Premier Lubbers ergerde zich groen en geel aan lekkende ministers

De eerste ministerraadvergadering van Lubbers lll, in de Treveszaal, staat op punt van beginnen. beeld ANP

Het knettert, tijdens de ministerraad van 26 april 1991. Een getergde premier Ruud Lubbers geeft zijn bewindslieden te verstaan dat ze zich in de pers voorzichtiger moeten uitlaten.

De frustratie van Lubbers spat van de notulen van de ministerraad. Die werden dinsdag in het Nationaal Archief vrijgegeven, samen met tal van andere documenten. Dat gebeurde op de jaarlijkse Openbaarheidsdag.

Onder punt 18f van de notulen van de ministerraad uit die dagen (”Zeer Geheim Persoonlijk”, staat er boven) blijkt dat Lubbers vindt dat „het beeld van het kabinet dat in de publiciteit is ontstaan niet goed is. Daaraan zou iets moeten worden gedaan.”

2017-01-03-BIN1-openbaar-4-FC_webOpenbaarheidsdag: Topdag voor liefhebbers van geheimen

De CDA-premier, minister-president van 1982 tot 1994, maant zijn collega’s behoedzamer met journalisten om te gaan. Zo schiet een door minister Koos Andriessen (CDA, Economische Zaken) gegeven interview Lubbers in het verkeerde keelgat. „Spreker (Lubbers, JV) meent dat het geven van een interview een kwestie van prudentie is.”

Lesje

Tijdens de besprekingen op 26 april 1991 in de Trêveszaal trakteert de getergde premier zijn gehoor op een lesje mediabeleid. „Allereerst is het van belang dat de opvattingen zo veel mogelijk beperkt blijven tot die over de eigen portefeuille. In de tweede plaats moet voorzichtig worden omgegaan met onderwerpen die nog onderwerp van bespreking in de ministerraad zijn.”

Lekken naar de pers is niet van vandaag of gisteren, zo blijkt maar weer uit de openbaar gemaakte bespreking in de ministerraad uit 1991.

video

Gefrustreerd stelt Lubbers dat er „zeer lichtzinnig wordt omgegaan met informatie uit de raad en de onderraden. Het voortijdig openbaar worden van standpunten van bewindspersonen en van de inhoud van vergaderstukken heeft ook bijgedragen aan de beschadiging van het beeld van het kabinet.” De premier vreest dat de „situatie volledig zal scheeflopen” als hij niet ingrijpt.

Normaal

Het zit minister-president Lubbers niet lekker dat ambtenaren „op eigen houtje” informatie aan de pers verstrekken. „Gebleken is dat sommige ambtenaren dat normaal vinden. De bewindspersonen zouden met hun voorlichtingsafdeling moeten bespreken dat dat niet kan.” Lubbers vindt dat „zou moeten worden gepoogd om die verkeerde gewoonten te corrigeren.”

ANP-5572112Staatsgeheimen onthuld: mag vlag halfstok bij herdenking ramp op zondag?

Het lekken van informatie dient een duidelijk doel, vindt Lubbers: proberen om „iets te bereiken of te voorkomen.” De premier: „De indruk bestaat bij journalisten en ambtelijke medewerkers dat dat nogal eens gebeurt op verzoek van de bewindspersonen zelf. Spreker (Lubbers) heeft de ervaring dat deze vorm van publiciteit vrijwel altijd contraproductief werkt.”

In de ministerraad doet Lubbers „een praktisch voorstel dat aansluit bij het reglement van orde.” „Iemand die meent dat de geheimhoudingsplicht zou moeten worden doorbroken, vraagt daarvoor ontheffing bij de ministerraad.” Lubbers ziet voor zichzelf zo nodig ook een rol weggelegd. „Kan doorbreking van de geheimhoudingsplicht niet wachten tot de volgende ministerraad, dan zou de procedure via de minister-president moeten lopen.”

Weinig vertrouwen

Minister Wim Kok van Financiën (PvdA, later premier) schaart zich achter Lubbers, al maakt Kok (als vice-premier) wel een fors voorbehoud. Hij vindt namelijk dat het je als minister in de pers beperken tot je eigen portefeuille „niet voor hem kan gelden.” Hij krijgt Lubbers op dat punt aan zijn zijde.

Kok koestert weinig illusies als het gaat om het in toom houden van lekkende bewindslieden en ambtenaren, blijkt uit het verslag. „Spreker heeft er weinig vertrouwen in dat de huidige situatie met betrekking tot het voortijdig openbaar worden van standpunten van bewindspersonen markant zal verbeteren.” Kok wijst erop dat er in die dagen diverse (gevoelige) regeringsdossiers de gemoederen bezig houden. Zoals terugdringing van arbeidsongeschiktheid, het gebruik van de ziektewet en werkgelegenheidsbeleid.

Overhoop

Minister Bert de Vries (CDA, Sociale Zaken) schaart zich achter Lubbers. „De geloofwaardigheid van het kabinet is er niet mee gediend als veel zaken overhoop worden gehaald, maar er geen besluiten worden genomen.”

Lubbers doet tegenover zijn collega’s ook uit de doeken hoe hij zelf journalisten tegemoet treedt. Hij geeft „alleen een interview onder het voorbehoud dat het mogelijk is om correcties aan te brengen. Dat betreft ook correcties in eigen quotes. Dat ligt natuurlijk anders met betrekking tot uitspraken gedaan in de Tweede Kamer, omdat die immers in de stukken worden afgedrukt. Overigens is het zo dat het gesproken woord anders overkomt dan het geschreven woord.”

Persoonlijke brief

Minister Dales (PvdA) vindt dat er ook daadwerkelijk actie moet worden ondernomen als er eenmaal is gelekt. Ze informeert naar het inschakelen van de rijksrecherche bij het ministerie van Landbouw in verband met het uitlekken van een brief. Minister Bukman (CDA) van Landbouw zegt dat hij de rijksrecherche inschakelde „omdat een persoonlijke brief aan het Tweede-Kamerlid Tommel (D66) openbaar is geworden, terwijl die brief zich bevond in zijn persoonlijk archief.”