Van de Beek gaat met kabels overal onderdoor, zonder te graven

Arie van de Beek met zijn zoons Herman en Arie junior, voor het pand vanhet infrabedrijf in Neerijnen. beeld RD
2

Pionieren, dat was het toen familiebedrijf Van de Beek uit Neerijnen in 1997 een machine kocht om gestuurd te kunnen boren. Zo boorde Herman dwars door een stel telefoonkabels heen van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Anno 2017 legt Van de Beek overal kabels en leidingen onderdoor, vaak zonder te graven. „We doen het goed als je niet meer kunt zien dat we aan het werk zijn geweest.”

Halverwege het gesprek komt Arie van de Beek senior de vergaderkamer binnen van het moderne pand in het buitengebied van het Betuwse Neerijnen. Buiten wapperen vlaggen, ook van het houtbewerkingsbedrijf van zoon Rini dat in hetzelfde pand is gevestigd. Hier huist een ondernemende familie. Hoewel het gesprek gaat over het infrabedrijf, komen de familiebanden steeds weer ter sprake.

„Op papier heb ik er niets meer mee te maken hoor”, zegt Van de Beek lachend. Links van hem zit zoon Herman, rechts Arie junior. Beiden zijn eigenaar van het bedrijf dat senior in mei 1977 oprichtte, toen hij koperen telefoonkabels legde voor de PTT.

„In de loop der jaren veranderde er veel in de branche, en soms kwam de gedachte op om de boel te verkopen”, aldus Van de Beek. Dan, met een hoofdknik naar Herman: „Halverwege de jaren negentig kwam hij zijn diensten aanbieden. Tot die tijd hadden we het niet over bedrijfsopvolging gehad. Twee jaar later kochten we onze eerste machine voor gestuurd boren. Pas achteraf zie je dat er niets bij geval gebeurt.”

Herman knikt. „Die machine had ik twee jaar eerder al op een beurs zien staan, toen ik nog op het mbo zat. Het leek me wel wat.” Gestuurd boren gebeurde toen al wel, maar nog mondjesmaat. Herman: „Het was pionieren en uitzoeken hoe het moest. Zo boorde ik bij een van de eerste klussen door de telefoonkabels van het St. Antonius Ziekenhuis.”

Het mooie van gestuurd boren is dat je overal met kabels onderdoor kunt, zelfs over een lengte van meer dan 400 meter. En dat zonder dat verkeer of scheepvaart er hinder van ondervindt. „We doen ons werk goed als mensen achteraf niet zien dat we aan het werk zijn geweest”, zegt Herman.

Van de Beek is zeker niet de grootste, maar toch wel een begrip in de wereld van de infrastructuur. Een wereld die behoorlijk weerbarstig kan zijn voor een bedrijf dat de Bijbelse principes hoog wil houden. Zo nemen de broers Herman en Arie geen grote klussen aan waar de zondagsrust mee gemoeid is, in navolging van hun vader. „Ja, dat kost je soms grote projecten.”

Dat wil echter niet zeggen dat Van de Beek geen uitdagend werk doet. Zo klaarden ze een tijdje geleden in het Zuid-Hollandse Voorhout een complexe klus door kabels aan te leggen onder een druk verkeersplein door. „Het was een project in opdracht van de provincie, waarbij veel belanghebbenden een rol speelden”, vertelt Herman. Van de Beek was van projectplan tot aan de oplevering verantwoordelijk. En dat is volgens Arie junior de kracht van het bedrijf. „We zijn breed in onze mogelijkheden en toch klein genoeg om efficiënt te werken.” Als voorbeeld noemt hij het aanleggen van glasvezelnetwerken op bedrijventerreinen.

Arie junior neemt de vooruitstrevende digitalisering in het bedrijf voor zijn rekening. „Omdat we altijd in de grond zitten, hebben we veel informatie nodig. Wat zit er in de grond, waar liggen andere kabels en leidingen, wat heeft er vroeger gestaan? Die informatie winnen we zelf in, zodat we een compleet beeld krijgen voordat we beginnen te boren. De opdrachtgever wil op de hoogte blijven van de vorderingen, dus hebben wij goed inzicht nodig. Daar hebben we een eigen programma voor ontworpen.” Hij grijnst even. „Ja, ik heb het zelf geprogrammeerd. Een uit de hand gelopen hobby, zeg maar.”

Van koperen telefoonkabels ging het naar glasvezelkabels. „Een groot deel van het telefoonverkeer gaat via de mobiele telefoon”, aldus Herman. Of er daarmee geen werk meer is voor kabelleggers? De broers schudden het hoofd. „Zeker niet”, zegt Arie junior. „Ook dit verkeer gaat gewoon door kabels. Alleen van de mobiel tot aan de zendmast is het draadloos.”

De broers richten zich vooral op de zakelijke markt. Ook dat is een principiële keuze. „In de consumentenmarkt gaat het tegenwoordig om alles-in-eenbundels. Als wij die kabels gaan leggen, zijn we bezig met het uitbreiden van het televisienetwerk. Dat willen we niet.”

In de maatschappij wordt connectiviteit steeds belangrijker, ziet Herman. „Alles moet straks met internet verbonden zijn. Daarbij blijft een vaste aansluiting voorlopig de betrouwbaarste.” De broers investeren dan ook bewust in de elektriciteitsmarkt. „Door de opkomst van windmolenparken en bijvoorbeeld de elektrische auto is veel nieuwe infrastructuur nodig. En het mooie is: elektriciteit zal nooit draadloos worden.”

Deze omslag vergt wel omscholing van het bestaande personeel. „We hebben vakmensen in dienst, met hart voor de zaak. Daarnaast staan we open voor stagelopers die het vak hier willen leren”, zegt Arie junior. Senior steekt zijn hand op. „Maar ze moeten niet bang zijn voor modder. Want daar sta je soms met beide benen in.”

www.digibron.nl/dezaak

Bedrijfsgegevens

Bedrijf: Van de Beek

Waar: Neerijnen

Activiteit: leggen, monteren en lassen van kabels en leidingen

Sinds: 1977

Aantal werknemers: 35-40