Boeren willen begrepen worden; ook door een psycholoog

Psycholoog Henk Korterink: Als de zorg voor dieren te wensen overlaat, is er vaak ook psychisch of in de relationele sfeer iets aan de hand. beeld Remko de Waal

„We ploeteren ons er wel doorheen, het is nog altijd gelukt.” Dat is de houding van veel boeren die met tegenslag te maken krijgen. Niet verstandig, vindt psycholoog voor agrariërs Henk Korterink. Want depressie en gezinsproblemen liggen op de loer.

Toen in 2001 de MKZ-crisis uitbrak, besloot Henk Korterink dat zijn taak bij de boeren lag. Het mond-en-klauwzeer, dat in Nederland honderdduizenden dieren het leven kostte, ging de getroffen boeren niet in de koude kleren zitten. Want: als het ‘achter’ slecht gaat, heeft dat zijn weerslag op het hele leven. Problemen in het bedrijf zorgen voor depressies, problemen in het gezin en eenzaamheid.

„Tijdens de MKZ-crisis hebben stress en spanning bij een aantal boeren tot zelfmoord geleid”, zegt Korterink uit Staphorst. Als een van de weinige psychologen is hij op de hoogte van het reilen en zeilen in de agrarische sector. „Ik heb op de middel­bare landbouwschool gezeten en veel van mijn familieleden werken in de agrarische sector. Agrariërs vinden het fijn als iemand begrijpt wat hun problemen zijn. Vaak testen ze eerst even of ik er wel verstand van heb, maar daarna storten ze hun hart uit.”

Korterink helpt boeren die hem benaderen, bijvoorbeeld voor psychische hulp, en hij wordt ingeschakeld als er meldingen binnenkomen van zogeheten erf­betreders, zoals een voer­leverancier of accountant die merkt dat het niet goed gesteld is met het dierenwelzijn. „Als de zorg voor dieren te wensen overlaat, is er vaak ook psychisch of in de relationele sfeer iets aan de hand.”

Het vooroordeel dat boeren vaak een naar binnen gekeerd karakter hebben, klopt aardig, zegt Korterink. „Het zijn vaak gesloten types die desnoods met hun bedrijf ten onder gaan”, weet hij. Dat is ook logisch: boeren leven relatief geïsoleerd, nagenoeg nooit in een woonwijk en zijn de hele dag in hun eigen bedrijf bezig. Daardoor is er veel verborgen leed onder deze groep mensen, weet Korterink. Hij beschrijft hoe zo’n negatieve spiraal kan lopen: financieel gaan de zaken minder, daardoor vermindert het inkomen. Dat vergroot de druk voor de boer, wat zijn weerslag vindt in het gezin. Depressies en gezinsproblemen volgen.

Toch ziet Korterink de laatste tijd ook dat agrariërs steeds gemakkelijker de weg naar de hulp­verlening weten te vinden. „Dat vind ik een positieve ver­andering.”

Half afgebouwde stal

Bij Jort van Reest begonnen de problemen in 2014. „We waren halverwege met de bouw van een stal, toen de aannemer failliet ging. Daardoor hebben wij nu al twee jaar een half afgebouwde schuur staan.” Er werd gerekend op een nieuwe stal, maar doordat die er uiteindelijk niet kwam, begonnen de problemen pas echt. „Er zijn zelfs koeien verkocht omdat wij de nieuwe stal niet in gebruik konden nemen. Onze financiële situatie werd zo slecht dat we grond moesten verkopen om de hypotheek te betalen.”

Van Reest herkent zich in het boerengezegde dat de situatie ‘achter’, in het bedrijf, haar weerslag vindt in het gezinsleven. „Door alle problemen kreeg ik een burn-out, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Je bent op dat moment niet de vrolijke vader van drie kinderen die je zou willen zijn.”

Kennissen raadden hem aan om contact op te nemen met Henk Korterink. „Er zijn maar weinig psychologen die aanvoelen wat er in onze sector speelt”, verklaart Van Reest de keuze voor Korterink. „Hij is een steun geweest. Door hem heb ik geleerd om te focussen op de dingen die wél goed gaan.” De toekomst blijft echter ongewis. „Er lopen nog twee rechtszaken in verband met de stal. Zolang de rechter daar geen uitspraak over heeft gedaan, is de toekomst onzeker.”

Failliet

De ellende begint niet altijd bij tegenslagen in het bedrijf, ook privéproblemen kunnen een heleboel narigheid veroorzaken, weet Korterink. „Ik zie geregeld dat bijvoorbeeld de relatie tussen vader en zoon voor problemen zorgt. De vader heeft zijn hele leven op de boerderij gewerkt en wil graag dat zijn zoon het overneemt, maar die zoon heeft daar geen zin in. Of de zoon wil zijn vader graag opvolgen, maar de vader heeft onvoldoende vertrouwen in hem. Dat kan enorm veel spanningen geven, die ook het bedrijf zelf niet ten goede komen.”

In de meeste gevallen verlopen de gesprekken met agrariërs erg goed. „Ik spreek vaak boeren die na afloop de toekomst een stuk beter tegemoetzien en weer opgewekter in het leven staan. Dat is leuk om mee te maken.” Toch is zijn werk niet altijd gemakkelijk, erkent Korterink. „Vorige week ging ik nog langs bij een man die volledig door het lint ging toen hij zag dat er politie bij was. Hij dreigde constant met zelfmoord.”

Ellende

„Mijn broer heeft twee jaar geleden een einde aan zijn leven gemaakt. Dat was het begin van alle ellende”, vertelt Erik Jansen uit Ambt Delden (Overijssel). De dood van zijn broer maakte veel indruk op hem, maar het leven ging direct verder met een grote verbouwing aan zijn bedrijf. „Mijn broer en ik leidden het bedrijf samen, opeens stond ik overal alleen voor. Ik had het gevoel dat ik geleefd werd in plaats van het leven zelf uit te kunnen stippelen. Toen dat voorbij was, moest ik opeens zelf weer plannen gaan maken. Maar dat lukte helemaal niet, ik had geen idee waar ik moest beginnen.” Jansen kreeg een burn-out. „Ik heb bij de huisarts aan de bel getrokken en kwam in contact met een arbeidsdeskundige. De gesprekken met hem verliepen moeizaam, ik merkte totaal geen verbetering.”

Jansen kwam in aanraking met een begeleider van boeren met een burn-out. „De gesprekken met haar waren veel beter. Zij adviseerde om ook eens contact op te nemen met een psycholoog. Zo kwam ik in aanraking met Henk Korterink.” Inmiddels voelt Jansen zich niet alleen de oude, maar zelfs beter. „Ik heb mijn leven op een rijtje kunnen zetten door de vervelende periode die achter mij ligt eens goed door te nemen en te ontdekken welke impact de dood van mijn broer op mij heeft gehad. Daar ben ik Korterink erg dankbaar voor. Hij voelde precies aan wat er met mij aan de hand was.”

----

Vertrouwensloket

Bij het Vertrouwensloket Welzijn Landbouwhuisdieren kan melding worden gemaakt van verminderde zorg voor dieren. Dat wordt vaak gedaan door zogeheten erfbetreders, maar ook particulieren en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kunnen aan de bel trekken. Als er een melding binnenkomt, wordt die door ervaren specialisten beoordeeld. Blijkt uit de melding dat er sprake is van een psychosociaal probleem, dan kan de boer een bezoekje verwachten van Henk Korterink of een van zijn collega’s. „Als er anoniem gemeld is, willen boeren maar één ding weten: wie heeft er een klacht ingediend?” Tijdens een gesprek worden de problemen in kaart gebracht. Korterink: „We gaan er dan eerst voor zorgen dat de verzorging van de dieren op orde komt. Daarna kijken we waar de oorzaak van het probleem ligt en proberen we dat aan te pakken.”