Het spant erom in Turks referendum

De beeltenis van de Turkse president is op veel plaatsen in Turkije prominent zichtbaar, in de aanloop naar het referendum van morgen over achttien voorgestelde grondwetswijzigingen. Het advies is duidelijk: ”evet”, Turks voor ”ja”. beeld AFP
2

Krijgt de Turkse president Erdogan fors meer macht, of blijft alles bij het oude? Zondag stemt de bevolking over een ingrijpende grondwetswijziging. De peilingen wijzen uit dat het erom zal spannen.

Het Taksimplein in Istanbul ligt er wat verlaten bij. Dat is niet gebruikelijk in dit normaal gesproken bruisende deel van de Turkse metropool. Buitenlandse toeristen vertonen zich aanzienlijk minder in de stad.

Dat heeft enerzijds te maken met de angst voor terreur. In de vroege uren van 1 januari vielen er 39 doden en 70 gewonden bij een schietpartij in een nachtclub in Istanbul. En vorig jaar had er gemiddeld elke twee maanden een dodelijke aanslag plaats. Zowel Islamitische Staat als Koerdische milities eisten de verantwoordelijkheid op.

De verlatenheid op het Taksimplein en in de nabijgelegen winkelstraat Istiklal heeft echter ook te maken met het constitutionele referendum dat zondag wordt gehouden. Diverse Europese landen –waaronder Nederland– weigerden Turkse bewindslieden toe te laten die in hun land campagne wilden voeren voor de volksraadpleging.

Dat kwam hun op de toorn van de Turkse president Erdogan te staan. Nederland maakte zich volgens hem schuldig aan „nazipraktijken” en burgers in Europa zouden voortaan „niet meer veilig over straat kunnen gaan.” En dus mijden toeristen Istanbul.

Onzin

Mehmet –hij wil niet met zijn achternaam in de krant– vindt dat onzin. „Dit is een diplomatieke en politieke ruzie tussen Turkije en een aantal andere landen. Dat wil nog niet zeggen dat de burgers van die staten hier plotseling niet meer welkom zijn”, zegt de 21-jarige student, onder het maken van drukke handgebaren op het Taksimplein.

Over wat hij gaat stemmen laat Mehmet zich niet uit. „Dat ligt hier allemaal heel gevoelig. De verwachting is dat het een nek-aan-nekrace tussen voor- en tegenstanders van de voorgestelde grondwetswijziging wordt. Dat tekent de verdeeldheid in de samenleving.”

Aysel (25) heeft er geen moeite mee haar mening te uiten, hoewel ze ook alleen maar haar voornaam prijsgeeft. „Het wordt natuurlijk ”evet” (Turks voor ”ja”, RD), zegt ze lachend, terwijl ze naar een grote poster wijst met de beeltenis van president Erdogan met in grote letters ”evet” daarop.

„Dit land heeft een sterke leider nodig. Europeanen kijken met hun eigen bril naar ons. Met hun opvattingen over democratie en rechtsstaat. Maar zo werken de dingen hier niet. Wij leven in het Midden-Oosten. In een heel diverse samenleving, met minderheden die elkaar soms letterlijk naar het leven staan. We hebben een oorlog aan onze grenzen. Dan moet je als president besluitvaardig kunnen optreden.”

Blijven zitten

Barbara Baker, hoofd van de Midden-Oostenafdeling van het christelijke persbureau Compass Direct, is het daar niet mee eens. „Als deze grondwetswijziging wordt aangenomen, zijn er nog nauwelijks ”checks and balances”. De president kan zo ongeveer doen wat hij wil. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hij dit allemaal overhoop haalt om voorlopig te blijven zitten.”

Over de uitkomst van het referendum is Baker onzeker. „Het zal erom spannen. Erdogan heeft veel aanhang op het platteland. Dat zijn vaak ongeletterde mensen die alles geloven wat hij zegt. Het opleidingsniveau is daar erg laag. Tegelijkertijd heeft de president op economisch gebied veel voor de bevolking gedaan, met name op het gebied van vervoer.”

Baker houdt kantoor in het Aziatische deel van Istanbul, aan de oostkant van de Bosporus. Hoewel er anti-Amerikaanse sentimenten zijn, heeft ze zich nooit onveilig gevoeld. „In al die 37 jaar dat ik hier ben heb ik altijd keurig mijn verblijfsvergunning gekregen. Natuurlijk moet je geen domme dingen doen. Als ik naar het zuidoosten (Koerdisch gebied, RD) reis, word ik eruit gegooid. En ja, de geheime dienst geeft me hints dat hij me in de gaten houdt. Ze willen wel dat ik dat weet.”

Hoe de toekomst van Turkije eruit zal zien? Baker: „Sociaal-culturele zaken spelen hier zo’n grote rol. Dat valt niet zo snel te doorbreken. In feite is Turkije nog in veel opzichten een tribale samenleving. Familieverbanden zijn erg belangrijk, maar dat werkt ook corruptie in de hand.” Maar dan met verve: „En toch heb ik mijn hoop voor Turkije niet opgegeven.”

Meer macht

Voorganger van de Evangelical Alliance Behnan Konutgan is niet zo optimistisch. „Als het ja-kamp wint in dit referendum krijgt de president zo veel meer macht. Ik ben bang dat Turkije zijn blik nog verder naar het oosten gaat wenden en dat de islamisering in dit land doorzet.”

Maar Konutgan plaatst direct een kanttekening bij zijn kritiek. „Ik vertrouw op God. En ik zal altijd bidden voor welke president dan ook. Vragen aan de Heere of Hij het beste zal doen voor dit land. Daarom ben ik uiteindelijk ook niet bang voor de uitkomst van deze volksraadpleging.”

Zo uitgesproken als Baker en Konutgan zijn, zo bang zijn veel christenen om openlijk hun zegje over het referendum te doen. Wel blijkt dat ook onder hen de meningen verdeeld zijn.

Aanhangers van de voorstellen van de president zijn er onder hen ook wel degelijk. Seda (naam om veiligheidsredenen gefingeerd): „Ik houd van Erdogan. Hij is een echte leider en zoekt het beste voor onze maatschappij. Op ethisch gebied heeft hij zich altijd heel sterk tegen abortus uitgesproken – om maar één voorbeeld te noemen. In twaalf jaar heeft hij heel veel voor dit land gedaan. En juist in deze tijd, als we door terreur, oorlog en een vluchtelingencrisis worden bedreigd, is het belangrijk dat we de eenheid bewaren.”

Erdogan is een man van het volk, benadrukt Seda. „Hij is altijd beschikbaar. Je kunt hem zomaar tegenkomen op een taxistandplaats. Je kunt hem bereiken op Facetime en Skype, of op zijn mobiele telefoon. Ik zou wensen dat de Amerikaanse president Trump zo zou zijn. Tegelijkertijd zie ik ook dat hij uit is op totale autoriteit. Hij wil alles kunnen doen en dat niemand hem iets kan maken.”

Seda schat in dat het referendum een meerderheid van ja-stemmers zal opleveren. Maar dat die uitkomst op korte termijn veel zal veranderen, gelooft ze niet. „In 2019 zijn er verkiezingen. Dan pas zal écht blijken welk effect de voorgestelde veranderingen van de grondwet zullen hebben.”

Stad leeg

De Turkse merkt dat de recente ontwikkelingen in Turkije invloed hebben op de toestroom van buitenlanders in Istanbul. „Ik zie dat de stad leeg is. Dat maakt me verdrietig. Toerisme is een van de belangrijkste bronnen van inkomsten. Dit is erg slecht voor de economie.”

Op het Taksimplein daalt een druilerige regen neer. De poster van Erdogan raakt langzaam doorweekt. Maar de beeltenis van de president en het woord ”evet” blijven nog volop zichtbaar. Even verderop hangt een bescheiden aanplakbiljet met ”hayir” (nee). Zondag zal de Turkse bevolking de knoop doorhakken.

Uitbreiding van de macht

De Turken mogen zondag naar de stembus om zich in een referendum uit te spreken over een aantal wijzigingen in de constitutie. Wat staat er op het spel?

De volksraadpleging draait vooral om de uitbreiding van de macht van de Turkse president – momenteel Recep Tayyip Erdogan. Als de bevolking ja zegt tegen de voorgestelde veranderingen, gaat het Turkse politieke bestel ingrijpend op de schop.

Turkije heeft nu nog een parlementair politiek systeem, waarin de premier het hoofd van de regering is. De president is het staatshoofd, maar vervult volgens de regels vooral een ceremoniële rol. In de praktijk heeft Erdogan overigens achter de schermen al veel meer invloed dan het officiële bestel toelaat.

In de volksraadpleging van zondag worden maar liefst achttien wijzigingen van de Turkse grondwet in stemming gebracht. Als de bevolking met de voorstellen akkoord gaat, krijgt Turkije een presidentieel stelsel in plaats van een parlementair systeem. De functie van de premier zal daardoor vervallen en zal door één of meer vicepresidenten worden vervangen.

Een dergelijk politiek bestel is op zichzelf niet ongebruikelijk. In de Verenigde Staten bestaat een vergelijkbare constructie, hoewel de voorzitters van de Senaat en het Huis van Afgevaardigden een invloedrijke positie bekleden – juist omdat de president voor de goedkeuring van wetten van de volksvertegenwoordiging afhankelijk is. Ook in Frankrijk heeft de president een grote mate van uitvoerende macht.

De voorstellen die momenteel in Turkije op tafel liggen gaan echter aanzienlijk verder dan vergelijkbare politieke systemen in het Westen. De president wordt niet alleen leider van de regering, maar ook van de regeringspartij. Normaal gesproken wordt het staatshoofd geacht boven de partijen te staan.

Verder worden de bevoegdheden van de Turkse president sterk uitgebreid. Hij krijgt het recht om zonder toestemming van het parlement ministers en twee derde van de leden van het hooggerechtshof aan te stellen. Hij kan bovendien de volksvertegenwoordiging ontbinden, de noodtoestand uitroepen en per decreet nieuwe wetten uitvaardigen.

Erdogan rechtvaardigt zijn voorgenomen maatregelen met het argument dat ze de regering meer slagkracht bieden. Juist in deze tijd, waarin Turkije met een vluchtelingencrisis en terreuraanslagen te maken heeft, is dat volgens hem meer dan ooit nodig.

Tegenstanders van Erdogan vrezen dat de Turkse president steeds meer autoritaire trekjes begint te vertonen en dat hij met deze maatregelen nog meer macht in handen krijgt. Het land zou daarmee naar een dictatuur dreigen af te glijden.