Hennis bezoekt militairen bij front Mosul

Dicht achter het front in Noord-Irak proberen Nederlandse militairen onder heel moeilijke omstandigheden de levens te redden van Irakezen die gewond zijn geraakt bij de slag om het laatste IS-bolwerk Mosul. Dinsdag kregen ze bezoek van hun baas, minister Jeanine Hennis.

In een klein gebouwtje met drie kamers worden de gewonde Iraakse militairen opgevangen. Nadat ze aan het front eerste hulp hebben gekregen, worden ze in deze post geopereerd en klaargemaakt voor vervoer naar een ziekenhuis in de stad Arbil.

Zes weken is de medische post nu in deze plaats gevestigd, maar pas sinds deze week is er voortdurend stroom. Ook benzine voor de ambulances was wel eens problematisch. Nu staan alle vijf ambulances steeds volgetankt en „dat is wel een luxe”, zegt militair Alex die alleen zijn voornaam mag geven.

Het is volgens hem „heel primitief” werken. Ze hebben staan opereren bij min acht graden. Het licht in de operatiezaal wordt verzorgd door twee bouwlampen. Er vinden veel amputaties plaats. Burgers kunnen er niet terecht; het veiligheidsrisico is te groot.

Er werkt hier een groepje van een man of tien onder wie meestal drie of vier Nederlanders. Verder zijn er Amerikanen en Irakezen. De leiding ligt bij een Australiër. Na een verblijf van vijf of zes weken hier, gaan de Nederlanders weer terug naar de basis in Arbil. Langer is het werk niet vol te houden.

Met Hennis was ook de commandant van de strijdkrachten, generaal Tom Middendorp, mee. Hij is onder de indruk van het werk dat zijn mannen leveren. „Het is onwerkelijk bijna wat ze hier moeten doen.”

Nederlandse militairen trainen Iraakse commando’s en dat betaalt zich uit, aldus Middendorp. Tijdens de trainingen hebben ze geleerd om gewonde soldaten eerste hulp te geven. Daardoor bereiken nu meer gewonden de medische post.

In het gebouw praat Hennis met twee gewonde Irakezen. Ze raakten eerder op de ochtend gewond in Mosul. Een heeft scherven in zijn been. In totaal kwamen er acht gewonden deze ochtend binnen. Beide gewonden willen snel weer terug naar het front, laten ze Hennis weten.