Wat maakt een burgemeester een góede burgemeester?

Beeld ANP

Een goede burgemeester...

1 …is echt geïnteresseerd in mensen

Job Cohen, oud-burgemeester van Amsterdam, zet deze eigenschap met stip bovenaan. Houden van mensen komt terug in alle facetten van het werk. „Toen ik net was begonnen in Amsterdam, overleed een jonge vrouw door een aanrijding met een vrachtauto. Zij was de dochter van een bekende Amsterdammer. Ik las het, maar ging niet naar hen toe. Dat werd mij door veel mensen kwalijk genomen. Sindsdien ben ik in dat soort situaties altijd bij mensen langsgegaan”, vertelt Cohen.

De rol van burgervader (of -moeder) is nauw verbonden met het ambt, stelt ook hoogleraar lokaal en regionaal bestuur Marcel Boogers. „Als je je verkleedt als Sinterklaas en kinderen spreken je ook zo aan, word je zelf ook een beetje Sinterklaas. Je gaat zo doen en zo praten en dat versterkt het effect. Zo werkt het ook met het ambt van burgemeester.” Daarnaast is de burgemeester volgens Boogers ook een soort ombudsman voor zijn inwoners. „Mensen die vastlopen in een organisatie of tussen wal en schip vallen, richten zich al snel tot de burgemeester. Als je hun snel de weg weet te wijzen, heeft dat een enorme uitstraling. Het is maar één iemand, maar die vertelt wel op verjaardagsfeestjes hoe goed de burgemeester hem geholpen heeft.”

Die menselijke kant heb je volgens Arno Korsten, emeritus hoogleraar bestuurskunde, ook nodig in het politieke bestuur. „Je moet de verschillende partijen in het college bij elkaar houden. Dat betekent dat je soms je schouder leent aan een wethouder die een zwaar debat heeft gehad, dat je een grapje kunt maken, dat je kunt bemoedigen en kunt bemiddelen in stroeve verhoudingen.” Het ambt is heel persoonlijk geworden. „Je kunt je niet meer verschuilen achter een woordvoerder. Burgemeester ben je met je hele hebben en houden.”

Dat kan uiteindelijk leiden tot een brief zoals van Eberhard van der Laan. Die vertelde onlangs aan de Amsterdamse bevolking in een heel persoonlijke brief dat er bij hem longkanker is geconstateerd.

2 …heeft relevante bestuurlijke ervaring

Voor een grote stad als Den Haag is het volgens Boogers van belang dat de burgemeester bestuurlijke ervaring heeft. „Het liefst als burgemeester, maar in ieder geval in de lokale politiek. Je moet echt gevoel hebben bij stadsbestuur.” Ook moet je beschikken over een goed politiek netwerk. „Zeker in een stad als Den Haag, dat zich profileert als diplomatenstad, is een internationaal georiënteerd netwerk van belang. Niet alleen met politici en andere burgemeesters, maar ook met bedrijven en instellingen”, zegt Boogers.

De nieuwe burgemeester van Den Haag, Pauline Krikke, heeft volgens Arno Brok, voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, de perfecte combinatie van „klassieke ervaringen en Haagse netwerken.” Krikke was eerder burgemeester van Arnhem en wethouder in Amsterdam maar heeft ook ervaring als lid van de Eerste Kamer. Brok: „Je netwerk is enorm belangrijk. Je moet de weg weten in Den Haag en contact onderhouden met de ambassades. Daarnaast heb je als burgemeester van Den Haag natuurlijk een bijzondere relatie met het Koninklijk Huis omdat het werkpaleis van de koning er staat.”

Cohen noemt bestuurlijke ervaring „een pre.” „Maar ik zeg niet dat die noodzakelijk is. Het is wel een risico om iemand zonder ervaring neer te zetten.” Dat het burgemeesterschap een baantje is dat vrienden elkaar onderling toeschuiven, is volgens hem onzin. „Kijk naar Jozias van Aartsen, Eberhard van der Laan en Jan van Zanen. Zij zijn allemaal burgemeester geworden in een grote stad op grond van een behoorlijke staat van dienst.”

3 …staat boven de partijen

„Dat vind ik de kracht van een burgemeester die niet gekozen maar benoemd wordt, en dat vertel ik ook vaak aan studenten”, zegt Cohen, die tegenwoordig bijzonder hoogleraar gemeentekunde is aan de Universiteit Leiden. „Een gekozen burgemeester heeft meer mandaat van de bevolking, maar een benoemde burgemeester kan gemakkelijker boven de politieke partijen gaan staan. Het is niet erg als de bevolking weet wat je politieke kleur is, als je daar maar geen gebruik van maakt.”

Een goede burgemeester is volgens Brok iemand die mensen met elkaar kan verbinden maar tegelijkertijd neutraliteit uitstraalt. „Een burgemeester mag nooit iemands buikspreekpop worden”, zegt hij stellig. „Het aanzien van bestuurders staat onder druk. Behalve dat van rechters en burgemeesters. Een burgemeester is voor de burgers een onafhankelijke persoon in wie ze hun vertrouwen kunnen stellen.” Zijn ervaring is dat het vaak misgaat wanneer een burgemeester te politiek wordt. „Iemand die boven de partijen staat maar tegelijkertijd de dingen samenbindt, dwingt respect af.”

4 …weet waar het heen moet met de stad

De burgemeester is onafhankelijk, maar moet wel degene zijn die een plan heeft voor de toekomst. „Er wordt van hem of haar verwacht dat hij de strategie bepaalt en daar ook het boegbeeld van is. Dat zie je Aboutaleb in Rotterdam en Van Zanen in Utrecht doen: ze gaan voorop in de ontwikkeling van de stad en weten bedrijven en instellingen aan zich te binden”, zegt Boogers. Zeker in een grote stad geldt volgens hem dat een burgemeester best een wat steviger politiek profiel mag hebben, wat betekent niet dat je niet onafhankelijk bent. „Natuurlijk moet je je wethouders laten schitteren, maar je bent wel het boegbeeld, dus je hoeft ook niet te bescheiden te zijn.”

Korsten: „Gerd Leers was daar als burgemeester van Maastricht goed in. Hij somde bijvoorbeeld per jaar op wat de drie dingen waren die volgens hem moesten worden aangepakt. Dat geeft de burgers opluchting. In de grote steden behoort veiligheid vrijwel altijd tot de prioriteiten van de burgemeester. Ook Eberhard van der Laan heeft zich hierop sterk geprofileerd, met zijn aanpak van de top 600 van meest criminele jongeren in Amsterdam.”

Volgens Cohen is zo’n sterk profiel niet per se nodig. „Ik had dat in ieder geval niet, behalve dat ik vanaf het begin heb gezegd dat ik de boel bij elkaar wilde houden”, zegt hij. „Verder vond ik dat de Amsterdammers zelf wel konden uitmaken waar ze naartoe wilden.”

Korsten is het daarmee eens. „Je moet geen grijze muis zijn, maar je kunt ook niet je zin doordrijven. Solistisch optreden wordt niet geaccepteerd door de politiek. Je moet daarom altijd proberen het college mee te nemen in je denkwijze.” Een burgemeester die onconventioneel denkt, kan wel echt een verschil maken, betoogt hij.

Hij noemt als voorbeeld Antanus Mockus, oud-burgemeester van de Colombiaanse hoofdstad Bogota. „Mockus zette een paar honderd acteurs in op kruispunten waar het verkeer steeds vastliep. Het verrassingseffect van de mimespelers leidde ertoe dat de verkeersdeelnemers nu wél stopten voor mensen die de straat wilden oversteken.”

5 …is een schaap met vijf poten

Van een begrafenis naar iemands honderdste verjaardag en van een vergadering naar een functioneringsgesprek. Een burgemeester moet kunnen omgaan met veel wisselende emoties en gelegenheden, stelt Korsten. „Sommige burgemeesters hebben een kapstok met vijftig stropdassen. Dat symboliseert die wisselende omstandigheden.”

„Als burgemeester moet je de juiste combinatie hebben van empathie en bindend vermogen en een buitengewone doortastendheid”, zegt Brok. Daarnaast krijg een burgemeester een hoop onverwachte gebeurtenissen als rampen of rellen voor de kiezen. „Op het ene moment is er een demonstratie, op een volgend moment onrust over een pedofiel die in de wijk komt wonen”, somt Korsten op. „Veranderingen in de samenleving leiden tot steeds meer van dit soort kwesties, en dat geldt zeker in een grote stad waar veel gebeurt.”

Is dat moeilijk? „Dat valt best mee”, relativeert oud-burgemeester Cohen. „Als je maar van mensen houdt. Dan kom je met al deze dingen al een heel eind.”

6 …stelt het belang van de stad voorop

„Je bent burgemeester van een gemeente en niet van het land”, zegt Brok. Natuurlijk is een gemeente ook onderdeel van het Rijk, maar je hebt een eigen verantwoordelijkheid voor je stad en je college, stelt hij. „Je bent geen uitvoeringskantoor van het Rijk. Je verantwoordelijkheid in de gemeenteraad kan soms botsen met wat de landelijke overheid wil. Maar je kunt het niet altijd iedereen naar de zin maken.”

Boogers zegt: „Dat kan soms betekenen dat je tegen de provincie of overheid ingaat.”

Dat is voor een burgemeester van een grote stad makkelijker dan iemand in een kleinere gemeente. „Als burgemeester van een grote stad ben je moeilijk te negeren. Daarom hebben zij onderling ook geregeld contact met elkaar en met het ministerie van Binnenlandse Zaken.”

Korsten is iets terughoudender. „Een burgemeester kan een keer een statement maken ten opzichte van de regering, maar moet daarvoor wel eerst een bepaald gezag verworven hebben. En je moet het zeker niet te vaak doen.”

7 …past bij de stad

Een burgemeester hoeft zeker geen local te zijn. Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, komt bijvoorbeeld uit Amsterdam. Maar dat heeft geen invloed op hoe geliefd hij is in de stad. „Het is wel goed als je je snel laat zien op straat”, zegt Boogers. „De burgemeester moet zich onder de mensen begeven en zich de cultuur van de stad eigen maken. Als je dat doet, vinden mensen het algauw goed.” Dat betekent in een stad als Den Haag dat je je zowel bij de chique Hagenaren als de volkse Hagenezen moet laten zien.

Elke stad heeft zijn eigen speerpunten. In Den Haag is een goede samenwerking met Rotterdam van belang, stelt Boogers. „Die twee vormen samen een metropoolregio, dat is hun kracht.” Maar ook gevoel hebben voor de specifieke eigenschappen van een stad helpt. Korsten: „Den Haag is een stad met veel diplomaten en het Internationaal Strafhof. Hen zul je geregeld ontmoeten. In Amsterdam moet je speechen zodra het woord slavernij valt. En Rotterdam heeft een traditie van slagvaardigheid.”

Burgemeesterkenners

Arno Korsten. Emeritus hoogleraar bestuurskunde aan de Open Universiteit en honorair hoogleraar aan de Universiteit Maastricht, gespecialiseerd in gemeentebeleid en de positie van de burgemeester. Coacht en traint burgemeesters.

Job Cohen. Voormalig burgemeester van Amsterdam (2001-2010), nu bijzonder hoogleraar gemeentekunde aan de Universiteit van Leiden.

Marcel Boogers. Hoogleraar lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Twente.

Arno Brok. Voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en burgemeester van Dordrecht. Per 1 maart commissaris van de Koning in Friesland.