Nederland traint weer op grote gevechten

Een tank steekt een rivier over tijdens de internationale oefening Bison Drawsko in Polen. beeld Mediacentrum Defensie
5

De krijgsmacht gooit het roer om. Voor het eerst in vijftien jaar traint de Koninklijke Landmacht weer op oorlogssituaties. „We zijn het een beetje verleerd.” De krijgsmacht zet gepensioneerde ijzervreters uit de Koude Oorlog in om jonge militairen te leren vechten. Kanonnen bulderen. De Russen luisteren mee.

Ratelend rukken vier, vijf pantserinfanterievoertuigen op over het 600 vierkante kilometer grote oefenterrein Drawsko Pomorski in Polen. Onverwacht stuiten de hightech CV-90’s op een versperring in het veld. Op hetzelfde moment neemt de vijand de troepen onder vuur. Links en rechts slaan granaten in.

De commandant zet zwaar geschut in. Grommend verschijnen vier Leopard 2A6-tanks in het veld. De 120 millimeter kanonnen van de 60 ton wegende Duitse tanks met Nederlandse bemanning nemen de vijand met bruut geweld onder vuur.

Oefening Polen

De tegenstand blijkt sterk. De commandant besluit ”close air support” in te zetten. Even later raast een Pools Soe-22-jachtvliegtuig laag over de Poolse vlakte om de grondtroepen luchtsteun te geven. Explosies klinken, rookpluimen stijgen op. Voltreffer.

Dreiging

De Koninklijke Landmacht trekt tijdens de internationale oefening Bison Drawsko (van 9 januari tot 24 februari) ongeveer alles uit de kast. Tanks, pantservoertuigen, onbemande vliegtuigen. Maar ook apparatuur voor cyberwar, elektronische oorlogsvoering. Ongeveer een derde van de Nederlandse krijgsmacht bevindt zich op dit moment in Polen.

Pakweg 3600 Nederlandse militairen van 43 Gemechaniseerde Brigade (43MechBrig) uit Havelte nemen deel aan Bison Drawsko. België, Canada, Estland, Polen en de VS doen mee met 900 man. Om samen het grootschalige gevecht te trainen. „We zijn het een beetje verleerd”, zegt generaal Leo Beulen in Polen.

Een inhaalslag is geen overbodige luxe, benadrukt de hoogste baas van de landmacht. Beulen wijst tijdens een briefing in Polen op de oplopende spanningen aan de randen van Europa. Poetin rommelt in het oosten, terreur dreigt in het zuiden.

De Russen zijn al onzichtbaar actief in Oost-Europa. „Pas op”, waarschuwde de landmachtgeneraal woensdag op de Vliegbasis Eindhoven, voorafgaand aan een bezoek aan Polen. „U wordt afgeluisterd.”

Met de oefening Bison Drawsko bereidt de landmacht zich ook voor op deelname aan de multinationale ”battlegroup” (eenheid) in Litouwen. Nederland stuurt volgende maand 200 man naar de Baltische staat om –onder Duitse leiding– deel te nemen aan de vooruitgeschoven NAVO-troepenmacht voor Oost-Europese landen.

2017-02-18-KRK1-legeroefening-3-FC_webLegerpredikant nog niet paraat

Bovendien prepareert de landmacht zich op deelname vanaf volgend jaar aan de flitsmacht van de NAVO, de Very High Readiness Joint Taskfoce. „Het is essentieel voor de NAVO om de Baltische staten en Polen een hart onder de riem te steken”, aldus de driesterrengeneraal.

Bezuinigingen

De zon straalt. Op het immense Poolse militaire oefenterrein liggen flarden sneeuw. Twee Mi-24’s vliegen laag over. De gevechtshelikopters voeren beschietingen uit op de vijandelijke troepen. Vijf zware Poolse PT91-tanks spuwen vuur. Een rookgordijn blijft lang hangen boven de Poolse hei.

Kanonnen bulderen, de commandant buldert. Brigadegeneraal Jan Swillens van 43MechBrig –type ijzervreter– geeft leiding aan de internationale oefening. De bulderende generaal, afkomstig van het Korps Commandotroepen, dwingt respect af. Vooral door zijn houding. „Een mensen-mens”, oordeelt een militair met z’n kistjes in de Poolse blubber.

Swillens loopt tijdens de oefening pijnlijk aan tegen beperkingen door jarenlange bezuinigingen. „We hebben ongeveer tekort aan alles. Te weinig vuursteun, te weinig logistiek, te weinig drones. Het is overal echt dun. We voelen de pijn op alle vlakken.”

Nederland telde op het hoogtepunt van de Koude Oorlog onder andere pakweg 1000 tanks, 180 pantserhouwitsers en 6 brigades. De landmacht kan nu nog dertien Duitse tanks met Nederlandse bemanning, achttien pantserhouwitsers en amper een complete brigade op de mat brengen.

Defensie is –via het Duitse 414 Panzerbataillon– net op tijd geweest om de Nederlandse ervaring op het gebied van manoeuvres met de Leopard te behouden, zegt generaal Swillens. „Waren we drie, vier jaar later geweest, dan was alle kennis verloren gegaan.”

Koude Oorlog

Na de lange reeks vredesmissies sinds de val van de Muur in 1989 kwijnt ook de tactische kennis over grootschalige gevechten. De krijgsmacht vliegt daarom gepensioneerde officieren uit de tijd van de Koude Oorlog in om jonge militairen te leren vechten. „Het zou dom zijn als we geen gebruik zouden maken van tactieken van oud-militairen.” Bijvoorbeeld oud-generaal Mart de Kruijf, die in Zuid-Afghanistan leidinggaf aan 45.000 manschappen. „Handig om te sparren.”

Nederland moet zich voorbereiden op een tegenstander met een vergelijkbare –of betere– militaire uitrusting. „In Afghanistan en Mali kunnen we uitgaan van luchtoverwicht. Maar wat doen we als de tegenstander onze toestellen uit de lucht schiet?”

Investeren in Defensie is daarom geen luxe, maar bittere noodzaak. „Ik vecht voor mijn bedrijf”, stelt Swillens. „Ik speel geen soldaat, ik ben soldaat.”

Spanning met Russen stijgt gestaag

De krijgsmacht verlegt, na jaren oefenen voor vredesmissies, z’n koers naar het trainen op grootschalige gevechten. „Terecht”, reageert Ko Colijn, oud-directeur van instituut Clingendael. „Nederland heeft artikel 5 van het NAVO-verdrag te lang vergeten.”

De spanning aan de oostgrens van het NAVO-gebied loopt op. Defensiespecialist Colijn signaleert sinds 2014 een „gestage troepenopbouw” in het oosten van Europa. Oost én West doen mee aan een wapenwedloop. „In Rusland is sprake van permanente troepenconcentraties aan de grens.”

Moskou schendt daarbij afspraken met de NAVO om troepenverplaatsingen en oefeningen vooraf aan te kondigen. „Rusland speelt met vuur.” Poetin laat volgens Colijn met zijn mobilisatieoefeningen vooral zien snel 100.000 man te kunnen inzetten.

Een „serieuze dreiging” gaat uit van de recente plaatsing van Iskanderraketten in Kaliningrad, een klein stukje Rusland, ingeklemd tussen Litouwen en Polen. „Rusland wakkert het vuurtje aan.” Ook in 2008 heeft Moskou daar tijdens een oefening dergelijke raketten geplaatst. De raketten, met een bereik van pakweg 500 kilometer, bedreigen vijf Europese hoofdsteden.

De bijzonder hoogleraar internationale betrekkingen ziet de huidige spanning tussen Oost en West –en de schermutselingen in Oekraïne– echter ook tegen de achtergrond van de overgang van Obama naar Trump. „Machtsblokken hebben de neiging elkaar na een transitie even te testen. Dat is dan ook de enige geruststelling, het gaat niet om daadwerkelijke oorlogsvoorbereiding.”

Dubbele zorg

De Baltische staten en Polen hebben echter „alle reden” om zich „dubbele zorgen” te maken. „Over de rechtstreekse dreiging van Poetin, maar ook over de tegenstrijdige uitspraken van Trump.” Oost-Europese landen hebben daarbij meer te duchten van de Amerikaanse president dan van zijn Russische collega, schat Colijn in.

Trump lijkt een grotere Russische invloedsfeer in de Baltische staten te willen ruilen voor Russische steun aan de Amerikaanse strijd tegen de terreurgroep Islamitische Staat (IS). „Voor Trump staat IS veel hoger op de agenda dat de Baltische staten.” Voor president Obama gold overigens hetzelfde.

Verdediging

De Baltische staten zijn buitengewoon lastig te verdedigen. De NAVO heeft er ook nooit voor gekozen om ze met veel mensen en materieel te beschermen. Het in 1999 gesloten verdrag met Rusland over de toetreding van de Baltische staten tot de NAVO verbiedt zelfs expliciet de permanente stationering van troepen in deze landen.

Het bondgenootschap heeft er tijdens de NAVO-top in Wales (eind 2014) –na lang beraad én in overleg met Rusland– voor gekozen om tijdelijke troepen te stationeren op basis van doorlopende rotatie. „Een handigheidje”, analyseert Colijn. „Daarmee is het toch permanent.”

De NAVO-strategie is erop gericht de Baltische staten te verdedigen door afschrikking. In dat kader past ook het sturen van vier ”battlegroups” (eenheden) van elk 4000 man naar de regio. Militair zetten de extra manschappen geen zoden aan de dijk, erkent de defensiespecialist. „Dan zouden we 100.000 man moeten sturen, maar dat kunnen we niet.”

De NAVO geeft vooral een politiek signaal af. „De Russen weten dat als ze de grens oversteken ze een Amerikaan, Brit of Nederlander tegen het lijf lopen. De afschrikkende werking die daarvan uitgaat, moet hen weerhouden van verkeerde avonturen.”

Op het moment dat een bataljon Russen de grens oversteekt, treedt artikel 5 van het NAVO-verdrag in werking: „Een aanval op één is een aanval op allen.” Met de opkomst van nieuwe vormen van oorlogsvoering, bijvoorbeeld via cyberaanvallen, is de grens van artikel 5 vervaagd.

„De NAVO heeft inmiddels bepaald dat het hacken van ”vitale infrastructuur” ook als een aanval wordt gezien. Wat is vitaal? Niemand weet waar de grens ligt.” Volgens Colijn hebben NAVO-landen daar in het geheim „halve” afspraken over gemaakt. Bovendien zou Polen –volgens geruchten– een bilaterale overeenkomst hebben gesloten met de NAVO en de VS over zijn verdediging.

Maar ook die wetenschap is voor de Baltische staten bepaald niet geruststellend.