„Grote aantal rechters met een D66-achtergrond baart zorgen”

De zaak-Wilders doet de discussie over de onafhankelijkheid van de rechtspraak oplaaien. Beïnvloedt de levensovertuiging en politieke kleur van een magistraat diens optreden? Bespiegelingen van vier christenjuristen. „Het grote aantal rechters met een D66-achtergrond baart zorgen.”

Fel trok PVV-leider Wilders de afgelopen weken van leer tegen zijn –voormalige– rechters. „Ik heb het gevoel dat ik tegenover een collega van D66 sta”, sneerde hij, toen rechtbankvoorzitter Moors een „becommentariërende” opmerking maakte over Wilders’ beroep op zijn zwijgrecht.

Vorige week vrijdag ontstak Wilders in toorn toen de rechters niet (meteen) arabist Hans Jansen als getuige wilden horen over het beruchte etentje met raadsheer Schalken van het Amsterdamse gerechtshof, dat in januari 2009 het openbaar ministerie opdracht gaf Wilders te vervolgen. „Ik ben in een slecht functionerend circus terechtgekomen”, gruwde Wilders. „Dit is een puinhoop.” Voor de camera van tv-programma Nieuwsuur zei de PVV-politicus dat miljoenen mensen terecht geen vertrouwen in de rechtspraak meer hebben als hij wordt veroordeeld.

Wilders kreeg van diverse kanten de wind van voren. PvdA-leider Cohen stelde dat Wilders „een bom onder de rechtspraak” legt als de PVV-leider de rechter alleen onafhankelijk vindt als die hem zijn zin geeft. De president van de Hoge Raad, Corstens, oordeelde dat Wilders met zijn uitspraken de rechtspraak ondermijnt.

Verdediging

Hoe onafhankelijk en onpartijdig zijn rechters in Nederland? Speelt hun politieke voorkeur hun rol bij hun afwegingen in de rechtszaal?

Feit is in ieder geval dat magistraten duidelijk een links-liberale en seculiere politieke voorkeur hebben. Uit een recent onderzoek blijkt dat 31 procent van de toekomstige rechters en officieren van justitie dit jaar de voorkeur gaf aan D66 , tegenover 7 procent van de bevolking.

Het relatief grote aantal magistraten met een D66-voorkeur geeft zorgen bij mr. dr. Bart Labuschagne, universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. „Die eenzijdig politieke kleur in de rechterlijke macht is niet gunstig voor orthodoxe bevolkingsgroepen, zoals christenen als moslims.”

Doordat rechters van links-liberale snit „geen affiniteit” met orthodoxe christenen hebben, wordt die christelijke bevolkingsgroep „duidelijk in de verdediging” gedrongen, stelt Labuschagne, zelf christen.

Magistraten die „secularistisch” zijn aangelegd, zullen van nature meer weerstand hebben tegen orthodoxe standpunten, betoogt Labuschagne. „Ze zullen toch al snel vinden dat de orthodoxie in een eigen hok achter de voordeur hoort. Ik denk zonder meer dat bij rechters van links-liberalen huize weinig begrip is voor orthodoxe standpunten in christelijke en islamitische kring over bijvoorbeeld de man-vrouwverhouding en vrijheid van onderwijs. Als een christelijke winkelier bij een seculiere rechter een argument van zondagsheiliging inbrengt, zal die winkelier waarschijnlijk op onbegrip kunnen rekenen.”

Zeker bij kwesties waarbij een rechter een oordeel moet vellen in een zaak waarbij grondrechten botsen, kan diens persoonlijke overtuiging wel degelijk van invloed zijn, stelt Labuschag­ne. „Een rechter is geen automaat, maar een mens van vlees en bloed. Denk aan de vrouwenkwestie bij de SGP. Daarbij botsen zaken als godsdienstvrijheid en het non-discriminatiebeginsel. Een rechter met een D66-achtergrond zal geneigd zijn het non-discriminatiebeginsel voorrang te geven. Opvallend is dat in de SGP-zaak de Raad van State tot een ander oordeel kwam dan de Hoge Raad. Ik heb in de wandelgangen gehoord dat er bij de Raad van State wat meer juristen van CDA-huize zitten.”

Lacherig

Bij de selectie van magistraten zou meer op de politieke achtergrond van de kandidaten moeten worden gelet, oppert Labuschagne. „Ik pleit voor een betere afspiegeling in de rechterlijke macht van de drie grote politieke stromingen: het liberalisme, de christendemocratie en de sociaaldemocratie. De rechterlijke macht heeft actief gezocht naar vrouwen en allochtonen. Wat mij betreft zou politieke kleur ook een rol kunnen spelen. In Amerika is het heel gebruikelijk dat een president iemand van eigen garnituur benoemt in het hooggerechtshof.”

Zijn zorg over de links-liberale politieke achtergrond van menig magistraat laat onverlet dat Labuschagne waardering heeft voor de rechtspraak in Nederland. „In zijn algemeen ben ik niet pessimistisch over het niveau van de rechtspraak. Voorzover ik dat kan overzien zijn rechters bekwame mensen. Raio’s (rechterlijk ambtenaar in opleiding) zijn heel goede studenten. Ik ken een streng-katholieke raio die bij de Amsterdamse rechtbank werkt. Die loopt daar toch maar mooi rond in zo’n grachtengordel-omgeving.”

Gepasseerd station

Ook de orthodox-christelijke rechtsgeleerde mr. dr. Matthijs de Blois, verbonden aan de Universiteit Utrecht, heeft zorgen over het in verhouding hoge aantal rechters met een seculiere, links-liberale voorkeur. „Voor die mensen is iets als een geopenbaarde waarheid een gepasseerd station, strijdig met de verlichting. Dat past prima in de ideologie van D66. Iemand als Pechtold hoor je regelmatig zeggen dat bepaalde orthodoxe opvattingen in 2010 niet meer passen. Op die manier worden christenen steeds meer in een hoek gedrukt.”

De politieke achtergrond van rechters is „natuurlijk” van invloed op hun beslissingen, betoogt De Blois. „In Nederland rust er een beetje een taboe op om dat te zeggen, maar het is wel de werkelijkheid. Natuurlijk is een rechter gebonden aan wetten en zal hij of zij niet heel direct bij wijze van spreken het partijprogramma van D66 in zijn oordeel betrekken. Toch maakt het wel degelijk uit hoe je als rechter in het leven staat, zeker in gevoelige zaken rond ethische kwesties als euthanasie en de vrijheid van meningsuiting.”

In onder meer de arresten van Haagse gerechtshof en de Hoge Raad over de vrouwenkwestie in de SGP ziet De Blois duidelijk een seculier-liberale visie. „De rechters geven het gelijkheidsbeginsel voorrang boven de godsdienstvrijheid. Ze beschouwen het standpunt binnen de SGP over de rol van de vrouw als een buitenste schil van hun godsdienst. De rechters tillen godsdienstige principes ongeveer op het niveau van een setje opvattingen, een kwestie van smaak. Ze gaan eraan voorbij dat godsdienst mensen tot in hun diepste wezen raakt.”

Het pleidooi om bij de selectie van rechters hun politieke voorkeur te betrekken, vindt De Blois „een mooi idee”, al denkt hij dat dat „juridisch lastig” ligt. „De Grondwet verbiedt bij de benoeming van ambtenaren onderscheid op politieke overtuiging. De praktijk is wel dat bijvoorbeeld bij de keuze van burgemeesters de politieke kleur een rol speelt. In bijvoorbeeld Duitsland wordt bij de samenstelling van het Constitutioneel Hof rekening gehouden met een afspiegeling van de maatschappij.”

Scherp

Zeker in gevoelige rechtszaken waarbij bijvoorbeeld grondrechten botsen, zal de levensovertuiging van rechters meewegen, denkt ook de orthodox-christelijke raadsman mr. Hendrik Hendrikse, advocaat in Amsterdam. „Bij reguliere zaken zoals diefstal, waarbij geoordeeld moet worden aan de hand van bijvoorbeeld bewijsmiddelen en de verklaring van de verdachte, is helder dat de persoonlijke opvattingen van rechters een mindere rol spelen.

Anders ligt dat bij zaken rond processen over de vrijheid van godsdienst. Ook al dient een rechter rekening te houden met wetten en jurisprudentie, hij heeft in dit soort zaken toch een zekere marge die hij zelf kan invullen. En ik kan me niet voorstellen dat de persoonlijke levensovertuiging van een rechter daarbij geen enkele rol speelt.”

Hendrikse zou „meer diversiteit” binnen de rechterlijke macht toejuichen, maar benadrukt tegelijkertijd zijn goede ervaringen met rechters in Nederland. „Ik ben onder de indruk van de onafhankelijke manier waarop rechters hun werk doen. Al wil ik wel scherp blijven.”

Dr. J. W. Sap, rechtsgeleerde aan de Vrije Universiteit en bestuurslid van de Christen Juristen Vereniging, voelt er niet voor te „vitten” op de „onafhankelijke” rechter in Nederland.

Hij bepleit voorzichtigheid bij het van stal halen van de politieke achtergrond van rechters. „Het idee dat rechters worden neergezet als een soort ambtenaren of politieke functionarissen van een bepaalde ideologische kleur is een belediging voor onze rechtsstaat. Rechters waken over de goede uitleg en toepassing van het recht en garanderen dat zo nodig rechtsbescherming wordt geboden. Ze behoren te worden gekozen uit personen die alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden. Rechters zijn verplicht hun functie in volkomen onpartijdigheid en overeenkomstig hun geweten uit te oefenen. Ze leggen geen verantwoording af door terug te gaan naar een achterban, maar door de motivering van hun vonnissen.”


Nieuwe magistraat stemt vooral D66

Aankomende magistraten zijn links-liberaal in optima forma. D66 staat met stip op één, gevolgd door de PvdA en GroenLinks. Christelijke partijen hebben onder hen nauwelijks aanhang. De PVV en SP zijn helemaal uit beeld.

Met 31 procent is D66 veruit favoriet onder aankomende rechters en officieren van justitie, ofwel rechtelijk ambtenaren in opleiding (raio’s). Dat blijkt uit een vorige maand gepresenteerde enquête van SSR, het opleidingsinstituut van de rechterlijke organisatie. De politieke voorliefde van de toekomstige rechters en aanklagers wijkt sterk af van het stemgedrag van de Nederlandse bevolking. Bij de laatste Kamerverkiezingen in juni dit jaar kruiste 7 procent van de Nederlanders D66 aan. Het CDA krijgt onder de nieuwe magistraten nauwelijks voet aan de grond. Van de raio’s koos 4 procent voor de christendemocraten, tegenover 14 procent van het Nederlandse volk.

D66 geniet al jarenlang grote populariteit onder rechters. Zo stemde in 1991 39 procent van de rechterlijke macht op de partij, blijkt uit onderzoek van opinieblad Vrij Nederland. In 2008 overwoog 24 procent op D66 te stemmen. Het CDA heeft zijn glorietijd onder magistraten al lang gehad. In 1970 stemde nog 31 procent op de partij.

Het aantal gelovigen binnen de rechterlijke macht slinkt. Van de nieuwe lichting magistraten zegt 28 procent gelovig te zijn. In 2008 was nog 40 procent van de magistraten religieus en in 1991 42 procent. Van de totale bevolking was in 2007 56 procent gelovig, aldus het CBS.

Niet alleen in politieke voorkeur, ook in mediagebruik bestaat een kloof tussen de rechterlijke macht en de Nederlandse bevolking. Voor aankomende magistraten is NRC Handelsblad veruit de populairste krant (41 procent), gevolgd door de Volkskrant (29 procent), terwijl 6 procent van de juristen kiest voor De Telegraaf. Voor het volk is juist De Telegraaf het populairst (35) en moet NRC Handelsblad het doen met 12 procent en De Volkskrant met 14 procent. Van de aankomende magistraten maakt een kwart gebruik van sociale netwerken als Hyves en Facebook. Niemand van hen twittert.

Driekwart van de raio’s is vrouw, van de huidige rechters is iets meer dan de helft vrouw. Een derde van de raio’s komt uit een intellectueel milieu, 29 procent uit de arbeidersklasse, 16 procent uit een ondernemersfamilie, 1 procent uit een kunstzinnig gezin en 21 procent kiest voor de categorie ”overig”.


Twee routes

Nederland telt in totaal zo’n 2400 rechters en krap 1000 officieren van justitie. Rechters zijn voor het leven benoemd, officieren niet.

Er zijn twee routes die leiden tot het ambt van rechter of officier van justitie.

Het zesjarige raio-traject is bedoeld voor mensen die net hun rechtenstudie hebben afgerond aan een van de universiteiten. Jaarlijks stromen zo’n 60 raio’s in.

Het raio-traject is een mengvorm van theorie en praktijk. De aankomende magistraat werkt vier jaar binnen de rechterlijke macht in de verschillende sectoren (strafrecht, civiel recht, bestuursrecht) en daarnaast twee jaar buiten de rechterlijke macht, bijvoorbeeld bij een advocatenkantoor of als jurist bij een gemeente. Raio’s moeten tijdens de selectieprocedure diverse tests ondergaan, waaronder een gesprek met de Selectiecommissie Rechterlijke Macht (SRM). In dat gesprek komen onder meer maatschappelijke betrokkenheid en motivatie aan de orde. De commissie staat doorgaans onder leiding van een (vice)president van een rechtbank of een hoofdofficier van justitie.

De andere weg tot de rechterlijke macht is bedoeld voor mensen die rechten hebben gestudeerd en al ten minste zes jaar juridische werkervaring hebben. Het gaat naar schatting om ruim honderd zijinstromers per jaar. Voor deze categorie geldt, bij gebleken geschiktheid, een deeltijdopleiding van één of twee jaar. Ook deze zijinstromers ondergaan diverse test, waaronder ook een gesprek met de Selectiecommissie Rechterlijke Macht.