Molenwaard geeft ondernemers steuntje in de rug

BLESKENSGRAAF. Aad den Boer (r) is een van de ervaren ondernemers die in de gemeente Molenwaard mensen met een eigen bedrijf gaat coachen. „Onderling vertrouwen is een voorwaarde om dit project tot een succes te maken”, zegt Louisa Broens (l), accountmanager bedrijven bij de gemeente. beeld Cees van der Wal

Starters in de Zuid-Hollandse gemeente Molenwaard kunnen sinds kort voor ondersteuning terecht bij ervaren ondernemers. Ook mensen die al langer een bedrijf hebben maar specifieke vragen hebben, kunnen aanhaken.

Het Mentorproject Molenwaard, dat in december van start ging, is een initiatief van de plattelandsgemeente met bijna 30.000 inwoners. Ondernemers die zich aanmelden, worden gedurende maximaal één jaar begeleid door een ervaren lokale ondernemer. De mentor dient als klankbord en denkt mee met de ondernemer.

Volgens Louisa Broens, accountmanager bedrijven bij de gemeente, is er sprake van een vliegende start. „Tot eind december hadden we al vijf aanmeldingen, daarnaast hebben tien ervaren lokale ondernemers zich opgegeven om als mentor te fungeren. Die bereidheid is trouwens typerend voor de Molenwaardse gemeenschap. De mensen staan altijd klaar om zich voor anderen in te zetten.” Volgens Broens komen de mentoren uit verschillende sectoren van het bedrijfsleven en vormen ze „een mooie mix van jong en oud, man en vrouw.”

Het kernteam probeert er samen met de mentees –de ‘hulpvragers’– achter te komen waar die precies behoefte aan hebben. Daarna wordt er bij elke mentee een mentor gezocht die het best bij de ondernemer en zijn vragen past. „Vervolgens gaan die twee met elkaar om de tafel, want het is belangrijk dat het klikt. Ieder mens heeft z’n eigen karakter en opvattingen en aanpak. Wil het project een succes worden, dan moet er onderling vertrouwen zijn. Betrokkenen moeten elkaar de waarheid kunnen zeggen en opbouwende kritiek kunnen geven.”

Volgens Broens is het opvallend dat de vijf ondernemers die zich tot nu toe hebben aangemeld, geen starters zijn. Ze zijn ten minste een jaar actief, enkelen al langer. En het gaat niet om ‘twijfelaars’ of ‘zorgenkindjes’ –ondernemers die met de handen in het haar zitten. „Al kunnen die uiteraard ook een beroep op ons doen. Nee, het gaat tot nu toe om ondernemers die volop perspectief voor hun bedrijf zien, maar die wél een manier zoeken om die groei handen en voeten te geven.”

In de praktijk gaat het om vragen over huisvesting, personeelsbeleid, uitbreiding of een eventuele verhuizing. Daar zitten hele praktische vragen bij, bijvoorbeeld over debiteurenbeheer. „Zeker voor een kleine ondernemer is het belangrijk dat klanten op tijd betalen. Wat doe je als dat niet gebeurt? Hoe spreek je de klant daar op aan, want je bent ook weer van hem afhankelijk. Dat vergt een aanpak die niet elke ondernemer in de vingers heeft”, zegt Moens.

Een van de ondernemers die als mentoren bij het project betrokken zijn, is Aad den Boer (69) uit Nieuw-Lekkerland. Hij is directeur van de Den Boer Groep (DB Holding), een groep bedrijven die actief zijn op het gebied van de productie en handel in betonproducten, metalen en kunststoffen. Den Boer heeft zelf ervaren hoe belangrijk het is om met collega’s te kunnen overleggen.

„Ik kwam op mijn 26e bij mijn vader in het bedrijf”, vertelt Den Boer. „Hij wilde mij niet beïnvloeden en zorgde dat ik naar anderen ging om te sparren. Hij stuurde me zelfs naar zijn grootste concurrent –die hij overigens wél vertrouwde– om ook van hem wijzer te worden. In die beginjaren had je hier de Stichting Kleinood, waar beginnende ondernemers met hun vragen terecht konden. Die persoonlijke coaching heb ik altijd gewaardeerd. En dat doe ik nog. Het is goed om met anderen van gedachten te wisselen. Je bent nooit te oud om te leren.”

Waarschijnlijk gaat Den Boer binnenkort met zijn eerste mentee om de tafel. Een tactiek voor dat gesprek heeft hij nog niet uitgestippeld. „Het gaat niet om mij of om wat ik te vertellen heb. De hulpvraag is leidend. Met mijn ervaring en netwerk hoop ik iemand verder te kunnen helpen. En als ik niets kan toevoegen, zeg ik dat ook. Maar ik hoop oprecht dat ik de vragensteller van dienst kan zijn en hem of haar door onze gesprekken kan opscherpen.”

Volgens Broens bestaat er veel behoefte aan het mentorproject. „Ondernemers zijn vaak zo druk met de beslommeringen van alledag dat ze geen tijd hebben om even stil te staan. De gesprekken met hun mentor dwingt ze om na te denken: even een uurtje sparren met een ervaren collega. Dat zorgt voor de rust om weloverwogen keuzes te maken.”

De contacten tussen mentor en mentee duren in principe maximaal een jaar. Uitgangspunt daarbij is dat de hulpvrager zelf zijn keuzes maakt. „De mentor gaat geen zaken regelen. Dat moet de ondernemer zelf doen. Hij krijgt alleen een steuntje in de rug; dat is de kern van het project.”