Zoektocht Frans de Waal naar moraal in dierentuin overtuigt niet

Weerwoord
Ds. G. A. van den Brink. Foto RD RD

Hebben dieren ook een moraal?

Frans de Waal (1948) bestudeert het gedrag van mensapen. Hij geldt als een van de invloedrijkste Amerikanen, oogt zelfverzekerd en schrijft ongemeen boeiend. Opgegroeid in Nederland, deed hij in de jaren 70 baanbrekend onderzoek in de dierentuin van Arnhem naar het gedrag van chimpansees. Hij werd hoogleraar in Amerika en sprak nog zeer onlangs de diësrede uit aan de Universiteit Utrecht.

De grondlijnen die al zijn publicaties kenmerken, kunnen eenvoudig worden samengevat: primaten (zoals chimpansees en bonobo’s) zijn zeer sociale dieren en hun gedrag verschilt niet wezenlijk van dat van mensen. Het morele besef van goed en kwaad komt ook bij dieren voor. Dit morele gedrag is in de evolutie ontstaan als uitkomst van het evolutionaire voordeel dat sociaal groepsgedrag met zich meebrengt.

In zijn nieuwste publicatie (”De bonobo en de tien geboden”, uitg. Atlas) gaat De Waal het gesprek aan met gelovigen en atheïsten. Hij hekelt de felheid van hedendaagse atheïsten, maar geeft ook kritiek op gelovigen. Volgens hem is het bestaan van God volkomen onbelangrijk voor de moraal. Voor goed moreel gedrag hebben we God niet nodig. Religie is evolutionair een laatkomertje; we kunnen daarom beter naar de biologie kijken en van de apen leren hoe we met elkaar om horen te gaan. ”De moraal is ouder dan de mens”, zo luidt de ondertitel van het boek.

Wetenschappelijke arrogantie

De vlotte pen van De Waal en de aansprekende anekdotes in zijn boek imponeren de lezer. Maar deze zaken kunnen toch niet verbloemen dat er nogal wat kortsluiting ontstaat in zijn betoog. De Waal is alleraardigst, maar tegelijk is deze publicatie een sprekend voorbeeld van wetenschappelijke arrogantie.

Hoe blijkt dat dan? De Waal geeft de indruk dat alle wijsheid, kennis en inzicht bij de natuurwetenschappen vandaan komen. Dat heet in vaktermen ”sciëntisme”. Het sciëntisme beweert dat alle grote vragen van het leven uiteindelijk door de wetenschap kunnen worden beantwoord. Niet alleen de natuurkundige en biologische vragen, maar ook de ethische en religieuze.

Het verbaast dan ook niet dat De Waal vergaande filosofische en theologische uitspraken doet. Maar hij vermeldt in zijn literatuur geen enkel recent filosofisch of wijsgerig-theologisch werk. Er gebeurt ontzettend veel in de godsdienstfilosofie, en men houdt zich daar grondig bezig met de vraag wat moraal is en hoe de relatie is tussen sociaal en moreel gedrag. Maar De Waal kijkt naar zijn aapjes en hoeft die boeken niet meer te lezen.

Overtuigingen

Nu zou het kunnen dat De Waal zo intelligent is dat hij dat gesprek niet hoeft aan te gaan met zijn wijsgerige en theologische collega’s, of het is kortzichtigheid. Ik ben van het eerste niet overtuigd. Wie de echte vragen van het debat kent, realiseert zich dat De Waal misschien zo veel antwoorden heeft omdat hij niet wordt gehinderd door enige kennis van de cruciale vragen. Wat zijn die vragen dan? Ik noem er drie.

1. Hebben dieren overtuigingen? De Waal kijkt naar gedragingen van mens en dier, en op grond daarvan veronderstelt hij innerlijke overtuigingen, emoties, gevoelens en opvattingen. Maar de hamvraag is natuurlijk of deze veronderstelling voor dieren wel opgaat. Een mens kan verwoorden wat hij denkt of voelt, een dier niet. We zullen dus per definitie nooit weten of dieren vanbinnen net zo in elkaar zitten als wij. Toch is die aanname een grondgegeven voor de gehele visie van De Waal, en hij poneert het als een vaststaand feit.

Als het over moreel gedrag gaat, wordt dit punt extra prangend. Voor de beoordeling of iets moreel goed of slecht is, zijn de innerlijke drijfveren en overtuigingen doorslaggevend. Het zichtbare gedrag alleen is niet voldoende om een moreel oordeel over iemand anders te vellen. Het is dus een drogreden om op grond van uitwendig apengedrag te concluderen dat zij (net als wij) morele wezens zijn.

2. Wanneer is gedrag moreel goed? De Waal gaat uit van een gigantische herdefiniëring van ”moraal”. Intuïtief vinden we een bepaalde handeling moreel goed of slecht, onafhankelijk van het voordeel dat je ermee bereikt. Moorden is slecht, al zou je er schatrijk van worden. Bij De Waal is moreel gedrag echter slechts een vorm van sociaal gedrag; het is goed voor de groep en voor je eigen plek in de groep. Hij herdefinieert moreel goed gedrag zodoende tot sociaal wenselijk gedrag. Ik vind het een enge gedachte dat hij voorstelt dat we als samenleving onze opvattingen over goed en kwaad aan dit nieuwe inzicht aanpassen. Dan is straks iets moreel goed omdat de samenleving als geheel er beter mee af is. Hebben we dat niet eerder gehoord?

3. Is godsdienst alleen gedrag? De Waal versimpelt godsdienst tot een waarneembare religieuze praktijk. Een praktijk van rituelen, gewoonten en sociale codes. Onderliggende overtuigingen zijn niet belangrijk. Volgens hem is het geloof in het bestaan van God volkomen irrelevant: waarom zou je ook zonder deze overtuiging de religieuze praktijken niet gewoon kunnen voortzetten? Waarom zou je niet gewoon moreel goed blijven doen, ook als God niet bestaat?

Dit impliceert echter een logische onmogelijkheid. Van De Waal mag je God wel dienen als je maar niet gelooft dat Hij bestaat. Je mag wel gelovig zijn, als je dan maar wel vrijzinnig bent. Hij spreekt in de titel van zijn boek wel over de Tien Geboden, maar waar blijft de eerste tafel van de wet?

Vleiend

De inspanningen van De Waal zijn misschien daarom zo populair omdat hij met alle kracht betoogt dat de mens ”van nature goed” is (de titel van een eerder boek). Onmiskenbaar is deze boodschap zijn ideologische drijfveer. En die boodschap wil er natuurlijk bij velen wel in. Het is vleiend om van een beroemde wetenschapper te horen dat we vanbinnen allemaal sociale dieren zijn, geneigd om elkaar te troosten en verzoeningsgezind.

Maar niet altijd is de waarheid aangenaam. De Britse filosoof John Gray zegt: „Wie mensen als vrijheidslievend beschouwt, moet bereid zijn bijna de gehele geschiedenis als een dwaling te zien.” De dierentuin moge een terrein zonder zonde zijn, maar helaas kun je dat van de mensenwereld niet zeggen. Misschien wordt het tijd dat Frans de Waal eens de dierentuin uit stapt en zijn ogen opent in de mensenwereld. De wereld van Verdun, van Rwanda, van Syrië, van Somalië. De wereld van ons.

Ds. G. A. van den Brink, hersteld hervormd predikant te Kralingseveer. Heeft u een vraag voor deze rubriek of wilt u reageren? weerwoord@refdag.nl


Verder lezen over dit onderwerp

Frans de Waal, De bonobo en de tien geboden. Moraal is ouder dan de mens (Amsterdam: Atlast contact 2013)

Diesrede Universiteit Utrecht 2013 van Frans de Waal (pdf).

Over sciëntisme: Vermeende strijd tussen geloof en wetenschap.

John Gray, De stilte van dieren. Over de vooruitgang en andere moderne mythen (Amsterdam: Ambo 2013).