Regering tegen invoering acceptatieplicht

Maandoverzicht november 2016
Staatssecretaris Dekker en minister Bussemaker zitten achter de regeringstafel tijdens het debat over de Onderwijsbegroting. Links staat CDA-Kamerlid Rog en rechts VVD-Kamerlid Duisenberg. beeld ANP, Bart Maat

Minister Busse­maker en staatssecretaris Dekker (beiden van Onderwijs) voelen niets voor de invoering van een acceptatie­plicht in het onderwijs waarbij orthodoxe scholen alle leerlingen moeten toelaten.

„Als een school een heel sterke identiteit heeft, vind ik het niet zo heel gek dat die school vraagt dat je de identiteit van die school onderschrijft”, zo stelde staatssecretaris Dekker donderdagavond tijdens het afrondende debat over de begroting van Onderwijs voor 2017.

De discussie spitste zich toe op de positie van het reformatorisch Hoornbeeck College voor mbo. GroenLinks-Kamerlid Grashoff las woensdag tijdens de eerste termijn van het debat voor uit de toelatingseisen van de school. Alleen degenen die lid zijn van bepaalde kerkgenootschappen en de grondslag onderschrijven, worden daar toegelaten. Samen met SP-Kamerlid Van Dijk noemde de GroenLinkser dat niet meer van deze tijd.

ANP-48222577Kamer kibbelt over wijze van invoering acceptatieplicht

Minister Bussemaker heeft geen problemen met het toelatings­beleid: „Dat er ook een Hoornbeeck College is, vind ik goed, want ik vind dat we ook een beetje ruimte voor minderheden in Nederland moeten laten. We moeten niet iedereen de maat nemen. Dat past in de ruimte die artikel 23 biedt.”

Volgens de minister zou het heel kwalijk zijn als er voor leerlingen die niet op het Hoornbeeck passen, geen mogelijkheden zouden zijn om naar andere roc’s of mbo-scholen te gaan: „Gelukkig zijn die mogelijkheden er in overvloed, dus niemand hoeft zich op welke manier dan ook verplicht te voelen om naar het Hoornbeeck College te gaan.”

Staatssecretaris Dekker benadrukte dat slechts een klein aantal scholen onderschrijving van de grondslag vraagt. Bovendien kan het alleen maar op basis van „consistent en consequent beleid. Zeker in het primair onderwijs gaat het veelal om kleine scholen buiten de grote steden waar het probleem van segregatie sowieso nauwelijks speelt.”

De bewindsman vroeg zich af waarom met name de SP het bepaalde groepen ouders of bepaalde scholen „misgunt om een bepaalde identiteit uit te dragen.” Volgens Dekker is er geen aan­leiding om te veronderstellen dat bijzonder onderwijs segregatie in de hand werkt: „Ik vind het dus echt een schijnprobleem dat we proberen op te lossen.”

Dekker stelde dat hij overtuigd voorstander is van artikel 23 van de Grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs is verankerd. „Ook als liberaal vind ik het mooi dat mensen in Nederland een eigen school kunnen beginnen. We belonen met artikel 23 particulier initiatief. Ouders hebben in Nederland ook wat te kiezen. Met artikel 23 hebben we geen eenvormig staatsonderwijs. Er is geen land ter wereld waar het aanbod aan scholen en onderwijs zo pluriform is als in Nederland. Artikel 23 maakt een vrije keuze mogelijk van ouders en leerlingen voor een school die past bij hun ideeën over opvoeding en onderwijs. En als die school er niet is, heb je de mogelijkheid er een op te richten.”

Ook minister Bussemaker (PvdA) is blij met de vrijheid van onderwijs: „Die vrijheid heeft het Nederlandse onderwijs veel gebracht: een divers stelsel met hoge kwaliteit.” De overheid zal volgend jaar –als de vrijheid van onderwijs honderd jaar bestaat– op diverse manieren aandacht besteden aan deze mijlpaal.

GroenLinks-Kamerlid Grashoff probeerde donderdag VVD-Kamerlid Duisenberg een uitspraak te ontlokken over de mogelijke steun van zijn fractie voor een initiatiefwet over de acceptatieplicht. Duisenberg wilde zich daar niet over uitlaten: „Volgens mij is aangekondigd dat er een wetsvoorstel gaat komen. Ik denk dat het het beste is als we dan dat debat voeren.”