hem wel degelijk problemen zijn, dreigen die alle positieve geluiden rond zzp’ers te overschaduwen. „De uitzondering wordt tot regel verheven. Ik denk dat 
10, hooguit 15 procent van de zzp’ers in een positie zit waarin werkgevers misbruik van hen maken. Ik ontken dat niet, hoewel dat niet de groep is die wij als ZZP Nederland ver­tegenwoordigen. Dat zijn de ondernemende zzp’ers die heel bewust voor een bestaan als zelfstandige hebben gekozen. Niet de zzp’ers die uit dwang of noodzaak voor zichzelf zijn gestart.”

Dat juist die laatste groep de afgelopen jaren hard groeide, ziet Alfrink ook. „Al jaren wordt er in de bouw of het transport tegen mensen die liever in loondienst zouden blijven gezegd: „Begin lekker voor jezelf. Ik garandeer je wel werk.”” Dat klinkt positief, maar is volgens de ZZP Nederland-directeur eigenlijk een verkapt sociaal plan „Door op die manier een grote flexibele schil te creëren, maakt zo’n werkgever in één klap een enorme efficiencyslag. Werknemers in loondienst worden, met behulp van fiscale voordelen, gewoon op een goedkopere manier ingezet. Zo bespaart de werkgever zich het verschil tussen het bruto- en het nettoloon, terwijl hij zijn risico’s eenzijdig neerlegt bij de zzp’er. Feitelijk is dit gewoon misbruik maken van fiscale regelingen.”

Volgens Alfrink is de oplossing echter niet om dan maar voor alle zzp’ers de zelfstandigenaftrek te schrappen. „We wíllen toch ondernemers in Nederland? Waar moeten anders al die mensen die in loondienst willen werken aan de slag?” Dat uit onderzoek blijkt dat slechts weinig zzp’ers (4 procent) de ambitie hebben om ooit zelf personeel in dienst te nemen, doet daar volgens hem niets aan af. „Ondernemers hebben gewoon recht op die aftrek. Het is ook volkomen legaal om er gebruik van te maken. Ik snap best dat het slim kan zijn om het belastingstelsel nog eens tegen het licht te houden, om te bezien of alle lusten en lasten nog wel evenredig zijn verdeeld. Maar om nu even alléén zzp’ers af te gaan knijpen, stuit me tegen de borst.”

Bovendien „hoopt en verwacht” Alfrink dat de problemen met schijnzelfstandigen zich vanzelf oplossen, nu de economie aantrekt. „De afgelopen jaren hebben bedrijven en ook gemeenten heel wat aangerommeld. Ze zijn alleen maar bezig geweest met kosten besparen en risico’s kwijtraken. Terwijl wat op korte termijn een kostenvoordeel lijkt, op langere termijn soms juist een kostenverhoging is. Een loyale, vaste werknemer kan je enorm veel kosten besparen”

Als de groei doorzet, verwacht Alfrink daarom dat er weer meer zzp’ers in vaste dienst zullen komen. „En als zzp’ers door die groei ook weer meer gaan ver­dienen, wordt het probleem dat zelf­standigen minder belasting betalen direct ook kleiner.”

Hoewel hij namens de zzp’ers die ZZP Nederland vertegenwoordigt eigenlijk niet op „betutteling” zit te wachten, staat Alfrink er wel voor open om met sociale partners of het kabinet van gedachten te wisselen over maatregelen als invoering van minimum­tarieven of een verplichte verzekering voor zzp’ers. „Primair zeg ik: Ondernemers moet je geen zaken opleggen. Maar als, zoals nu, zzp’ers soms zúlke lage tarieven krijgen dat verzekeren onmogelijk is en de samenleving daarvoor opdraait, zie ik daar meer in dan in het afschaffen van de fiscale faciliteiten. Want wat is dan het alternatief? Zo jaag je zzp’ers aan de onderkant de bijstand in en ben je als overheid juist alleen maar slechter af omdat je dan ook hun uitkering mag betalen.”


Een Nederlands fenomeen?

Hoewel zzp’ers overal voorkomen, is het aantal zelfstandigen zonder personeel de laatste jaren in Nederland sneller gestegen dan elders. Van de 27 EU-landen nam alleen in Slowakije het aantal zzp’ers harder toe dan hier. Naast de fiscale voordelen die in Nederland samenhangen met het zzp-schap, speelt ook de vergrijzing een rol. Juist ouderen besluiten relatief vaak om voor zichzelf te beginnen. Voor een deel kan dat komen doordat zij met hun grotere ervaring en netwerk beter geschikt zijn. Minder fraai is de verklaring dat het zzp-schap voor hen niet zelden een noodsprong is, doordat ouderen na een ontslag geen vast werk meer kunnen vinden. Vooral onder mannen is het aandeel zzp’ers in Nederland hoog, al groeit ook het percentage vrouwen dat kiest voor een bestaan als zelfstandige. Waar vrouwen vooral werkzaam zijn als kapper of in de schoonheids- of gezondheidsbranche, zijn mannen veelal actief in de bouw, de ict en de dienstverlening.


Ze werken op de zolder van hun huis, kruipen achter de laptop in een koffiebar of bouwen met andere zelfstandigen zonder personeel aan nieuwe panden. Zzp’ers. Hun aantal groeit hard in Neder­land. Sommigen komen amper rond; anderen lijken rijk. Vandaag deel 1.