Kamer wil opheldering over „doorlaten drugs”

De ChristenUnie, de SP en D66 willen tekst en uitleg van minister Ard van der Steur over de bewering van een politie-informant dat de politie partijen drugs zou hebben doorgelaten. De drie partijen wijzen erop dat die praktijk, bedoeld om ‘grote vissen’ te kunnen pakken, sinds de IRT-affaire is verboden.

CU-leider Gert-Jan Segers, SP’er Michiel van Nispen en hun D66-collega Kees Verhoeven zijn geschrokken van de berichtgeving van EenVandaag over de zaak. Het actualiteitenprogramma liet informant ‘Paul’ aan het woord, die beweert de politie tegen betaling te hebben getipt over de invoer van cocaïne, die zij vervolgens zou hebben doorgelaten. ‘Paul’ was justitie eerder van dienst in het onderzoek naar de corrupte douanier Gerrit G.

Als de verklaringen van de informant kloppen is dat volgens Van Nispen „wel echt zeer ernstig”. Segers vreest voor „IRT revisited” en noemt de grens tussen boven- en onderwereld kennelijk flinterdun.

De IRT-affaire in de jaren negentig draaide om de inzet door de politie van burgerinfiltranten in drugsbendes. Politie en justitie lieten drugstransporten ongemoeid, om zo op het spoor van bendeleiders te kunnen komen. De parlementaire enquêtecommissie-Van Traa maakte gehakt van deze opsporingsmethoden en sindsdien zijn ze taboe.